Foto Irek Dorozanski/EU

EU-commissaris: Den Haag moet een nieuw plan voor duurzame energie maken

Klimaatbeleid Nederland gaat zijn doel van 14 procent duurzame energie in 2020 niet halen. Dan moet Den Haag maar aanvullende maatregelen nemen, zegt eurocommissaris Miguel Cañete tegen NRC. “Het beleid is duidelijk onvoldoende geweest.”

De Spaanse eurocommissaris Miguel Arias Cañete geniet van de vroege ochtendzon boven de Haagse Hofvijver. De temperatuur is begin april al behaaglijk, ook voor een Spanjaard. „Dit is de klimaatverandering”, lacht de man die verantwoordelijk is voor het klimaatbeleid van de Europese Unie. „Er zijn landen die er minder van genieten.”

Of de sfeer tijdens zijn dagje in Nederland zo goed bleef, blijft de vraag. De eurocommissaris voor Klimaatactie en Energie was eind vorige week op bezoek in de Tweede Kamer, en bij klimaatminister Eric Wiebes (VVD). Cañete is complimenteus over de inspanningen van het kabinet om een ‘groene kopgroep’ in Europa te vormen. Nederland streeft naar een CO2-reductie van 49 procent in 2030, terwijl het EU-doel nu nog op 40 procent ligt.

Maar Cañete had voor Wiebes ook een strenge boodschap. „Ik ben erg blij dat sommige landen meer ambitieuze doelen hebben, maar ik ben erg bezorgd over het aandeel duurzame energie in Nederland.”

De EU wil dat in 2020 20 procent van de energie op een duurzame manier (wind, zon, biomassa) wordt opgewekt. Dat lijkt haalbaar, maar niet dankzij Nederland. „Als je kijkt naar de getallen van dit moment, dan zie je dat Nederland het land is met het grootste gat tussen de huidige situatie en het doel. Elf lidstaten hebben de eis voor 2020 al gehaald, nog eens tien lidstaten zitten goed op schema om het te halen. Maar zeven leden moeten extra inspanningen doen.”

Volgens de laatste Europese cijfers, van 2017, is Nederland van alle lidstaten het verst van zijn doel verwijderd. Nederland kreeg van de EU een bescheiden wettelijke eis van 14 procent: ruim onder het Europese doel van 20 procent. Maar de Nederlandse windmolens, houtkachels, warmtepompen en zonnepanelen vervulden in 2017 slechts 6,6 procent van de energiebehoefte. Het Planbureau voor de Leefomgeving voorziet dat dat aandeel in 2020 op circa 12 procent zal liggen.

„Mijn boodschap vandaag is heel helder. Het beleid is duidelijk onvoldoende geweest en daarom hebben wij mei vorig jaar om aanvullende maatregelen gevraagd. In augustus is geantwoord dat het kabinet over die maatregelen nadenkt.”

Kunt u Nederland meer tijd geven?

„Nee, de doelen liggen vast.”

Het is natuurlijk beter, zegt Cañete, om in eigen land genoeg duurzame energie op te wekken. „Maar we kennen ook mechanismen om samen met andere Europese landen de doelen te halen.”

Daarvoor bestaan meerdere wettelijke mogelijkheden. Nederland kan tegen betaling duurzame energie overnemen – op papier althans – van lidstaten, zoals Estland of Denemarken, die al ruim voldoende produceren.

Ook kan Nederland samen met een ander land in of buiten de EU een project financieren, zoals een windpark. Eind vorig jaar riep de Tweede Kamer het kabinet op om deze mogelijkheid te gaan onderzoeken. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat meldde vrijdag desgevraagd dat het „voor de zomer” reageert.

Wat zijn de consequenties als Nederland volgend jaar de beoogde 14 procent duurzame energie niet haalt?

„Wij zorgen met al onze wettelijke instrumenten dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor de bindende doelen. Als je die targets niet haalt, ben je niet in lijn met de Europese afspraken. Nu zijn we in dialoog. Ik ga met de minister praten over de binnenlandse mogelijkheden, en over de samenwerking met andere landen.”

De boodschap in Nederland is vooral dat we het doel in 2023 wél gaan halen: dan zitten we op 16 procent.

„Nee, nee, het probleem is dat we werken met doelen van 2020. Wij hebben als Europese Unie bepaald dat we dan op 20 procent zitten. De rest van de wereld kijkt naar ons. Het duurzame aandeel bedroeg 17,6 procent in 2017 en in de breedte zullen we de 20 procent wel halen. Maar we willen dat álle 28 landen hun doelen halen, omdat het dan ook makkelijker is om van daaruit de doelen voor 2030 te halen en verdere progressie te boeken.”

In 2030 moet het aandeel duurzame energie 32 procent zijn. Nederland moet van ver komen, is dat wel haalbaar?

„Ik ben ervan overtuigd dat de technologie enorme stappen blijft maken en dat de kosten verder dalen. En we hebben in Europa de financiële middelen om de plannen uit te voeren. In 2050 willen we met onze klimaatneutrale economie in Europa leidend zijn in de wereld. Nu zorgen wij wereldwijd voor 9 procent van de CO2-emissie. Het probleem is: als wij niet leiden, dan doet niemand dat. Van alle landen die het akkoord van Parijs hebben ondertekend, hebben wij met afstand de grootste ambities. De VS is ‘op klimaatvakantie’, zoals de Californische gouverneur zei, en in China zal de uitstoot pas na 2030 gaan afnemen. Die uitstoot loopt in Europa al terug: vorig jaar volgens voorlopige cijfers met 4 procent, terwijl de economie groeide.”

Om de uitstoot in Nederland te beperken denkt het kabinet momenteel na over een CO2-heffing. Die komt dan boven het Europese systeem (ETS) dat de industrie voor haar uitstoot laat betalen. Is dat een goede aanpak?

„Die CO2-heffing is een vorm van belasting. Om die in de Europese Unie door te voeren heb je unanimiteit nodig. Dat is nagenoeg onmogelijk. Sommige lidstaten hebben al een nationale heffing ingevoerd, maar dan voor die delen van de economie die niet onder het ETS vallen. Persoonlijk denk ik dat de grootste uitdaging nu niet in de intensieve industrie of in de energiesector zit. De uitdaging zit meer in huizen, landbouw en transport, en ook in de luchtvaart.”

Wat u betreft is er geen noodzaak om juist in de industrie een aanvullende nationale heffing in te voeren?

„Iedere lidstaat moet de middelen gebruiken die hij wil om zijn doelen te halen. Als iedereen het hiermee eens is – het parlement, de betrokken sectoren – zullen wij niet interveniëren. Ik weet dat het een gevoelig onderwerp is in Nederland.”

In 2050 gebruiken we volgens de EU-plannen nog altijd 20 procent aan niet-duurzame energie. Speelt kernenergie volgens u dan nog een rol?

„We hebben nu 124 kerncentrales in de Europese Unie staan en veel daarvan zitten aan het eind van hun levenscyclus. Maar er zijn ook lidstaten – Finland, Bulgarije – die centrales gaan bouwen. Wij financieren de centrales niet, de lidstaten moeten de rekensommen maken: de kosten van de bouw maar ook de kosten van het opruimen van de centrales, de zorg voor het afval. Het is een markt en de energiebedrijven zullen slimme beslissingen nemen. En het goede is dat de kosten voor duurzame energie dagelijks dalen.”