Meer oproepkrachten, minder tevredenheid

Arbeidsmarkt Het aantal oproepkrachten in Nederland is sinds 2005 verdubbeld. Ondertussen nam de werktevredenheid van deze groep af.

Demonstratie van flexwerkers voor baanzekerheid vorig jaar in Rotterdam.
Demonstratie van flexwerkers voor baanzekerheid vorig jaar in Rotterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Nederland telt steeds méér oproepkrachten, die steeds minder tevreden zijn over hun werk. Dat blijkt uit een rapport van onderzoeksinstituut TNO, dat maandag verscheen. Het aantal oproepkrachten verdubbelde in de periode tussen 2005 en 2017. Ondertussen nam de tevredenheid over arbeidsomstandigheden en werkzekerheid in deze groep af.

TNO maakt in het rapport een onderscheid tussen oproepkrachten en uitzendkrachten. Die laatste groep is in dienst bij een uitzendbureau, niet bij het bedrijf waarvoor ze werken. Oproepkrachten zijn vaak wél in dienst bij het bedrijf waarvoor ze werken, maar dan op basis van een nulurencontract. Vooral in de handel, horeca, zorg en het onderwijs werken veel mensen op oproepbasis. Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) werden niet meegenomen in het onderzoek.

Het aantal uitzendkrachten bleef in de afgelopen tien jaar min of meer gelijk, terwijl de groep oproepkrachten sterk toenam. Werkten er in 2005 nog 292.000 mensen op oproepbasis, in 2017 waren dat er al 546.000.

In de tussentijd daalde de algemene tevredenheid in deze groep: in 2007 gaf 81 procent nog aan tevreden te zijn met zijn of haar werk, in 2017 was dat 73 procent. Van de uitzendkrachten geeft slechts 64 procent aan tevreden te zijn, al veranderde daarin ten opzichte van 2017 niets. Ter vergelijking: 77 procent van de vaste werknemers is tevreden met zijn of haar werk.

Hoge werkdruk, onregelmatige werktijden, eentonig werk en weinig mogelijkheden de eigen tijd in te delen worden gezien als mogelijke oorzaken voor de ontevredenheid, zegt Sarike Verbiest, onderzoeker bij TNO.

Onvrijwillig

Daar komt nog bij dat uitzend- en oproepkrachten veel minder tevreden zijn over hun werkzekerheid dan werknemers met een vast contract. In 2017 gaf 62 procent van de uitzendkrachten en 79 procent van de oproepkrachten aan tevreden te zijn. Bij vaste werknemers was dat 92 procent.

Een op de vijf oproepkrachten heeft meerdere banen, meestal uit financieel motief. „Het combineren van banen neemt voornamelijk toe onder oproepkrachten”, zegt Verbiest. „Als vaste werknemers meerdere banen hebben, doen ze dat vaker vanuit motieven als zelfontplooiing.”

Verbiest noemt de uitkomsten van het onderzoek zowel zorgelijk, als (voorzichtig) positief. „Ongunstige werkomstandigheden en onregelmatige werktijden nemen toe. Dat kan op langere termijn een risico vormen voor de gezondheid van werknemers. Maar daartegenover geeft 62 procent van de oproepkrachten aan behoefte te hebben aan flexibiliteit en daarom niet te kiezen voor een vast contract.”

Het aantal mensen dat zei dat het hen niet lukt om een vast contract te bemachtigen, nam iets af. Verbiest: „We durven daarom voorzichtig te stellen dat er een kentering lijkt te komen in het aantal onvrijwillige flexcontracten.”

Correctie (dinsdag 9 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond enkele malen ‘meer ontevredenheid’ waar dat ‘afnemende tevredenheid’ moest zijn. Ook stond een percentage verkeerd vermeld. Dat is hierboven aangepast.