Recensie

Recensie Muziek

Hannes Minnaar bewijst thuis te horen tussen de Meesterpianisten

Voor het eerst in 22 jaar stond er een Nederlander als solist in de serie Meesterpianisten. Hannes Minnaar maakte indruk met een ijzersterk recital.

Pianist Hannes Minnaar
Pianist Hannes Minnaar Foto Simon van Boxtel
    • Joep Stapel

De serie Meesterpianisten in het Concertgebouw is de eregalerij van pianoreuzen. Al ruim dertig jaar haalt concertorganisator Marco Riaskoff de grootste pianisten naar Amsterdam. Opvallend genoeg was Ronald Brautigam in 1997 de laatste Nederlander met een solorecital in de serie. De broers Jussen maakten vorig jaar een geslaagd duo-debuut. Nu trad er weer een landgenoot op: Riaskoff achtte Hannes Minnaar (1984) rijp voor de buitencategorie.

En hij kreeg gelijk. Minnaar voldoet niet aan het stereotype van de klavierleeuw en wekt niet de indruk te worden verteerd door brandende ambitie. Eerder is hij bescheiden, bedachtzaam, een wikker en weger. Die houding kenmerkt ook zijn spel, dat vrij is van bluf en branie en te allen tijde de muziek dient.

Het openingsstuk, Bachs Partita nr. 1, imponeerde nog maar half, net als onlangs zijn interpretatie van de Goldbergvariaties. Vanaf Beethovens Eroica-variaties, op. 35 leek Minnaar in zijn element en leidde zijn koele, heldere, uitgekiende vertolking tot zich almaar verhevigend luisterplezier. De getrapte introductie van het thema was razend spannend, iedere variatie klonk daarna als een trefzekere karakterschets.

En het werd nog beter. In Francks zeer dynamisch en verhalend gespeelde Prélude, Aria et Final, op 23 liet Minnaar de akkoordstapelingen schijnbaar eindeloos opbollen en aanzwellen, zonder de stemvoering uit het oog te verliezen. Je hoorde het orgel (zowel Francks als Minnaars andere instrument) erdoorheen. De virtuoze pianistiek bleef volledig transparant en – het mooiste – kon in een oogwenk elegant worden beteugeld tot tintelend pianissimo.

Met drie (lange) delen uit Messiaens Vingt regards sur l’Enfant-Jésus zette Minnaar de kroon op een ijzersterk recital – extra pluim voor zijn lef, in een serie die doorgaans gespeend blijft van moderne muziek. Minnaar opende Messiaens hypnotiserende klankwereld voorbeeldig, iets warmbloediger en minder mechanisch van motoriek dan de referentie-uitvoeringen van Yvonne Loriod. Afwisselend fel, steenkoud en teder, met kwetterende arabesken en zwoel wolkende guirlandes, wond hij de Grote Zaal om zijn vingers.