Pieter van Vollenhoven: „De toezichthouders treden vaak niet kordaat op. Ze bijten niet. Er is een overlegcultuur.”

Foto Patrick van Katwijk/ANP

'Het is droevig gesteld met de veiligheidscultuur in Nederland'

Pieter van Vollenhoven Bijzonder hoogleraar risicomanagement Voeg alle veiligheidsinspecties bij elkaar tot een nationale inspectie, bepleit Pieter van Vollenhoven in zijn nieuwe boek.

Het is droevig gesteld met de veiligheidscultuur in Nederland, stelt Pieter van Vollenhoven. Met veiligheid wordt „uiterst slordig” omgesprongen. „Ik durf zelfs te stellen dat het onderwerp veiligheid een casinospel dreigt te worden van ‘het kan goed of slecht gaan’”, schrijft de bijna 80-jarige echtgenoot van prinses Margriet in het boek Oproep van een waakhond, dat maandag verschijnt.

Van Vollenhoven, bijzonder hoogleraar risicomanagement, is „uiterst tevreden” over de werkwijze van de mede dankzij hem opgerichte Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), maar bepleit nu ook de komst van een onafhankelijke ‘nationale veiligheidsinspectie’ die voortkomt uit de bestaande nationale inspecties en toezicht houdt op het dagelijks werk.

Want, zegt hij, steeds opnieuw blijkt bij ongevallen en rampen dat mensen zich niet aan veiligheidsregels hebben gehouden. Bij de vuurwerkramp in Enschede. Bij de cafébrand in Volendam. Bij de crash met een toestel van Turkish Airlines bij Schiphol. De brand in het detentiecentrum op Schiphol. De onveiligheid van de opslagtanks bij Odfjell.

Van Vollenhoven houdt kantoor in Den Haag, als voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid, en hamert in het gesprek, net als in het boek, op zijn belangrijkste punt: onafhankelijk toezicht. „Onafhankelijkheid is als maagdelijkheid. Die kun je maar één keer verliezen.”

Is Nederland uniek in een slordige omgang met veiligheid? Of is het de mens eigen?

„Ik denk het laatste. We maken regels en als er dan niks gebeurt, wijk je langzamerhand van die regels af. We hebben bijvoorbeeld om een bepaalde reden afgesproken dat ik u elke maand bel om te kijken hoe het u vergaat. Ik heb het drie maanden niet gedaan. En u zit er verder ook niet meer op te wachten. Tot het een keer mis gaat. Dan is er iedere keer weer niemand die er op let en vraagt: waarom is ooit die afspraak gemaakt en waarom wordt die niet nageleefd?”

En veiligheid kost geld?

„Regels gaan veelal om economische motieven overboord. Ik heb opgezocht dat ING tussen 2010 en 2013 met betrekking tot het witwassen 49 keer was gewaarschuwd. 49 keer! En het Openbaar Ministerie wijt deze misstanden onder meer aan bezuinigingsdrift bij ING. Leest u dat maar na in mijn boekje. Neem de ramp met de Space Shuttle in 1986. Dat de sluitringen lekten, was absoluut bekend. Maar als je dat wilde verhelpen, had het hele lanceerprogramma moeten worden gestopt. Kost handenvol geld. Dan wordt er gezegd: er is nog nooit iets gebeurd. En dan ga je door.

„Zo ging het ook bij het ongeval met de truck in Haaksbergen. In een vergunning staat dat de veiligheid van burgers moet worden gegarandeerd. Maar daar wordt helemaal niet meer naar gekeken. Het was gewoon goed voor de economie. En waarom noem ik dat een casinospel? Omdat het even goed op een evenement elders had kunnen gebeuren. Daar is de vergunningverlening identiek. Het kan goed gaan en het kan slecht gaan.”

Dus... toezicht.

„Om ons in het gelid te houden. Als de Onderzoeksraad komt kijken, is het te laat. Die maken geen beleidsadviezen. En het is ook geen toezichthouder.”

Hij legt het rapport van de OVV over de behandeling van Michael P., die in 2017 Anne Faber doodde, op zijn bureau. En zegt: „Een inspectie had hier toezicht moeten houden. De regels zijn er wel, maar worden niet nageleefd. Maar dat toezicht moet wel onafhankelijk zijn! En dan moeten er geen instructies zijn bij inspecties om een oogje dicht te knijpen, zoals ik in gesprekken wel heb vernomen.”

Die inspecties werken nu niet goed?

„De toezichthouders treden vaak niet kordaat op. Ze bijten niet. Zo was het bij Odfjell Terminals. Of Volendam. Alles is bekend, maar er wordt niet ingegrepen. Er is een overlegcultuur. In veruit de meeste gevallen belt de inspectie of het schikt. Als het niet schikt, dan komt men niet.”

Het is toch beleid om veiligheid over te laten aan de bedrijven zelf?

„Ik vind het prachtig dat je de veiligheid aan bedrijven overlaat. Maar je moet er wel op toezien dat de afspraken worden nageleefd. Zo niet, dan wordt het bedrijf gesloten. Kijk, niemand is tegen een kwalitatief goeie inspectie. Fatsoen wordt niet beloond. Bedrijven die zich niet aan de regels houden, kunnen veel meer verdienen dan andere bedrijven. Denk aan de dieselsoftware. Dat is oneerlijke concurrentie. Men wil gelijke spelregels.”

Van Vollenhoven ziet nog een oorzaak voor het falen van inspecties: sommige inspecties doen zowel strafrechtelijk- als veiligheidsonderzoek. Van Vollenhoven: „Sommige inspecties hebben nu twee taken. Je weet bij een ambtenaar nooit precies wie je voor je hebt. Uit het onderzoek naar de fipronileieren kwam boven water dat bij de [Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit] NVWA volgens een interne instructie bij ernstige zaken het strafrechtelijk onderzoek prevaleert boven het veiligheidsonderzoek. Dat is een instructie waarover buiten niets bekend is. Inspecties fungeren ook als verlengstuk van het OM. Dat moet veranderen. De strafrechtelijke onderzoeken moeten terug naar het OM.”

Want als je dat niet doet, kom je niet achter de waarheid? Omdat tegen justitie niet iedereen zegt: inderdaad, ik ben vergeten in de cockpit dat knopje in te drukken?

„Je hebt zwijgrecht. Niemand hoeft bij te dragen aan z’n eigen veroordeling. Je ziet het ook aan andere landen. Die willen gerust meewerken aan veiligheidsonderzoek. Als ze maar de garantie krijgen dat hun verklaringen niet in het strafrecht belanden. Denk maar aan MH17.”

Hoe moet zo’n nationale inspectie eruitzien? Veeg je alle inspecties gewoon bij elkaar?

„Eigenlijk wel. Kijk, gezellige verslaggever, de Onderzoeksraad is indertijd ook gewoon bij elkaar geveegd. De oprichting heeft lang geduurd. Omdat de ministers het niet wilden. Omdat de overheidsrechtspraak het niet nodig vond. En omdat de partijen allemaal afzonderlijke raden wilden. Voor defensie. Voor het spoor. Voor luchtvaart, scheepvaart, binnenvaart. Daarom gaat men hier ook weer tegen protesteren.”

Het is natuurlijk wel even wennen, al die inspecties bij elkaar.

„Ja, absoluut. Het sectorale denken zit diep. Bij de totstandkoming van de Onderzoeksraad heeft de medische wereld precies zo gepiept als u nu doet. Ze zeiden: wat heeft het wegverkeer nu met de medische wereld te maken. Toen wij met de Onderzoeksraad het Radboudumc onderzochten, moest ik mijn opwachting maken bij een aardige professor. Hij wilde niet meer met mijn onderzoekers praten omdat het geen medici waren. Toen heb ik hem verteld dat toen ik voorzitter werd van de Spoorwegongevallenraad, ik nog nooit eerder in een trein gezeten. Maar ik hou wel van het onderwerp veiligheid. Over de techniek van een trein kunnen anderen mij precies vertellen hoe het zit.”

Is het zelfs beter? Voorzitter Tjibbe Joustra van de OVV zei vorige week dat zijn oordeel scherper is, juist omdat hij buitenstaander is.

„Daar heeft de heer Joustra volkomen gelijk in. Zet dat maar in de krant!”