Nederlandse zwemmers berusten in ochtendfinales

Swim Cup Bij de Olympische Spelen in Tokio (2020) worden de zwemfinales in de ochtenduren afgewerkt. Bij de Swim Cup in Den Haag bleek dat goed te doen. De zwemmers schikken zich in hun lot.

Femke Heemskerk won de finale van de 200 meter vrije slag bij de Swim Cup. Als ochtendmens is zij gewend voor het middaguur hard te trainen, dus ochtendfinales zijn voor haar fysiek geen probleem.
Femke Heemskerk won de finale van de 200 meter vrije slag bij de Swim Cup. Als ochtendmens is zij gewend voor het middaguur hard te trainen, dus ochtendfinales zijn voor haar fysiek geen probleem. Foto ANP/Piroschka van Wouw

Met holle ogen en amechtig hijgend wacht Femke Heemskerk op de vragen. Maar haar antwoord stagneert bij het eerste woord. Veel meer dan één klank kan de zwemster niet uitbrengen. Ze verontschuldigt zich, verdwijnt met de belofte „zo dadelijk terug te komen”. Pure vermoeidheid. Vanwege de kort daarvoor geleverde inspanningen in de finale van 200 meter vrije slag bij de Swim Cup, verzekert ze even later. Zeker niet vanwege het vroege tijdstip waarmee in het Haagse Hofbad met het oog op de Olympische Spelen in Tokio wordt geëxperimenteerd.

Natuurlijk is het wennen om rond elf uur ’s ochtends een finale te zwemmen, terwijl je bij alle andere toernooien vertrouwd bent met het ritme: ’s morgens series, ’s avonds finales. Dat zit er bij zwemmers diep ingesleten. Maar Heemskerk is als ochtendmens gewend om voor het middaguur hard te trainen, dat is het fysieke probleem niet. Nee, deze ochtendrace ging goed tot en met 150 meter, daarna ging ze compleet stuk. Begrip vragend: „Heb jij wel eens een ‘200’ gezwommen?”

Het is weer zover, elf jaar na de Spelen in Beijing, waar ondanks tegenspartelende zwemmers de olympische finales door de wereldzwembond FINA rücksichtslos naar de ochtenduren werden verplaatst. Bij de Spelen van volgend jaar in Tokio zijn de zwemfinales opnieuw naar voren gehaald. Net als destijds het gevolg van een bilateraaltje tussen de Amerikaanse tv-zender NBC, de FINA en het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Een manoeuvre om NBC te pleasen met Amerikaanse successen op prime time. De miljarden aan tv-rechten moeten tenslotte terugverdiend worden met commercials. Het belang van de zwemmers? Dat telt in zo’n krachtenveld niet.

FINA overviel zwemmers niet

Het verschil met elf jaar terug is dat FINA de zwemmers niet overviel met de verschuiving, maar de ochtendfinales in een vroeg stadium aankondigde. Het verwijt van gebrek aan voorbereidingstijd werd daarmee op voorhand getackeld.

Bij het Nationaal Zweminstituut in Eindhoven, waar bondscoach Marcel Wouda de leiding heeft, wordt al anderhalf jaar lichaam en geest voorbereid op pieken voor lunchtijd. Wouda verzamelde specifieke informatie bij wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam en besloot ’s ochtends „trainingsprikkels op te voeren met setjes waar de intensiteit hoog ligt”. Bij de Swim Cup in Den Haag was dit weekeinde het moment aangebroken de zwemmers in wedstrijdverband met de praktijk van ochtendfinales te confronteren.

Voorlopige conclusie: het is prima te doen. Dat wisten routiniers als Heemskerk en Ranomi Kromowidjojo met hun kennis van ‘Beijing’ al lang, maar voor de nieuwe gezichten was het een rijke, allesbehalve tegenvallende ervaring. Had Wouda wel verwacht. „Want fysiek maakt ochtend of avond geen zak uit. Een lichaam in topvorm kan altijd presteren. Trouwens, het gros van onze groep is vertrouwd met maximale inspanningen in de ochtend, omdat die in de series van grote kampioenschappen hoe dan ook hard moeten zwemmen om een ronde verder te komen.”

Lees ook: Amerikaanse televisie bepaalt het bioritme van de zwemmers

Ranomi Kromowidjojo in actie op de 100 meter vrijeslag tijdens de Swim Cup. Foto Robin Utrecht

Effecten op het bioritme

Nieuwsgieriger is de bondscoach naar de mentale uitwerking en de effecten op het bioritme. Wouda: „Hoe beleven de zwemmers de ochtendfinale? Daar ben ik vooral benieuwd naar. De aandachtspunten zijn sterk individueel. Bij elkaar moeten we tot een verstandig plan van aanpak komen. We zijn al heel ver, hebben een aantal goede protocollen. De ervaringen van deze Swim Cup leren ons welke aanpassingen nog meer nodig zijn.”

Wat opvalt in Den Haag is de berusting. Waar de zwemmers elf jaar geleden in opstand kwamen tegen de destijds in stilte voorbereide verschuiving, hebben de sporters nu een houding van: we hebben ermee te dealen, dus doen we dat zo goed mogelijk.

Of zoals vlinderslagspecialist Joeri Verlinden, nummer zes op de 100 meter bij de Spelen van 2012 in Londen, zegt: „Ik ben het er totaal mee oneens. Het hoort niet. Maar blijkbaar heerst momenteel de bureaucratie en niet de democratie van de zwemmers. Dat vind ik heel spijtig, maar de geschiedenis leert dat het geen reet uitmaakt of wij op onze kop gaan staan. Verspilling van energie. Die Spelen gaan door, met finales in de ochtend en series in de avond. Het is zoals het is. Wie betaalt, bepaalt.”

Vroeg op met een kop koffie

Kromowidjojo, olympisch kampioen in 2008 (4×100 meter vrije slag) en 2012 (tweemaal individueel), maakt zich evenmin druk over de programmawijziging. Zij ervoer in Beijing, dat ze ook in de ochtend hard kan zwemmen. Kwestie van goed voorbereiden en op de dag van de wedstrijd het ritme een beetje aanpassen. Op tijd opstaan, zo snel mogelijk de gordijnen openen om licht binnen te laten en een stevige kop koffie drinken, dat helpt. En als haar finale dan om half elf begint, zoals dit weekeinde in Den Haag, voelt Kromowdidjojo geen verschil.

Ook bij Kira Toussaint, de rugslagzwemster die haar eerste wedstrijd in Nederland zwom na haar vals positieve dopingzaak, overheerst de gelatenheid. „Maar wat ik raar vind? Dat wij sporters ons moeten schikken naar de belangen van een tv-zender.”

Kira Toussaint in actie op de 50 meter rugslag tijdens de Swim Cup. Foto Robin Utrecht / ANP