Foto Marijn Fidder

Hij bevroor en verzoop al bijna duizend keer rond het IJsselmeer

Wielrennen Dirk de Vries (75) wil duizend keer rond het IJsselmeer fietsen. Hij heeft nu 981 rondjes gehad. Hoe snel hij die duizend gaat halen is onzeker, nu de Afsluitdijk drie jaar dichtgaat voor fietsers.

Rondje nummer 44. Er staat een niet al te heftige westenwind rond het IJsselmeer. Het kwik tikt de 15 graden aan in juni 1999. Naast de patatkraam bij de sluizen van Lelystad staat een oudere man. Petje op, colbert aan, oude damesfiets in zijn hand. Om het stuur zitten meerdere lagen oude sokken. Dirk de Vries stapt van zijn fiets en gaat op hem af. Niet wetende dat deze man, Rommert Schippers, jaren later nog steeds zijn bezieler zal zijn.

Thuis in Wervershoof, 40 kilometer verderop, documenteert De Vries de tocht rond het IJsselmeer – de 27ste keer dit jaar – in zijn logboek: „Rondje 27. Gemiddelde snelheid à 32,1 kilometer per uur. Knie pijnlijk. ‘Oude mannetje’ (Rommert) ontmoet. Hij had er 29.”

In die zomer van 1999 valt alles samen voor de dan 55-jarige Dirk de Vries. Hij gaat minder werken en gaat met zijn vrouw Bets kleiner wonen als zijn twee dochters uit huis zijn. Ineens is er veel vrije tijd, die hij zijn hele leven al graag op de fiets doorbrengt. Als jongen droomde hij even van een carrière als wielerprof. Het lukte hem één keer om Joop Zoetemelk, later ’s lands grootste wielrenner, eruit te rijden in de Ronde van Mierlo. „Daarna waren het steeds die lange witte sokken die mij eruit spurtten.”

De Vries maakt jaarlijks zo’n 15.000 fietskilometers in binnen- en buitenland. Van Noorwegen tot de Spaanse Sierra Nevada, maar ook vele wielerklassiekers, zoals Luik-Bastenaken-Luik. Een aantal keer per jaar zit daar ook het ‘rondje’ IJsselmeer bij. Tweehonderd kilometer om het water én over de kaarsrechte Afsluitdijk (32 kilometer lang), waar de wind altijd de baas is.

Dirk de Vries fietst sinds 1999 rondjes om het IJsselmeer. Een gebruikelijk ‘rondje’ daaromheen is zo’n 270 kilometer. De Vries fietst over zowel de Afsluitdijk als de Houtribdijk: een ronde van 200 kilometer.

Het verhaal van het ‘oude mannetje’ Rommert Schippers blijft hangen bij De Vries. Schippers wilde vijfhonderd keer helemaal alleen op de oude fiets van zijn moeder rijden. „Dat is nogal wat”, zei De Vries bij hun eerste ontmoeting. Dat veranderde in: „Dat lijkt mij ook wel wat.” Driehonderd keer, zijn eerste doel, wordt al gauw opgeschaald naar ook vijfhonderd. „Twee keer per week ging makkelijk”, vertelt De Vries. „Nog steeds wel trouwens. En één keer reed ik er zeven achter elkaar. Dat telt hard op.” Onderweg komt hij Schippers nog regelmatig tegen, altijd voorovergebogen, met de ellebogen leunend op het stuur verzacht door de sokken eromheen. Soms kruisen ze elkaar twee keer als ze in tegengestelde richtingen fietsen.

Praten met ‘zonderlingen’

Al voor hij Schippers ontmoette hield De Vries zijn rondjes IJsselmeer bij in een logboek. Alles schrijft hij op: hoe de wind stond, wie er meefietsten, op welke fiets hij reed en of er lekke banden of andere gekkigheden waren. Zo verloor zijn vaste fietskameraad wijlen Willem van Dok zijn kunstgebit tijdens rondje 307 en reed fietsmaat Dirk Steltenpoot in rondje 365 verkeerd terwijl hij al voor de 153ste keer meereed.

Het logboek waarin Dirk de Vries zijn fietstochten bijhoudt. Alles schrijft hij op: gemiddelde snelheid, windrichting, temperatuur en fietsmaten.
Foto’s Marijn Fidder

Hij doorstond alle weersomstandigheden. Hij verzoop en bevroor, hagelbuien kletterden door zijn wielen en een keer sloeg de bliksem vlak naast hem in. Maar klagen? „Wie gaat er nou balen van iets wat de natuur doet?”

Net zo verwonderd als naar de natuur kan hij kijken naar zijn eigen lichaam. „Het lijf is een mooi mechanisme. Het past zich zo goed aan dat het dit kan met twee broodjes en een banaan.” Als hij door winterweer een tijd niet kan fietsen, voelt hij zijn lichaam zwakker worden. De borst wordt nauwer en het hart slaat weleens over. Een reden om bij een beetje weer op de fiets te springen.

Onderweg stopt hij regelmatig om met onbekenden te praten. „Zonderlingen”, noemt hij ze, met allerhande levensverhalen. Iedereen heeft een verhaal, daar is hij van overtuigd, en hij wil het graag horen. Regelmatig rijdt hij daarom niet op de racefiets maar op de normale fiets. „Dan zit je wat rechter en zie je meer”.

Afhankelijk van hoe de wind staat rijdt De Vries boven of beneden langs (BOL en BEL in het logboek), zodat hij „voor de wind” over de Afsluitdijk kan. Twee opties dus, maar altijd dezelfde route. Toch verveelt het geen moment. „Het mooie van steeds hetzelfde doen is dat je de verschillen gaat zien. De eerste week van mei is de allermooiste. Dan staat alles in bloei: het witte fluitenkruid in de kanten en bij de kop van Friesland ziet het nu al geel van het speenkruid. De eerste zwaluw zal deze week wel komen.”

39 lekke banden

Sommige rondjes zijn zo gedenkwaardig, daar is geen logboek voor nodig. Rondje 288 bijvoorbeeld. Fietsend over de Houtribdijk (tussen Enkhuizen en Lelystad) doemden donkere wolken op boven Lelystad. Maar omkeren doet De Vries nooit. „Nou, één keer dan. Bij rondje 17. Toen sneeuwde het zo hard en bleken mijn waterdichte schoenen niet waterdicht. Dat rondje is natuurlijk niet meegeteld.” Als hij samen met een fietsmaat de enorme onweersbui in rijdt, besluiten ze te schuilen in de dichtstbijzijnde boerderij. „De boer had ons gezien en riep dat ’ie wel koffie had.” Sindsdien is de boerderij van Aard de Kuiper tussen Swifterbant en Lelystad een vaste stop. In „het prieeltje” waar De Vries destijds schuilde, hangen vellen papier aan de muur. Daarop noteert De Vries wanneer hij langs geweest is. Net als De Vries biedt De Kuiper graag een luisterend oor. Ze delen de overtuiging dat ieder mens een verhaal heeft: „Sommigen zijn bijzonder omdat ze niet bijzonder zijn.” Over de meeste andere dingen zijn de vrienden het niet eens.

De vijfhonderd rondjes haalt De Vries precies volgens schema in de zomer van 2009. Vallen doet hij amper en behalve 39 lekke banden en één breuk is hij een heus zondagskind. „Zondagochtend geboren. Dan zit het leven mee.” In zijn logboek zoekt hij iedereen op die ooit meefietste, om uiteindelijk met zeventig fietsers de teller op in totaal honderdduizend kilometer te zetten. Bij de boerderij van De Kuiper staat die zaterdag een broodtafel klaar. Bij bakker Henk Breimer in Lemmer, een andere vaste stop en goede vriend, krijgt iedereen taart. „Ze zeggen dat je trouwdag de mooiste uit je leven is, zegt De Vries. „Maar dat was toch ook wat. Dat mensen zoiets voor anderen doen, zonder iets terug te willen.”

De Vries maakt zich klaar voor een fietsronde, thuis in zijn garage.
Foto’s Marijn Fidder

Ook inspirator Rommert Schippers staat langs de kant. De Vries had er niet meer op gerekend sinds Schippers had aangegeven geen contact meer te willen. „Het was een beetje een einzelgänger. Niet zoals ik. Toen hij overleed, belde een nichtje. Ze hadden een papiertje in zijn zak gevonden met mijn naam en telefoonnummer. Achteraf gezien was ik zijn meest naaste vriend. Familie had hem 35 jaar niet gesproken.” De nichten en neven komen langs en zijn verbaasd als ze de vele anekdotes horen. De Vries krijgt logboeken die Schippers bleek bij te houden. Minder gestructureerd, op verpakkingen van Brinta en aardappelpuree, wel met meer details. De Vries koestert ze. De fiets van Schippers, de sokken nog om het stuur, staat bij het prieeltje.

Afsluitdijk afgesloten

Na de vijfhonderd is het even klaar met de rondjes. Met zijn vrouw fietst hij naar Santiago de Compostella. Maar „iedereen vroeg of ik voor de duizend zou gaan. Dat bracht me op het idee om dat echt te gaan doen.” Hij is nu 75 en heeft in twintig jaar tijd 981 rondjes gereden.

Hoe de laatste negentien eruit gaan zien, is nog onzeker. Vrienden en familie waren al bezig met de organisatie van ‘Dirks duizendste’ voor 31 augustus, toen begin maart het bericht kwam dat het fietspad op de Afsluitdijk drie jaar dichtgaat voor groot onderhoud; per 1 april.

Foto Marijn Fidder

Eerder was er ook al „een handicap” toen in 2017 de Houtribdijk afgesloten werd voor fietsers. Iemand van Rijkswaterstaat kwam praten over alternatieven. „Ze vonden het een bijzonder project en wilden graag meedenken.” Er werd een taxibusje geregeld, de gemiste kilometers compenseerde hij met een omweg. Ook over de Afsluitdijk rijden nu bussen voor fietsers – ook hiervoor zal De Vries kilometers compenseren.

Vorige week liet minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) weten dat onderzocht wordt of Afsluitdijk toch incidenteel kan worden opengesteld voor fietsers.

Positief gestemd blijven, zegt De Vries, is voor nu de enige optie. Bij een cursus filosofie leerde hij zich niet druk te maken over wat buiten de cirkel van invloed ligt. „Dat is soms wel heel lastig, hoor. Maar er zit in ieder geval beweging in bij Rijkswaterstaat.”