Het was in één keer voorbij voor honkbaltalent Luis

Reportage | Honkbal in Amerika De Major League Baseball is begonnen. Het brengt elk jaar pijnlijke én mooie herinneringen boven voor voormalig honkbaltalent Luis Aponte (59). „Ik heb het nog steeds.”

Oud-honkballer Luis Aponte: „Met het huidige team moeten de New York Yankees de play-offs halen.”
Oud-honkballer Luis Aponte: „Met het huidige team moeten de New York Yankees de play-offs halen.”

Rank en tanig lijkt hij langer dan zijn één meter tachtig. Zijn snelle, vloeiende tred en bewegingen verraden dat de anderszins wat shabby ogende eindvijftiger een verleden als sportman heeft. Luis Aponte is honkballer in hart en nieren en dat blijkt bijvoorbeeld als hij op mooie zomerdagen met bevriende oud-spelers op straat een bal gooit. Dan zoeft de bal als een streep tussen bomen en geparkeerde auto’s door, om aan de andere kant van het block – ‘pok!’ – in de handschoen van zijn compadre te belanden.

Luis Aponte was een maand oud toen hij met zijn ouders verhuisde van Puerto Rico naar Brooklyn, waar hij opgroeide in de straten waarop hij nog altijd het merendeel van zijn dagen slijt. Daar weten de bewoners wat te doen als een fietsband lek is, een wc niet doorloopt of een rat gesignaleerd is in de kelder: dan vraag je naar Luis, die voor een paar dollar of een pijpje Budweiser geheid de helpende hand biedt.

Honkballen deed Aponte al „voor ik me kan herinneren”. Hij begon in de Little League, voor spelertjes vanaf vijf jaar, en werkte zich via zijn high-school-team op tot ‘Double A ball’, wat spreektaal is voor de Minor League Baseball, de semi-profdivisies vlak onder de Major League Baseball (MLB), het honkbalwalhalla waarin de grote jongens spelen.

Hij speelde onder meer voor Cafe Bustelo, dat zijn thuisduels afwerkte voor de fanatieke aanhang in Betsy Head Park in Brownsville, de buurt waar bokser Mike Tyson opgroeide. Veel verdiende hij er niet mee. „Je kreeg 40 dollar per wedstrijd”, herinnert hij zich, „100 dollar als je een double sloeg of als pitcher de nul hield.”

Foto Cynthia van Elk

Pitchen was het mooiste

In het veld was Aponte meestal pitcher, soms ook eerste honkman. Aan slag was hij de zogeheten clean-up hitter, doorgaans de krachtigste slagman die als vierde aan de beurt komt en idealiter, dus als alle honken bezet zijn, met een homerun in één klap de volle vier punten scoort.

Maar pitchen vond hij het mooiste. „Daar kreeg ik een high van – gotta throw this guy out –, een high waar ik tegelijkertijd relaxed van werd. Ik had een heel snelle worp, zo’n 160 kilometer per uur op mijn hoogtepunt, en als linkshandige gooide ik met een natuurlijke curve waar de meeste spelers moeite mee hadden.”

Na twee jaar Double A werd hij gescout door Texas Rangers, een MLB-team, dat hem in 1981 uitnodigde voor een try-out tijdens spring training in Florida. „Toen heb ik het verknald”, zegt Aponte, destijds 21 jaar. Hij kwam er een oude vriend uit zijn schooltijd tegen met wie hij naar een disco ging. „Die avond deden we een one-on-one [een snuif coke in elk neusgat]. De volgende dag testte ik positief tijdens een dopingcontrole van de MLB.”

Lees ook: Honkbal in het tijdperk van paranoia

Het was in één keer voorbij voor hem. „Tegenwoordig sturen ze je naar rehab en krijg je een tweede kans. Zo ging het in die tijd niet, want dit was ver voor Strawberry.” Hij doelt op Darryl Strawberry, de oud-Mets-ster wiens openlijke drank- en drugsproblemen in de jaren negentig leidden tot een verschuiving van streng straffen – zoals met Luis gebeurde – naar hulp bieden.

Aponte zal zijn misstap altijd betreuren, bekent hij. „Als ik in de try-out mijn niveau had gehaald, was ik in het team gekomen. Soms denk ik: ik had nu miljonair kunnen zijn.” Maar je leert van je fouten, zegt Aponte. Drugs zegt hij nooit meer te hebben gebruikt, al doen zijn verteerde gezicht en rommelige gebit anders vermoeden. En jonge talenten waarschuwt hij: „Maak niet de fouten die ik heb gemaakt en zorg dat je een alternatief plan hebt naast honkbal.”

Dat laatste had Aponte niet en hij rolde steeds van het ene baantje in het andere. Sinds de eeuwwisseling is hij werkeloos en leeft hij van klusjes voor jan en alleman. Regelmatig wordt hij vroeg in de middag gesignaleerd met een fles bier in een bruine papieren zak.

Luis Aponte. „Ik kom uit een Yankee-familie.”

Foto Cynthia van Elk

Yankee-familie

Tot zijn 43ste zou Aponte als semi-prof blijven honkballen, waarvan een kleine tien jaar in Puerto Rico. Tegenwoordig speelt hij als amateur in een competitie voor vijftigplussers. Ook als fan ligt zijn sport hem nog na aan het hart. Er zijn twee MLB-teams in de stad, New York Yankees en New York Mets, en Apontes voorkeur is duidelijk: „Ik kom uit een Yankee-familie. Alleen mijn broer is een Met. Daar pestten we hem mee, maar meer ook niet: de Mets zijn ook New York.”

Als kind was hij fan van Mickey Mantle, later van Keith Fernandez en Willie Randolph. „Met Willie heb ik nog gespeeld toen hij net gestopt was als prof”, zegt hij trots. Maar zijn grootste held was Ron ‘Gator’ Guidry, een pitcher die vaak tot most valuable player (MVP) werd gekozen. „Hij was net als ik linkshandig. Ik droeg altijd 49, zijn nummer bij de Yankees, en het team noemde me de Gator.”

Lees ook: In één klap werd honkballer Xander Bogaerts de best betaalde Nederlandse sporter

Het komende seizoen moet ’m worden voor de Yankees, zegt Aponte. „Ze zijn al tien jaar geen kampioen meer. We hebben genoeg goede spelers, alleen zijn er nu veel geblesseerden.” Ook de Nederlandse korte stop van de Yankees, Didi Gregorius, is geblesseerd. „Maar ook met het huidige team moeten we de play-offs halen en als iedereen weer fit is, dan verwacht ik er veel van.” Naar het stadion gaat Aponte nog maar zelden. Te duur. „Soms krijg ik een gratis kaartje van een vriend, meestal voor een Mets-wedstrijd, en dan ga ik, want het blijft een kans om tophonkbal te zien.” Een wedstrijd kan vele uren duren, maar saai wordt het in Apontes ogen nooit. „In één inning kan je tien runs maken of drie snelle outs krijgen. Je weet het gewoon nooit, en daarin zit de schoonheid. Zoals ze zeggen: de bal en de knuppel zijn rond, en je moet hem vierkant raken.”