Opinie

De vent koopt de tent, dat is de echte trend

Menno Tamminga

Opeens viel het kwartje. Het was die oude leus van de private-equityfinancier CVC. Turning managers into owners. Directeuren worden eigenaren, beweerden de CVC-advertenties. Fotootjes erbij van serieus ogende managers die hun werkgever hadden gekocht en hun verhaal deden. Spannend. De vent koopt de tent.

Dat doet Michiel Witteveen, de directeur van Blokker Holding, ook. Hij is de nieuwe eigenaar van winkelketen Blokker, Marskramer en Big Bazar, een prijsvechter die het moest opnemen tegen het succesnummer Action.

CVC gebruikte zijn motto twintig jaar geleden om directeuren van bedrijven ervan te overtuigen dat ze de onderneming waar ze werkten ook zelf konden kopen, een zogeheten management buy-out. De baas blijven én rijk worden. Net als CVC en de financiers achter CVC zelf natuurlijk. Die laatste zijn beleggers – zoals verzekeraars, pensioenfondsen, soms ook buitenlandse staatsinvesteringsfondsen uit oliestaten.

Lees ook dit achtergrondverhaal: beleggen levert meer op dan winkels

De overname van Blokker door directeur Witteveen is zo’n voorbeeld van een langlopende trend waarvan je bijna zou vergeten hoe ingrijpend die is voor het bedrijfsleven én de economie. De trend is het feit dat de leiding én de eigendom van grote(re) ondernemingen steeds meer in één hand komen. Denk aan Witteveen. Denk aan Marcel Boekhoorn, de nieuwe eigenaar van Hema. Denk aan familiebedrijven als SHV, die een aparte werkmaatschappij heeft voor participaties in bedrijven én die zelf ook grote bedrijven (viskweker Nutreco) overneemt. Denk ook aan de twee Belgische familiebedrijven die de meeste landelijke en regionale Nederlandse kranten hebben overgenomen. En denk aan private-equityfinanciers die de margarinedivise van Unilever en de speciaalchemiedochter van AkzoNobel hebben gekocht. Het zijn stuk voor stuk verschillende financiers. Ze gebruiken meer of minder financiële trucs bij overnames. Ze zijn meer of minder op de lange termijn georiënteerd. Maar wat hen bindt is: directie en eigendom vloeien in elkaar over.

Die combinatie van eigendom en leiding druist in tegen de werkwijze van de grote beursgenoteerde onderneming zoals die in de twintigste eeuw is ontstaan. Bedrijven als General Motors, Standard Oil, Shell, Unilever. Zij hadden of hebben tienduizenden aandeelhouders. Het kapitaal van die beleggers financierde de grote investeringen in fabrieken, pijpleidingen, boringen en investeringen. De leiding verschoof van oprichters naar de klasse van professionele managers. Zij leidden de managerial revolution.

De leiding bij die concerns was (en is) hooguit een symbolische aandeelhouder, geen echte eigenaar. Omdat de aandelen zijn verspreid over zoveel beleggers heeft de directie, de bedrijfsleiding, een zelfstandige positie. De directie heeft de kennis van zaken, de beleggers zijn passief. Ze krijgen de managers niet (makkelijk) weg.

De bedrijfsleiding legt één keer per jaar op een vergadering verantwoording af; een bijeenkomst met een ritueel karakter. Vergelijk dat met bedrijven in handen van private-equityfinanciers. Daar legt de directie maandelijks of nog regelmatiger (financiële) verantwoording af aan hun eigenaren.

Bij Blokker neemt Witteveen straks de rol over van Ab en Els Blokker, die eigenaar op afstand waren geworden. Eigendom en leiding komen weer samen. Juist omdat die trend zo alomtegenwoordig is, zou je ’m bijna over het hoofd zien in de maalstroom van de pieken en dalen in de economie en op de financiële markten. De scheiding van eigendom en leiding is kenmerkend voor beursgenoteerde bedrijven.

Daarom is de beurs ‘uit’. De vent en zijn tent zijn de trend.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.