Opinie

Zijlijnverdriet

Marcel

Marcel van Roosmalen

Het zal een dag of tien geleden zijn, ik zat op zolder te doen alsof ik zat te werken. Even daarvoor had ik de vriendin nog geholpen met een dekbedovertrek aan de wasmolen te hangen. Lente in de lucht, hele plukken krokussen in de achtertuin. Ze gooide het haar naar achteren, laatste onbezorgde schaterlach van het voorjaar.

Een rauwe, onmachtige gil.

Ik trof haar radeloos, ze had haar telefoon als een vies ding van zich afgeworpen. Een van haar beste vriendinnen was opgegeven. Een niet te stoppen tumor, nog een paar weken, een paar maanden hooguit. Daarna: een rivier van ellende, een stroomversnelling, een belachelijk snelle dood.

Ik ben dan wel elf jaar ouder, maar veel minder ervaren op dit gebied. Een rookie nog, behalve een dode vader nog weinig meegemaakt. Ik wilde wel meejanken, graag zelfs, maar het was mijn verdriet niet.

Rouw is een dot haar in het doucheputje, slaappillen en oordoppen, crème tegen uitslag, uit het raam staren, duizend keer hetzelfde onrecht benoemen, een doffe spons die al het andere wegdrukt, jezelf letterlijk omhoog hijsen uit de bank, opstaan en weer vallen en zin hebben in een slechte film.

Mijn moeder belde, rouw is ook eenzaamheid, besefte ik. Ze zei dat er na de begrafenis van haar laatste zus geen schouder meer over was om op te huilen, dat ze soms twijfelde aan herinneringen omdat er niemand meer over was om ze te corrigeren.

Zo heb je het over een bruiloft, vakantie en een bloemenperk in plaats van grint in de voortuin, zo zat de dood opeens ongevraagd in de mooiste stoel van de kamer en zei ik alleen nog maar de verkeerde dingen.

Ik kreeg als ongevraagde tips ‘gewoon doen’, ‘jezelf wegcijferen’ en ‘luisteren’.

De meisjes (2 en 3) en ik probeerden niet teveel aan ons zelf te denken. Ik herkende veel in de oudste die eerst al haar knuffelbeesten naar haar moeder bracht en daarna om een koekje vroeg.

We fietsten naar Krommenie, amuseerden ons vanuit het speeltuintje met een burenruzie op het balkonnetje van een galerijflat, bij boekhandel Stumpel kostte een plaatjesboek van Max Velthuis maar twee euro, er was kermis tegenover het winkelcentrum.

In de Albert Heijn gaf de jongste haar moeder een stronk broccoli en vroeg: „Is het verdriet nou al weg?”

De vriendin pakte haar op, snuffelde in haar nekje en zei dat het nog wel even zou blijven. Het was lief en treurig tegelijkertijd. Toen het klaar was raapte ik de stronk broccoli op.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.