Gamende pubers plegen overval voor het echie

Wie: Sander (19)

Kwestie: beroving pizzakoerier

Waar: rechtbank Almelo

Negentien jaar, een scholier nog. Blanco strafblad, ouders die van hem houden, een eigen webshop. Wat bezielde deze puistjespuber om in het holst van de nacht samen met drie vrienden een pizzakoerier te beroven?

Een impulsieve actie was het niet. Speciaal voor de gelegenheid had de mbo-scholier bivakmutsen gekocht, een imitatiepistool zwart gespoten, een busje pepperspray bij zich gestoken en zijn auto met de ‘matties’ erin naar een parkeerplek in het bos gestuurd, vlak bij de plek des onheils.

De verdachte staart bedremmeld voor zich uit als de rechtbankvoorzitter de verklaring van de overvallen maaltijdbezorger voorleest. Vier mannen sprongen achter een boom vandaan. Ze droegen bivakmutsen. Richtten een pistool op zijn hoofd. Riepen: ‘Je geld en telefoon.’ Direct gaf de koerier 70 euro en zijn mobieltje af. „Eerlijk gezegd”, zegt de voorzitter van de rechtbank in Almelo, „schrok ik me wezenloos. Hemeltjelief: hoe heeft dit in vredesnaam zover kunnen komen?”

Ze waren aan het gamen, vertelt de verdachte, een computerspel waarin je op rooftocht gaat. En toen het gesprek op scooters kwam en ze vaststelden dat ze daar geen geld voor hadden, vroeg „iemand” zich hardop af of ze geen overval konden plegen. Wat begon als een grap werd serieus. „En ik’’, bekent de puber, „ben daarin meegegaan.” In het park moest hij op de uitkijk staan, „maar ik ben bij de auto gebleven. Daar heb ik nog geprobeerd ze te bellen.” Nog geen kwartier later waren zijn makkers terug, met buit. „Ik had direct een steen in mijn maag.”

Snotterend zit de scholier in zijn strafbankje, zijn ouders in hun zondagse kleren ernaast. Het had weinig gescheeld of publiek had deze zitting niet kunnen bijwonen. Verdachte Sander was als enige meerderjarig op de dag van de overval, april vorig jaar. De strafzaken tegen zijn vrienden behandelt de kinderrechter achter gesloten deuren. Voor de strafmaat maakt dat geen verschil. Officier van justitie Carlo Dronkers wil alle verdachten berechten volgens het jeugdstrafrecht, voor afpersing in vereniging. Een verschil tussen 18 maanden gevangenisstraf, zegt hij, en 160 uur taakstraf.

Dit is een jeugdzaak, houdt de aanklager vol. Daarvoor heeft hij de rechter-commissaris „moeten ompraten”. Die wilde de verdachte niet na één nacht cel al vrijlaten. „Maar in bewoordingen en uitingen verschilt verdachte niet van zijn vrienden. Ze hebben met z’n vieren een stomme fout gemaakt.” De rechters knikken. Als kinderrechter berechten ze ook de minderjarige medeverdachten.

Eén voor één ondervragen ze verdachte Sander. Stukje bij beetje vallen er gaten in zijn verhaal. Hoe kan het dat de bezorger vier overvallers zag, terwijl de verdachte volhoudt dat hij er niet bij was? Waarom heeft hij direct de telefoon ‘leeggetrokken’? En hoezo heeft Sander als hij zich bezwaard voelde dan toch gedeeld in de buit? Is hier niet sprake van „een enorme geslepenheid”, vraagt een rechter zich af. De verdachte houdt vol: „Ik heb me laten meeslepen.”

Hamvraag blijft: waarom hebben deze jongens de gamewereld met het echte leven verward? Tegenover duizenden gamers spelen alleen uitzonderingen overvallertje voor het echie. Psychologisch onderzoek is echter niet gedaan. En de officier verwerpt de door de reclassering voorgestelde behandeling door een psychotherapeut. Zijn motivatie: „Sander komt uit een goed nest. Op grond daarvan leg ik hem geen plichten op, hij krijgt meer dan voldoende pedagogische begeleiding thuis.”

De aanklager baseert zich op een brief die de moeder de rechtbank stuurde. Over de schok dat hun Sander een overval heeft gepleegd, de spanningen die dat opleverde in het gezin, en het leed dat de koerier is aangedaan. De aanklager tegen de scholier: „Ik heb je vele malen horen zeggen dat je er niet bij was. Maar die vlieger gaat niet op, vriendelijke vriend. Er was sprake van nauwe en bewuste samenwerking, dus van medeplegen, hoe hard je ook probeert dit misdrijf voor jezelf weg te schrijven. Ik eis 160 uur werkstraf. Doe daar iets mee. Anders verkloot je je toekomst.”

De rechtbank neemt de eis van de officier over. Voor afpersing in vereniging krijgt Sander een taakstraf van 160 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Uit de motivatie: „De verdachte en zijn mededaders hebben de overval gepleegd uit verveling en een hang naar spanning. Zij hebben elkaar willen imponeren en zich op geen enkel moment bekommerd om het slachtoffer.”