Bomenplant werkt alleen met divers bos

Klimaat Bedrijven hopen met het planten van bomen de uitstoot van CO2 te compenseren. De ervaring in China leert dat bossen met een beperkt aantal soorten niet werken.

Een boer plant jonge boompjes in de Chinese provincie Shaanxi.
Een boer plant jonge boompjes in de Chinese provincie Shaanxi. Foto Xinhua/eyevine

Het planten van bomen geldt al decennialang als een zinvolle vorm van klimaatbeleid. Bomen halen kooldioxide uit de atmosfeer en helpen zo de opwarming van de aarde te voorkomen. Shell gaat, als eerste oliemaatschappij ter wereld, daaraan een bijdrage leveren. Met een beetje extra geld voor een liter benzine (voorlopig niet meer dan een cent) wil Shell bomen planten en zo het gebruik van zijn fossiele brandstof compenseren.

Maar werkt het ook?

Als er één land is waar ze ervaring hebben met het planten van bomen om milieuschade te herstellen, dan is het wel China. Alleen al in de afgelopen tien jaar is er daar voor zo’n honderd miljard euro aan nieuwe bossen aangelegd. Sinds het begin van deze eeuw komt er ieder jaar zo’n vier miljoen hectare bos bij (iets minder dan het oppervlak van Nederland).

Het besluit tot deze massale herbebossing werd aanvankelijk niet genomen in de strijd tegen de opwarming van de aarde, maar tegen bodemerosie. Dat is een erfenis uit de tijd van de toenmalige Chinese leider Mao Zedong, die de grote sprong naar meer welvaart wilde maken met staal en graan, waardoor bossen moesten plaatsmaken voor ijzerertsmijnen, rijstplantages en tarwevelden.

In 1998 werden de rampzalige gevolgen van dit beleid zichtbaar. Bij een grote overstroming van de rivier de Yangtze kwamen meer dan 4.100 mensen om het leven en werd voor tientallen miljarden euro’s aan materiële schade aangericht. Deze ramp, dat was duidelijk, werd mede veroorzaakt door de massale ontbossing.

En dus werden, met dezelfde voortvarendheid als waarmee Mao ze liet kappen, de bomen weer aangeplant. Boeren kregen een fors bedrag voor iedere nieuwe boom – zo veel dat het aantrekkelijk was om oude bomen te kappen om nieuwe te kunnen planten.

Volgens critici zijn China’s nieuwe bossen geen bossen, maar ‘groene woestijnen’

De vergroening was op het eerste gezicht een groot succes. Maar het Chinese project laat ook de keerzijde zien van ongebreidelde, ondoordachte herbebossing.

Al in 2011 waarschuwde Xu Jianchu, hoogleraar aan het Kunming Instituut voor Plantkunde, in een opiniestuk in het tijdschrift Nature dat China’s nieuwe bossen niet zo groen zijn als ze lijken. Dat komt volgens Xu doordat er maar een beperkt aantal soorten wordt gebruikt: vooral snelgroeiende coniferen en eucalyptus, rubber- en fruitbomen, omdat de lokale bevolking daar ook van profiteert.

Volgens critici zijn dit geen bossen, maar ‘groene woestijnen’, zoals natuurbeschermer Wu Jiawei ze noemt in een artikel in The Christian Science Monitor. Ze hebben weinig met natuur te maken. De biodiversiteit is er sterk gedaald. Inheemse plantensoorten kunnen er maar moeilijk aarden. Vogels, bijen, slangen en andere dieren zoeken hun heil elders. „Het gevaar bestaat dat sommige soorten voorgoed zullen verdwijnen.”

Bonn Challenge

Dat risico bestaat ook bij de herbebossing in de strijd tegen klimaatverandering. In een vorige week verschenen artikel in Nature worden onder meer de resultaten van de Bonn Challenge uit 2011 onderzocht. Dit initiatief van de Duitse regering en de International Union for Conservation of Nature (IUCN) geldt als een van de grootste projecten voor herbebossing wereldwijd. Het doel is om tot 2030 zo’n 350 miljoen hectare grond (een gebied ter grootte van India) opnieuw te bebossen. Zeker 43 landen doen eraan mee.

Volgens de onderzoekers gaat het bij bijna de helft van de beloofde bossen om commerciële plantages. Nog eens 20 procent van de bossen is agrobosbouw, een combinatie van landbouwgrond en bossen. De rest, niet meer dan een derde, is natuurlijk bos. En juist die natuurlijke bossen zijn dus het beste voor het klimaat. 350 miljoen hectare natuurlijk bos neemt ruim veertig keer meer koolstof op dan een plantage en zes keer meer dan gebieden met agrobosbouw.

Het wordt tijd voor een betere definitie van wat we met bossen bedoelen, schrijven de onderzoekers. De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, noemt alles een bos wat groter is dan een halve hectare, met ten minste vijf meter hoge bomen en een bladerdak dat meer dan 10 procent van het gebied bedekt. Geen woord over klimaat, geen woord over biodiversiteit.

Herbebossing kan helpen om klimaatverandering te voorkomen. Maar een bos is meer dan een verzameling bomen. Zonder aandacht voor biodiversiteit kan het planten van bomen weleens meer kwaad doen dan goed. Het gevaar bestaat dat we door de bomen het bos niet meer zien, schrijft Jianchu Xu in zijn artikel in Nature.