Hersenstimulatie verbetert werkgeheugen ouderen

Neurowetenschap Na hersenstimulatie presteerden 60-plussers even goed op oefeningen van het korte-termijn-geheugen als twintigers.

Het werkgeheugen gaat met het klimmen der jaren achteruit. Hersenstimulatie kan helpen.
Het werkgeheugen gaat met het klimmen der jaren achteruit. Hersenstimulatie kan helpen. RgStudio / Getty Images

De achteruitgang van het werkgeheugen bij ouderen kan worden tegengegaan door hun brein te stimuleren met elektrische zwakstroom. Dat synchroniseert bepaalde hersengolven, waardoor de verbindingen tussen samenwerkende hersengebieden herstellen, schrijven Amerikaanse psychologen maandag in Nature Neuroscience.

Een actief werkgeheugen maakt gebruik van een netwerk van gebieden in de prefrontale hersenschors, achter het voorhoofd, en de temporale hersenschors, achter de slapen. De laatste jaren is gebleken dat een teruggang in geheugenprestaties te maken heeft met slechtere verbindingen tussen verschillende hersengebieden in dat netwerk. Bij jonge volwassenen met een goed werkgeheugen lopen twee typen hersengolven synchroon: het thèta-ritme (4-8 hertz) en het gamma-ritme (> 25 hertz).

Aan het onderzoek deden 42 ouderen en (60-76 jaar) 42 twintigers (20-29 jaar) mee. Robert Reinhart en John Nguyen van Boston University plakten elektroden op hun schedels die stroompulsjes afgaven aan het hersengebied direct daaronder. De psychologen registreerden eerst de hersengolfpatronen van elke deelnemer met electroencephalografie (EEG), en pasten de stimulatie daarop aan.

De deelnemers deden een aantal werkgeheugentests. Op een computerscherm zagen ze kort een foto, bijvoorbeeld van een spiegelei met een grillige rand. Na drie seconden verscheen opnieuw een foto: precies dezelfde of met een kleine verandering, bijvoorbeeld een spiegelei met een afgeronde rand. Was het dezelfde foto, luidde de vraag. Zonder hersenstimulatie reageerden de ouderen langzamer en maakten ze meer fouten dan de twintigers. Bij de jongere mensen waren de thèta- en gamma-hersengolven in de linker temporale hersenschor beter gekoppeld. Ook liepen de thèta-ritmes tussen de verschillende gebieden in het netwerk beter synchroon.

Stimulatie van de betrokken hersengebieden verbeterde bij de ouderen die synchronisatie en koppeling van de hersengolven. Ook presteerden die ouderen dan beter: ze maakten even weinig fouten als de twintigers, zowel tijdens de 25 minuten durende stimulatie als tot 50 minuten na afloop daarvan. Het werkgeheugen van de twintigers ging juist haperen als hun hersens zo gestimuleerd werden dat het hun hersengolven juist tegenwerkte.

Eerder onderzoek met elektrodes onder de schedel had vergelijkbare resultaten. De auteurs hopen dat hun bevindingen op termijn leiden tot schedelvriendelijke behandelingen die de achteruitgang in het verouderende geheugen kunnen tegengaan.