Opinie

‘Als het boven klotst mag het beneden wel druppelen’

Lotfi El Hamidi

De groeiende macht van bedrijven gaat ten koste van welvaart en inkomens, en kan leiden tot een schevere inkomensverdeling. Dit concludeerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vorige week na een grootschalig onderzoek naar de macht van bedrijven.

Het moet weinig mensen hebben verrast, hoop ik. Deze ontwikkeling werd al begin jaren tachtig ingezet, toen de macht van arbeid ten opzichte van kapitaal volgens de neoliberale doctrine te groot werd geacht. De rest is geschiedenis: Reagan en Thatcher kwamen aan de macht, de vakbonden werden beteugeld (bijvoorbeeld door offshoring; waarom moeilijk doen als je het werk veel goedkoper kunt uitbesteden in landen waar arbeiders geen enkele slagkracht hebben?), de positie van kapitaalbezitters en werkgevers versterkt. Het beleid heeft gezorgd voor groeiende economieën en grotere bedrijven. Alleen stegen de lonen niet mee. Kapitaal groeide daarentegen explosief.

Kortom, het IMF is een beetje laat op het laat-kapitalistische feestje aangekomen.

Maar gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil. Tijdens een werkonderbreking vrijdag bij Shell Moerdijk staan een paar honderd man actie te voeren voor de bedrijfspoort van de raffinaderij, voor onder meer een hoger loon. De vakbonden eisen 5 procent per jaar, terwijl Shell voor dit jaar 2,5 procent en voor volgend jaar 2 procent loonsverhoging wil geven.

Arbeiders in rode overalls en met gele helmen op, het heeft in dit post-industriële tijdperk bijna iets romantisch. Het zou zo een beeld kunnen zijn bij een nummer uit het album Wrecking Ball van Bruce Springsteen.

Léon (63) („geen achternaam in de krant, wil geen gezeik met de baas”) werkt al 43 jaar in de mechanische bediening van Shell Moerdijk. Over tien weken gaat hij met vervroegd pensioen. Dat is allemaal goed geregeld, benadrukt hij, en over zijn werkgever heeft hij in principe niets te klagen. „Maar ik sta hier niet voor mezelf maar uit solidariteit met mijn jonge collega’s.” Het gaat tegen zijn „rechtvaardigheidsgevoel” in dat de jonge generatie het met minder moet doen. „Het kan niet zo zijn dat werknemers bij een winstgevend bedrijf als Shell slechter betaald krijgen dan bij veel minder rendabele bedrijven. Je moet het de kleine man gunnen.”

Rotterdammer Soufian (23) (om dezelfde reden als Léon geen achternaam) is drie jaar werkzaam bij Shell Pernis en Moerdijk. Hij staakt voor het eerst. „Het gaat mij niet om die paar procenten maar om het principe”, zegt hij. Hij somt wat feiten op: de nettowinst van Shell van 23,3 miljard euro en de verdubbeling van de beloning van Shell-baas Ben van Beurden tot 20 miljoen euro in 2018. „Dus waar hebben we het over, met die paar procenten? Waarom doet Shell zo moeilijk? Als het boven klotst mag het beneden wel druppelen.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.