Met hele achterpoten de oceaan over

Paleontologie In Peru is een vrijwel compleet fossiel van een oerwalvis met vier poten opgegraven. Oerwalvissen ontstonden bij India.

Zo heeft Peregocetus pacificus er misschien uitgezien, respectievelijk lopend en zwemmend.
Zo heeft Peregocetus pacificus er misschien uitgezien, respectievelijk lopend en zwemmend. Tekening Alberto Gennari, foto's Giovanni Bianucci

Oerwalvissen die nog achterpoten hadden en regelmatig aan land kwamen, konden toch al zo goed zwemmen dat ze oceanen konden oversteken. Dat bewijst de vondst van een 42 miljoen jaar oude oerwalvis in Peru. Het is de eerste vierpotige oerwalvis die is aangetroffen langs de Stille Oceaan. Hij werd al in 2011 opgegraven, maar nu pas komen de details naar buiten. In het artikel daarover in Current Biology heeft de oerwalvis ook een naam gekregen: Peregocetus pacificus.

De eerste oerwalvissen ontstonden zo’n 50 miljoen jaar geleden in het gebied waar nu India en Pakistan liggen. Het waren vlees- en visetende hoefdieren ter grootte van een flinke hond. Ze leefden op de overgang van land naar water en waren aangepast aan beide habitats. Geleidelijk ontwikkelden ze steeds meer aquatische eigenschappen, zoals een gestroomlijnd lichaam en een neusgat bovenop de kop, en verloren ze steeds meer landeigenschappen, waaronder hun achterpoten.

Fossiele oerwalvissen met functionele achterpoten waren tot nu toe alleen bekend uit India, Pakistan en Egypte. Wanneer, en in welke vorm, de oerwalvissen de rest van de wereld veroverden, was tot nu toe onduidelijk. Klaas Post, honorair conservator zoogdieren bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, hielp mee bij de opgraving van Peregocetus in Peru. „We dachten tot voor kort dat alleen Basilosaurussen oceanen konden oversteken”, zegt hij. „Dat waren al echte oceaanzwemmers met zeer gereduceerde achterpoten. Nu weten we dat ook peddelaars uit de oudere familie Protocetidae, zoals Peregocetus, heel ver konden komen.”

Lees ook: Klaas Post, de visser die graag botten vangt

De resten van Peregocetus vormen het eerste onbetwistbare bewijs van een vierpotige oerwalvis in de Nieuwe Wereld. „Een heel speciale vondst”, vindt Post. „Ook omdat je maar heel zelden zo’n compleet skelet vindt, met alle onderdelen netjes op een rij. Tanden, kaken, wervels, voorpoten – nog geen vinnen – en natuurlijk vooral de achterpoten. Het was fascinerend om die volledig functionerende achterpoten uit het zand te voorschijn te zien komen. We zagen duidelijk het rolbeen of sprongbeen, een botje uit de enkel. De vorm daarvan was nog maar in 2007 het bewijs dat walvissen van evenhoevigen afstammen.”

Peregocetus is zeer zeker een oerwalvis, en niet zomaar een hoefdier. Zijn neusgat zat hoog op zijn kop en zijn onderkaak was een goede geleider van onderwatergeluiden. Ook had hij allerlei andere typische skeletkenmerken van oerwalvissen. „En de staartwervels lieten zien dat hij een krachtige zwemstaart had”, vertelt Post. „Helaas hebben we de laatste wervels van de staart niet gevonden. We weten dus niet of hij een staartvin had zoals moderne walvissen.”

Aan de tenen konden de onderzoekers nog kleine driehoekige hoefjes onderscheiden – maar ook aanwijzingen dat er zwemvliezen tussen de tenen zaten. Post: „Hoe Peregocetus precies zwom, weten we niet. Daarvoor moeten we wachten tot ergens meer staartwervels opduiken.” De stevige achterpoten suggereren dat Peregocetus in elk geval een deel van zijn tijd op het land doorbracht. „Misschien kreeg hij zijn jongen op het land”, zegt Post.

Juist voor zo’n semi-aquatisch dier is het bijzonder dat hij via de oer-Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan helemaal naar Zuid-Amerika wist te zwemmen – ook al lag dat in die tijd nog maar half zo ver van Afrika af als tegenwoordig. „Voor een route oost-om, de Stille Oceaan over, is geen enkele aanwijzing”, merkt Post op. „Aan de oostkust van de VS zijn daarentegen wel fragmenten van Protocetidae gevonden.”

Dus we wisten eigenlijk al eerder dat zij oceanen konden oversteken? „Pas als je een compleet skelet hebt, met de achterpoten erbij, staat het onomstotelijk vast”, vindt Post. En hoe kwamen de oerwalvissen vervolgens in Peru terecht? „Noord- en Zuid-Amerika zaten toen nog niet aan elkaar vast”, zegt hij. „Er was een zeeverbinding, die ik het vroege Panamakanaal noem. Daar kunnen ze doorheen gezwommen zijn.”