Een Trumpiaanse omgang met de pers in Kerkrade?

Persvrijheid Journalist Ruben van Erp ving vertrouwelijke informatie op. De gemeente deed toen niet alleen aangifte, maar bracht ook camerabeelden naar buiten.

Beveiligingsbeelden van het raadhuis in Kerkrade
Beveiligingsbeelden van het raadhuis in Kerkrade Gemeente Kerkrade

Om één minuut voor zeven zoeven de schuifdeuren open. We zien een man, zijn gezicht geblurd, het raadhuis in Kerkrade binnenlopen. Grijs overhemd, rugtas, stevige pas. In één streep naar de lift. Op de vierde draalt hij voor de deuren van de raadszaal. Om negen minuten over zeven verlaat de man het pand. Zelfde stevige pas. Telefoon in de hand.

De man op gympen is Ruben van Erp, politiek verslaggever voor dagblad De Limburger (oplage 120.000). Hij ving die woensdagavond in februari voor de deuren van de raadszaal vertrouwelijke informatie op. Burgemeester van Heerlen Ralf Krewinkel solliciteerde tijdens een langdurig ziekteverlof naar het burgemeesterschap van Kerkrade. Nieuws dat een dag later tot zijn aftreden zou leiden. Van Erp: „De geluidsinstallatie in de raadszaal stond te hard.”

Afluisteren

De gemeente denkt daar anders over. Van Erp stond af te luisteren – en doet aangifte. Als het Openbaar Ministerie na het zien van de beelden beslist dat „geen sprake is van enig strafbaar feit”, legt de gemeente zich daar niet bij neer. In het kader van „maximale openheid” zet het college de beelden online. Het idee: oordeel zelf.

Van Erp eist nu, met steun van De Limburger, dat de beelden verwijderd worden. Er is sprake van inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer en schending van zijn privacy – uit de beelden is volgens zijn advocaat Charissa Koster gemakkelijk af te leiden om wie het gaat – en de tekst en beelden op de site zouden „suggestief” en „niet volledig” zijn, zo luidt de aanklacht. Dinsdag dient het kort geding.

Mag de gemeente zulke beelden plaatsen? En is hier werkelijk sprake van „maximale openheid”?

Om met de eerste vraag te beginnen: media-advocaat Christien Wildeman (van bureau Kennedy Van der Laan, die ook werkt voor NRC) ziet daar een probleem. De beelden zijn afkomstig van beveiligingscamera’s in het pand. Het doel waarmee ze verkregen zijn (veiligheid) komt niet overeen met de manier waarop ze nu gebruikt worden (transparantie). „Je moet er een rechtvaardigingsgrond voor hebben”, zegt Wildeman – een zwaarwegende reden om ze openbaar te maken, „een misstand onthullen bijvoorbeeld”. Die grond ziet ze hier niet, nu het OM al heeft vastgesteld dat de journalist geen strafbaar feit pleegde.

Dan de beelden zelf. Die verschenen op 21 maart op de site van Kerkrade, waarover de raad overigens niet werd ingelicht. In de bijna drie minuten durende montage ontbreken beelden en is de chronologie niet helemaal juist – dat verraden de tijdscodes linksboven in beeld. De kijker krijgt de indruk dat de journalist – vanachter een pilaar – heeft gewacht tot de gang voor de raadzaal leeg is, en pas dan tevoorschijn komt. In werkelijkheid wás die gang al leeg op het moment dat de journalist de lift uitkomt.

In een tijdlijn onder de beelden licht de gemeente enkele scènes toe. De journalist zou bij de raadszaal geluisterd hebben „met oor tegen deur”. Dat blijkt niet uit de beelden.

Ruben van Erp is te verbaasd om verbolgen te klinken. „Dit is suggestief knip- en plakwerk. Waar zijn de beelden dat ik uit de lift kom? Nu lijkt het alsof ik stond te wachten tot de kust veilig is, en dan als een spook tevoorschijn spring.”

Bewegingssensor

De gemeente Kerkrade ontkent dat de beelden suggestief zouden zijn. De beelden van de lift ontbreken, ómdat ze er niet zijn, zegt de woordvoerder. „De camera springt aan wanneer er beweging is. De bewegingssensor heeft een bepaald bereik. Kennelijk valt de cirkel rond de lift daar niet onder. Wij vinden dat ook jammer.” Om die reden, zegt de woordvoerder, is de „eerste daaraan voorafgaande scène” in de montage opgenomen.

Van Erp is niet op de hoogte gebracht van het besluit om de beelden online te plaatsen. Hij vertelt dat er die woensdag een openbare zitting om acht uur was, het besloten deel vond een uur eerder plaats. „Ik wilde er op tijd bij zijn. Kijken hoe de gezichten staan, als de commissieleden naar buiten komen. Ik ben vanaf het begin transparant geweest over de manier waarop ik de informatie verkregen heb – óók in de krant.”

Van Erp vindt de „totaal onverwachte actie” een „zorgelijke ontwikkeling”. Hij noemt recente zaken waarin journalisten de overheid tegenover zich kregen: het OM vroeg belgegevens op van een journalist van het Brabants Dagblad, om uit te vinden wie informatie lekte over de burgemeestersbenoeming in Den Bosch.

Van Erp ziet een parallel met Trump en de reflex om journalisten verdacht te maken: „Meteen aangifte doen, geen genoegen nemen met de uitspraak van het OM, en vervolgens zelf je gram gaan halen.” Het illustreert de scherpere verhouding tussen pers en politiek, zegt hij. Dat hij met steun van de krant nu zelf een kort geding aanspant trouwens ook. Van Erp: „De gemeente richt de pijlen volledig op de journalistiek. Iets meer reflectie was wel op zijn plaats geweest.”