Opinie

    • Marike Stellinga

Groots regeren zonder plan

Sorry mensen, dat klimaatbeleid is technisch zo complex, zo’n bak werk ook, dat het weer langer gaat duren voordat het kabinet weet wat het wil. Mark Rutte deed vrijdag Ruttiaans laconiek over zijn mededeling dat het Klimaatakkoord niet eind april, maar pas half mei, eind mei, of zelfs begin juni af zal zijn. Beleid dat 30 jaar omspant, kan best een paar weken uitgesteld, vond de premier. Dat is natuurlijk zo. Niemand zit te wachten op onbezonnen draconisch beleid dat volgens de premier te vergelijken is met de wederopbouw.

Maar ik heb sterk de indruk dat er ook iets anders aan de hand is. Volgens mij hebben de voormannen van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de opgave die schuilging achter hun eigen afspraken over het klimaat totaal onderschat.

Ze waren er eigenlijk tijdens de formatie al vreemd laconiek over. We zijn het op een cruciaal punt eens, hoorde je zeggen, namelijk het doel dat we ‘Parijs’ willen halen. Dus het viel, zo zeiden ze, best mee met de grote verschillen die de buitenwereld zag tussen de groene partijen D66 en ChristenUnie aan de ene kant, en vroempartij VVD en boerenpartij CDA aan de andere kant. Terwijl je toen al kon zien dat er een waslijst aan pijnlijke keuzes nodig was om die doelen te kunnen halen.

Neem bijvoorbeeld de industrie, een van de onderdelen van het klimaatakkoord waar de ambities het grootst zijn. Daar moet eenderde van de CO2-reductie gehaald worden: binnen pakweg tien jaar. En dat in een sector die gedomineerd wordt door wereldwijde concerns met hoofdkantoren in Houston, Moskou, Riad en Jamshedpur. Concerns die niet staan te trappelen de ambities van een Hollands kabinet uit te voeren. Dat dit een immense klus is, óók als het kabinet een dikke subsidiepot vult, kan geen verrassing zijn.

Rutte zei vrijdag dat het „technisch ongelooflijk complex” is om de „verstandige” CO2-heffing voor de industrie te bedenken die het kabinet wil; eentje die de tonnen CO2-uitstoot door de industrie fors reduceert én bedrijven niet wegjaagt.

Natuurlijk is dat ingewikkeld. Het kabinet probeert iets te bedenken dat nieuw en redelijk uniek is. Maak de heffing hoog en er verdwijnt wel degelijk bedrijvigheid, zo constateert elke studie tot nu toe. Daar is het klimaat ook niet meegeholpen, want dan verschuift de uitstoot van CO2 naar het buitenland. Maak de heffing laag en je haalt de tonnenreductie niet. Hier moet dus iets heel slims worden bedacht.

Het is dan ook wonderlijk dat GroenLinks-voorman Klaver deze week zeker wist dat alleen zijn voorstel voor een heffing de juiste is. Het zou best kunnen dat het plan van minister Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat), dat deze week uitlekte, beter werkt. Het zou kunnen, ik weet dat niet. De heffingen moeten eerst worden doorgerekend en vergeleken: details zijn hier ongelooflijk belangrijk.

Alle begrip dus dat het ingewikkeld is, maar na 1,5 jaar regeren is het een beetje raar om de techniek de schuld te geven. Want waarom wordt hier nu pas over nagedacht? Economen wijzen al jaren op het belang van een CO2-taks als je bedrijven echt wil aanzetten tot verandering. Was het vertrouwen in de zelfbedachte plannen van de industrie zo groot dat Wiebes al die tijd niet nadacht over een alternatief? Dat lijkt me hopeloos naïef voor een man die zo prat gaat op zijn technisch vernuft. 1,5 jaar nadat „het groenste kabinet ooit” aantrad, lijkt het denkwerk op cruciale onderdelen van het klimaatbeleid pas net te zijn begonnen.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.