EU eist van Den Haag nieuw plan voor duurzame energie

Energiedoelen van 2020 Als Nederland in 2020 te weinig duurzame energie produceert, moet het die volgens de EU inkopen of elders opwekken.

Windmolens bij windpark Slufterdam.
Windmolens bij windpark Slufterdam. Foto Bas Czerwinski/ANP

Omdat Nederland in 2020 bijna zeker onvoldoende duurzame energie produceert, moet het die energie in het buitenland gaan produceren of inkopen. Op die manier wordt toch aan de Europese wet voldaan die voorschrijft dat Nederland volgend jaar 14 procent van het energieverbruik duurzaam moet produceren.

Dat is de boodschap van Eurocommissaris Miguel Arias Cañete, verantwoordelijk voor Klimaatactie en Energie. De Spanjaard sprak vorige week in Den Haag onder meer met verantwoordelijk VVD-minister Eric Wiebes.

„Ik ben erg bezorgd over het aandeel duurzame energie in Nederland”, zei Cañete in een interview voorafgaand aan het gesprek met Wiebes. „Het beleid is duidelijk onvoldoende geweest en daarom hebben wij de Nederlandse regering om een nieuw plan gevraagd.”

Nederland loopt in de Europese Unie ver achter bij de productie van ‘hernieuwbare energie’, zoals uit wind, waterkracht of hout. In de meest recente cijfers (uit 2017) was het aandeel duurzame energie in Nederland 6,6 procent. Alleen Luxemburg wekt nog minder op. Ook loopt Nederland het meest achter bij zijn eigen Europese doelstelling, die per lidstaat verschilt. „Nederland is het land met het grootste gat”, aldus Cañete.

Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat Nederland in 2020 12,2 procent duurzame energie produceert, zeker te weinig om aan de Europese eis te voldoen. Op soepelheid uit Brussel hoeft minister Wiebes niet te rekenen, zegt Cañete. „Nee, nee, het probleem is dat we werken met doelen van 2020. Wij hebben als Europese Unie bepaald dat we dan op 20 procent zitten. De rest van de wereld kijkt naar ons.”

Lees hier het interview:EU-commissaris: Den Haag moet een nieuw plan voor duurzame energie maken

In mei 2018 heeft de Europese Commissie Nederland verzocht om aanvullende maatregelen te treffen. In augustus reageerde het kabinet dat het dit overweegt. Volgens de Europese wet mogen lidstaten projecten met andere landen (binnen of buiten de EU) opzetten, zoals een gezamenlijk wind- of zonnepark, om hun aandeel duurzame energie op te krikken. Eind vorig jaar riep de Tweede Kamer het kabinet op om deze mogelijkheid te gaan onderzoeken.

Nog in januari, toen de nieuwste tegenvallende PBL-cijfers over duurzame energie bekend werden, noemde Wiebes de buitenlandse route niet in zijn reactie. Nu stelt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat het voor de zomer de uitkomsten van het gevraagde onderzoek presenteert. Hoeveel energie-investeringen in het buitenland kosten, is niet op voorhand duidelijk.

De commissaris wil niet ingaan op de concrete consequenties als Nederland in gebreke blijft. „Wij zorgen met al onze wettelijke instrumenten dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor de bindende doelen.” Hij benadrukt dat hij nu „in dialoog is” met Wiebes. „Ik ga met de minister praten over de binnenlandse mogelijkheden en over de samenwerking met andere landen.”

Interview Cañete pagina E10-11