Op pad met 'groene boa's' in Limburg

Stropers In Limburg stijgt het aantal meldingen van wildstroperij, maar er is een tekort aan handhaving. Op pad met ‘groene boa’s’ Huub en Ralph.

Opsporingsambtenaar Ralph Vossen op patrouille in het buitengebied rond Venlo.
Opsporingsambtenaar Ralph Vossen op patrouille in het buitengebied rond Venlo. Foto Chris Keulen

‘Godverdomme!”, roept Ralph Vossen (40). Door zijn verrekijker tuurt de opsporingsambtenaar over het zweefvliegveld van natuurgebied De Groote Heide. Tegen de rode lucht van de ondergaande zon zijn aan de horizon twee zwarte stipjes te zien, die over het terrein richting de Duitse grens bewegen. Het zweefvliegveld is verboden terrein, legt Ralph uit. „Als we om het veld heen rijden, kunnen we ze halverwege opvangen”, zegt hij vastbesloten. „Maar dan krijgen ze een prent, von mich wel in ieder geval.”

Collega Huub Verkennis (52) vindt het goed. De mannen stappen in hun auto’s. Wanneer ze in de buurt van de jongens komen, beginnen deze harder te lopen. „Dat kunnen wij ook”, zegt Huub fanatiek. Hij draait zijn auto het pad af, het veld in en rijdt in volle vaart richting het tweetal.

De criminaliteit op het Limburgse platteland neemt toe. Het aantal meldingen van wildstroperij stijgt, maakte de lokale afdeling van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging onlangs bekend. Met illegale wapens wordt gejaagd op reeën, wilde zwijnen en hazen. Een oorzaak kan de groeiende populariteit van wild vlees zijn: stropers verkopen het vlees op de lokale zwarte markt. Andere stropers gaat het vooral om de kick: ook het ‘groene casino’ is populair. Hierbij zetten mensen geld in op honden die hazen moeten vangen.

De hele provincie telt twintig tot dertig buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) die deze problemen moeten bestrijden. Dan rekent Huub – een grote man met blauwe ogen en een baard – de parttimers en vrijwilligers mee. Als lid van de Groene Brigade werkt Huub voor de provincie Limburg. Ralph, eveneens met baard, is opsporingsambtenaar voor Stichting het Limburgs Landschap. De verschillende handhavingsorganisaties werken veel samen, maar dat verhelpt de problemen niet. „Er is echt te weinig toezicht”, zegt Huub. „Om goed toezicht te houden, is het dubbele aantal mensen nodig.”

De politie heeft zich volgens hem steeds meer teruggetrokken uit het buitengebied, terwijl de boa’s niet altijd genoeg middelen hebben om tegen stropers en andere criminelen op te treden. Huub, gekleed in een steekwerend vest, heeft pepperspray, een wapenstok, handboeien en een portofoon om te communiceren met de meldkamer. Een dienstwapen heeft hij niet. Wanneer hij een stroper op heterdaad wil betrappen, vraagt hij versterking van de politie. Maar die is niet altijd op tijd.

Auto’s op een bosweg krijgen een stopteken, want "dit is niet een weg die je rijdt van A naar B", zegt ‘groene boa’ Huub Verkennis. Foto Chris Keulen

Hulsjes en oude munten

Omdat de handhavers met te weinig zijn om overal te surveilleren, hebben ze geen andere keus dan plekken afgaan waar zij meldingen over binnenkrijgen, of waar zij zelf iets verdachts hebben gezien. Zoals De Groote Heide, waar veel konijnen in een strik aan hun einde komen.

Twee jongens die na zonsondergang het zweefvliegveld betreden, dat maakt de handhavers dus alert. „Wat doen jullie hier?”, begint Ralph op ferme toon, eenmaal aangekomen bij de tieners. De een draagt een grote bontjas en pet, de ander een rugzak waar een metaaldetector uitsteekt. „Afsnijden”, zegt de jongen met de metaaldetector zichtbaar geïrriteerd. Hij vertelt dat ze op weg zijn om bij de grens ijzeren voorwerpen te zoeken: „Hulsjes en oude munten.” Voor de zekerheid doorzoekt Huub de rugzak op stroperspullen, maar vindt niets. Met een proces-verbaal wordt het geval afgedaan. De jongens mogen hun tocht vervolgen.

De volgende stop is Beesel, waar een leefgebied voor wilde zwijnen is. De beesten mogen hier helemaal hun gang gaan en op ze schieten is dus verboden. Huub heeft meldingen gekregen dat dit toch gebeurt en wil een kijkje nemen. Aan de rand van het dorp rijdt hij een bosweg op die langs het leefgebied ligt. Auto’s die hier rondrijden, krijgen een stopteken. „Dit is niet een weg die je rijdt van A naar B, dus als iemand hier rondrijdt, vraag ik wat hij hier doet”, zegt Huub.

In de linkerberm staat een auto geparkeerd met groot licht. Dichterbij gekomen, blijkt er een ouder echterpaar in te zitten. „We zijn op weg naar huis”, zegt de man, waarna hij in het plat Limburgs tegen de boa’s aankletst. Ralph en Huub willen toch even in de achterbak kijken. „Er ligt van alles in, van alles!”, zegt de man jolig, terwijl hij de klep opent. Niets wijst op stroperij. Ook elders in het bos treffen de handhavers weinig verdachts aan. Twee jongens van begin twintig kijken een film in hun grijze Renault Clio. Weer ergens anders staat de auto van twee mannen die zeggen dat ze reeën spotten.

Silhouet van een wild zwijn

De weg gaat verder door het leefgebied van de wilde zwijnen. Met zijn linkerhand houdt Huub een warmtecamera vast waar hij doorheen kijkt. Door de warmtebeeldcamera is het silhouet van een wild zwijn te zien. „Mooi hè”, zegt Huub.

Lees ook: Niemand is geholpen met ‘een beetje’ handhaven

Wanneer hij doorrijdt, doemen in de verte de koplampen van een auto op. Maar voordat de wagens elkaar naderen, is de tegemoetkomende auto afgeslagen, het bos uit. „Die is nondeju snel weg”, zegt Huub wanneer hij bij de zijweg komt. „Dat vind ik apart.” Hij drukt het gaspedaal in. Met 130 kilometer per uur dendert de handhaver over de veldweg, maar de auto houdt zijn voorsprong. Bij de snelweg geeft Huub op. „Dat was heel zeker geen goeie”, zegt hij. „Die stond waarschijnlijk te wachten op een wild zwijn.”

Het is een nieuwe aanwijzing. Ralph noemt de dag en tijd: donderdagavond, tien uur ’s avonds. „Er zit altijd een systeem in wat mensen doen”, legt Huub uit. Een andere keer zullen de opsporingsambtenaren terugkomen, rond hetzelfde tijdstip. Maar dan met de autolichten gedoofd. „Om hem op te wachten of in te sluiten.”