Brieven

Brieven

In het artikel De machine neemt ’t over (6/4) wordt de mate van automatisme in een vliegtuig overdreven. Het is onjuist dat piloten nog slechts bewakers zouden zijn van een automatisch sturend systeem. Elk passagiersvliegtuig wordt te allen tijde door de piloten bestuurd. Elke richting-, snelheids-, of hoogteverandering wordt voor en tijdens de vlucht door piloten ingevoerd via een interface. De automatische piloot voert slechts uit wat de piloten instellen. De in het artikel genoemde beschermingen in de ‘diepere lagen’ van het besturingssysteem dienen vooral het verhogen en bewaken van de stabiliteit. Deze zijn nodig omdat de uitersten in de vliegtuigbouw worden opgezocht. Ze hebben enkel invloed op de directe richting of snelheid als een geprogrammeerde grens wordt overschreden en slechts voor een korte periode, tot men onder de grenswaarde terugkeert. Deze grenswaarden liggen overigens buiten bereik van normale vliegbewegingen.

Vliegen is in hoofdzaak niet veiliger geworden door automatische besturing, zoals gesuggereerd wordt. Het is vooral veiliger geworden door ingebouwde waarschuwingssystemen, zoals een weerradar, waar piloten dan op kunnen reageren. Verder draagt vooral het leereffect bij, wat in de luchtvaart bij elk ongeval zeer efficiënt benut wordt.


Piloot