Schoonzwemmen tegen de levensmoeheid in ‘Le Grand Bain’.

Gilles Lelouche: ‘In Frankrijk zijn schokkend veel mannen depressief’

Interview Regisseur Gilles Lelouche had in Frankrijk een hit met zijn komedie ‘Le Grand Bain’: depressieve mannen die samen schoonzwemmen in een tijd van gele hesjes.

Acteur-regisseur Gilles Lellouche (46) heeft weinig last van de Franse malaise. Als we hem op een zondagmiddag in januari spreken in Hotel du Collectionneur marcheren de gele hesjes aan de overkant van de Seine. Voor alle zekerheid is de naburige Champs-Élysées afgezet met politiebusjes. De warenhuizen zijn dicht, banken en restaurant met spaanplaat dichtgespijkerd. Parijs ziet eruit als een spookstad.

Lellouche is monter: zijn komedie Le Grand Bain is met 4,2 miljoen bezoekers een bonafide hit. Niet het formaat van vergelijkbare troostkomedies als Intouchables (19 miljoen bezoekers) of Bon Dieu (12 miljoen). Maar zijn film over acht depressieve, mislukte en marginale mannen van middelbare leeftijd die een nieuwe levensdoel en groepsgevoel zoeken in schoonzwemmen raakt een snaar.

Gaat Le Grand Bain over de Franse joie de malheur? Sinds 2011 steekt periodiek een debat over de Franse depressie op. De WHO stelde toen vast dat 21 procent van de Fransen ooit kampt met klinische depressie: een wereldrecord. Frankrijk kende het hoogste gebruik van antidepressiva en een van de hoogste zelfmoordcijfers in Europa, driekwart daarvan mannen. Volgens een peiling van WTA-Gallup hadden zelfs Irak en Afghanistan een zonniger toekomstbeeld dan Frankrijk.

Lees ook de recensie: Schoonzwemmen biedt mannen een tweede kans

Les Misérables dus, in een natie die zich laat voorstaan op zijn verfijning, hedonisme en joie de vivre. Ook de mannen van Le Grand Bain zijn collectief de weg kwijt. Bertrand, vertolkt door Mathieu Amalric, spant de kroon: hij verloor na twee jaar depressie zijn baan en speelt de hele dag Candy Crush op de sofa – tot schoonzwemmen verlossing brengt.

Staat Bertrand voor die nieuwe Franse masculiniteit? Gilles Lellouche: „In Frankrijk zijn schokkend veel mannen depressief. Het ontbreekt ze aan hoop en geloof, aan iets om naar uit te kijken. Elke actie lijkt zinloos, depressie is je daarbij neerleggen. Al met al leek de tijd me rijp om over onze collectieve malaise te lachen.”

Zijn gele hesjes een uiting van die malaise?

„Ja, maar gemengd met woede en rancune. En dat is normaal. Als je ziet dat miljardairs honderden miljoenen weggooien voor een toeristische trip naar de ruimte, terwijl zij… enfin, ik begrijp ze. Niet dat we honger lijden, de Franse welvaartsstaat functioneert. Maar er is geen perspectief, alles is vastgedraaid in technocratie. We moeten weer het gevoel hebben dat we samen iets ondernemen.”

Zoals de gele hesjes?

„Nee! Het voelt vast goed om samen zo’n rotonde te bezetten, maar het enige dat ze bindt is woede over de elite. Iets negatiefs. Er is geen gezamenlijk doel, ze zwemmen niet synchroon. De een wil revolutie, de ander een wit Frankrijk, de een sloopt monumenten, de ander houdt ze tegen.”

Uw film wordt vergeleken met ‘The Full Monty’. Was dat een inspiratie?

„Eerlijk gezegd zag ik alleen de eerste helft van The Full Monty, op tv. Ik weet dat het gaat over werkeloze Britse metaalarbeiders die geld willen verdienen met striptease. Mijn mannen doen het voor zichzelf, om uit hun sleur te breken, hun hart weer te voelen kloppen.

Gilles Lellouche in Cannes, 2018. Foto EPA/FRANCK ROBICHON

„De inspiratie was research die ik in 2008 deed bij de AA toen ik een alcoholist moest spelen [in de telefilm Un singe sur le dos, red.]. De manier waarop ze naar elkaar luisterden zonder te oordelen, dat ontroerde me enorm. We leven in een tijd dat iedereen elkaar – op Twitter, media, tv-shows – pootje licht, uitscheldt, belachelijk maakt. Alles draait om winnen. Ik wilde iets doen over warmte en contact, over mannen die samen iets bereiken, iets heel kleins. Maar ik kon geen goede vorm vinden. Tot een producer me attendeerde op een documentaire op Arte, over een Zweedse schoonzwemploeg voor mannen.”

Uw mannen bedrijven een vrouwensport, iedereen lacht ze uit. Kiezen ze dat om hun groepsgevoel te versterken?

„De sport versterkt dat zelf al. Schoonzwemmen draait om synchroniciteit. Maakt één iemand een fout dan gaat alles fout. Je moet elkaar dus perfect leren aanvoelen. Wat betreft het vrouwelijke aspect: we bevinden ons in een rare oorlog tussen de seksen die we liever vermijden, maar die niet valt te stoppen. Eerst ging het over vrouwenrechten, nu staat de hele definitie van masculiniteit op de helling. Dat maakt schoonzwemmen zo treffend. Bij vrouwen denkt je aan oubollig en suf, bij mannen is het licht, verrassend, poëtisch.”

Schoonzwemmen in ‘Le Grand Bain’.

‘Le Grand Bain’ begint als een reeks incidentjes, alles komt pas laat samen. Hoe wist u dat die aanpak zou werken?

„Het is een ensemblefilm, ik ben daar dol op. Robert Altman, Paul Thomas Anderson in Magnolia. Het kost tijd om iedereen te introduceren, de eerste helft van Le Grand Bain is eigenlijk te lang. Maar zie dat als een boog die je aanspant voor je de pijl loslaat. Daarna stijgt de film op, wordt het echt grappig en ontroerend.”

Wat het lastig de acteurs te leren schoonzwemmen?

„Ik heb een voormalige coach van de Franse Olympische ploeg ingehuurd. Ze zei na de eerste les: dit wordt echt niks. Een van de acteurs kon niet eens zwemmen, hij had daarover tegen mij gelogen.”

Welke?

„Die forse Tamil, Avanish. Voor straf moest hij in één scène kurkjes dragen. Ik pakte het met de acteurs bewust net zo aan als in de film. Ze troffen elkaar voor het eerst in het zwembad, socialiseerden in de kleedkamer en trainden net zolang tot ze een team waren. Ze deden erg hun best, de coach belde na een week en zei: ‘ze gaan snel vooruit, het wordt nog wel wat’. Maar ik zal u verklappen dat we wel stuntmannen hebben gebruikt. Synchroon met de benen boven water trappelen was te hoog gegrepen.”

De acteurs zijn echt afgetraind?

„Ik denk dat ze het vooraf best opwindend vonden een sport te leren. Maar het was zwaarder en moeilijker dan ze dachten. In Frankrijk doen acteurs zelden fysieke training voor een rol. Onze traditie draait om natuurlijk acteren, de Franse acteur is minder fit dan de Amerikaanse.

„Wat mijzelf betreft: het is al vijftien jaar sinds mijn vorige film, Narco. Misschien liep ik te lang met het script rond, maar op de set gedroeg ik me als de strenge badmeester. Benoît Poelvoorde zat de hele tijd moppen te tappen. Tot ik snauwde: ‘Kappen daarmee. Nu!’ Enfin, hij is een oude vriend, hij kan dat van me hebben.”