Recensie

Recensie Muziek

Less is more op Minimal Music Festival

Recensie De zesde editie van het Minimal Music Festival stond in het teken van de meditatieve kracht van minimal. Plus een wereldpremière van de Russische componist Vladimir Martynov, met diens nieuw pianoconert voor pianist Ralph van Raat en het Noord Nederlands Orkest.

Foto Françoise Bolechowski
    • Joep Christenhusz

Eens in de twee jaar, als het Minimal Music Festival neerstrijkt in het Muziekgebouw, is Amsterdam vijf dagen lang het epicentrum van alles wat te maken heeft met hypnotiserende drones, hallucinante motiefherhalingen en aanverwante muzikale spacecake. Niet voor niets stond de zesde editie in het teken van de meditatieve kracht van minimal. „A mind expanding transcendental trip”, zo beloofde het affiche.

Bleek het met die geestverruimende werking nog best mee te vallen, wel kon worden vastgesteld dat de term ‘minimal music’ anno 2019 aan een zekere begripsverbreding onderhevig is. Op het programma stonden minimalistische oervaders als Terry Riley (zondag zelf present) en Steve Reich naast Nederlandse minimal-adepten als Joep Franssens en Anthony Fiumara. De groen-gerande postminimal van John Luther Adams en Kate Moore naast de „groovende woestijn-blues” van Les Filles de Illighadad en de opzwepende ritmes van de Iraanse meesterpercussionist Mohammed Reza Mortazavi.

Een wereldpremière was er van de Russische componist Vladimir Martynov, die voor pianist Ralph van Raat en het Noord Nederlands Orkest een nieuw pianoconcert schreef. Net als Martynovs strijkkwartet The Beatitudes (bekend van kaskraker, de film La grande bellezza), bleek Pastiche een collage van romantisch aandoende cliché’s.

Een wagneriaans koperkoraal, een heroïsche strijkerslijn, de onvermijdelijke paukenroffel en een mahleriaans ‘fernorchester’ van drie trompetten op het balkon vormden de omlijsting voor een spijkerhard uit de toetsen geroffelde drieklank.

Uitentreuren herhaald kreeg het motief vanzelf iets quasi-bezwerends. Je zou ook kunnen stellen dat Pastiche een nogal drammerig, ideeënarm stuk is.

Dan zat er meer pit in Louis Andriessens Mysteriën dat onder dirigent Hans Leenders een onverzettelijke uitvoering kreeg. Anthony Fiumara’s orkestversie van Steve Reichs minimalklassieker Music for 18 Musicians kende mooie vondsten zoals motivische pinpongspelletjes in de kopersectie. Al kon je je afvragen of de puntige ritmiek van het stuk gebaat is bij zo’n enorme batterij strijkers. Wolligheid troef.

Dat „less” echt „more” kan zijn, bleek vrijdag, toen het haarscherp spelende slagwerkensemble Eklekto (Zwitserland) een Nederlandse première van Ryoji Ikeda bracht. Bedient de Japanse geluidskunstenaar zich normaliter van state-of-the-art elektronica, in Music for Percussion beperkt hij zich tot akoestische middelen.

Echt minimal was het stilistisch gezien niet, wel een demonstratie hoe je met minimale middelen een indrukwekkend muzikaal resultaat kunt bereiken. Denk: groovende bodypercussion van handjeklap en dijenklets, ritmische morsecode voor twee triangels die dankzij iriserende boventoonmengsels bijna elektronisch klinken en spookachtig gehuil uit twaalf zacht bespeelde bekkens.

In Pauline Oliveros’ Earth Ears lieten vijftien slagwerkstudenten van de conservatoria van Den Haag en Amsterdam een mals regenbuitje opklinken uit petsende vingers en wrijvende handen.