Opinie

    • Ellen Deckwitz

Kleine tijdmachines

Een van mijn lievelingsmensen zette onlangs zijn huis op Funda om voor onbepaalde tijd op reis te kunnen, en dus stond ik zaterdag met hem op de IJ-hallen in Amsterdam om de inboedel te verkopen. Het pingelen was even slikken. Vlooienmarkten brengen een zekere harteloosheid met zich mee: voor het knuffelbeertje dat je ooit van een gekoesterde grootmoeder kreeg wordt vijftig cent geboden. Alsof de zaken waar je om gaf veel minder waard blijken te zijn dan je dacht.

Rond het middaguur stalden we de laatste doos met spullen uit: speelgoed en jeugdboeken.

„Wow, De kameleon, die heb ik stukgelezen”, piepte hij. „En oh jeetje, Spookslot, dat heb ik echt zoveel gespeeld met mijn buurjongens.” Spullen roepen oudere versies van jezelf op en dat is misschien het moeilijkste aan wegdoen. Als je niet uitkijkt ga je nog denken dat je jezelf te koop zet.

Maar, dacht ik terwijl hij een beetje sip Dokter Bibber en een stapel Guust Flaters verkocht, er is meer aan de hand. Het verdriet is niet alleen om hoe snel de tijd gaat, maar ook om het feit dat het kind dat je eens was, niet meer bestaat. Het is opgegaan in de volwassene die je bent geworden. Door je kinderspullen te verkopen wordt die verdwijning definitief. Alsof je er mee akkoord gaat dat dat kind niet meer terugkomt.

In de roman High Fidelity van Nick Hornby wordt hoofdpersoon Rob Fleming op een zeker moment enorm verdrietig wanneer hij een jeugdfoto van zichzelf ziet. Hij heeft het gevoel dat hij die eerdere editie van zichzelf heeft teleurgesteld. Je ziet een klein kind, hoopvol lachend tegen de camera, en je wil alles doen om hem te beschermen. Het verkopen van de spullen van het kind voelt als een vorm van ontrouw aan die vroegere versie.

‘Eigenlijk is het bizar hoe erg we aan materie hechten”, zei het lievelingsmens tegen het einde van de dag. „Nou ja, we hechten niet zozeer aan spullen maar aan de herinneringen die ze triggeren. Het zijn een soort via via’s maar dan voor het verleden”, zei ik, refererend aan de magische objecten in Harry Potter die je in een flits van de ene naar de andere plek kunnen brengen. Een soort warppunten, vermomd als alledaagse voorwerpen zoals autobanden of beschimmelde laarzen.

„We verkochten vandaag kleine tijdmachines”, fluisterde het lievelingsmens.

„Gepersonaliseerde tijdmachines”, mompelde ik, „want die afgeragde Furby waar je net een traantje om wegpinkte deed mij echt helemaal niets.”

Hij hield de laatste spulletjes omhoog.

„Maak me los!”, riep hij.

Wat een prachtige uitdrukking is dat toch, dacht ik. Verlos me van mijn vorige zelven. Haal de ballast van mijn verleden weg. Maak me lichter, ik moet door. Mijn leven is nog niet af.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.