Voor hem geen regels en rangen

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Politieman Edwin Boer (1965 -2019) ging over de moeilijkste buurt van het land: Rotterdam-Zuid.

Foto privébezit

Bij een bankoverval ontmoette Edwin Boer zijn grote liefde. Zij was medewerker in een filiaal van ABN Amro in Dordrecht toen een man daar ineens een pistool tegen het hoofd van een klant drukte. „Liggen”, schreeuwde de overvaller. Achter het glas vond haar collega de alarmknop.

Agenten stormden binnen: Wat hadden ze gezien? In welke richting rende de dader? vroegen ze. Edwin Boer niet. „Ik zag direct dat hij anders was dan de andere agenten”, zegt Mirjam Boer. „Hij legde zijn hand op de schouder van de bedreigde vrouw. Jij gaat eerst zitten, zei hij rustig.”

Een week later was de jonge wijkagent er weer, als klant. Ze bedankte hem. Dat hij een week erna weer in haar rij aanschoof, was geen toeval meer.

Boer was sinds 2015 de politiebaas van de moeilijkste buurt van de moeilijkste stad van het land: Rotterdam-Zuid. Het gebied van Feyenoord en havenarbeiders, waar mensen van allerlei culturen en religies leven. De criminaliteit is er intens: meer schietpartijen, berovingen, jeugdbendes en drugsdealers dan waar ook.

„Edwin had het wel eens over het afvoerputje van Nederland, dat vond hij juist de uitdaging”, vertelt zijn jeugdvriend, rechercheur Martin van ’t Hof.

Toen Boer aantrad was de politie nog niet zo lang omgevormd tot een Nationale Politie, wat intern ook voor onrust zorgde. Boer schatte in nog wel zeventig of tachtig mensen nodig te hebben bovenop de zeshonderd die hij had. „Edwin koos nooit de makkelijkste weg”, zegt Mirjam. De schoorsteenmantel is bedekt met een onvoorstelbare hoeveelheid kaarten en brieven.

Foto Arjan Mulder

„Op Zuid ga je van incident naar incident”, zegt Wim Hoek, Boers plaatsvervanger en ‘maatje’. „Je moet altijd scherp zijn.” Een terreurdreiging, een collega die betrokken raakt bij een schietpartij, een beladen voetbalwedstrijd of onlangs nog, een vader die vermoedelijk zijn dochter doodstak in het ziekenhuis. Boers belangrijkste doel was: zijn mensen heel houden, zegt Hoek. „Hij waarschuwde altijd: laat de rauwheid van de straat niet naar binnen slaan. En hij leerde ons relativeren, liet zien dat er meer was dan alleen werk.”

Edwin Boer woonde altijd in Dordrecht. Zijn moeder was thuis, zijn vader werkte als monteur bij vliegtuigbouwer Fokker. Na de havo ging hij naar de politieschool. „Hij wilde bijdragen aan de samenleving, zei hij altijd”, vertelt Mirjam. Toen hun oudste een jaar was, ging hij naast zijn politiewerk met onregelmatige diensten rechten studeren aan de Erasmus Universiteit. Op zijn 35ste leerde hij contrabas spelen. Hij voetbalde, was voorzitter van de ijshockeyclub van zijn twee zonen en speelde bas in een jazztrio, een symfonische rockband én een coverband. Zo nu en dan trok hij in zijn eentje met zijn motor de polder in.

Hij werd in 2004 chef van de Rotterdamse vreemdelingenpolitie toen Peter Kool die functie kreeg in Hollands-Midden. Ze raakten bevriend. „Toen we samen op dienstreis waren in Rome. overleed de paus. Edwin zei: laten we gaan kijken. De rij had een wachttijd van 24 uur. Edwin smoesde met een agent en binnen twee minuten stonden we aan de voeten van de heilige vader. Hij had er een enorme lol in om dingen te regelen.”

Boer leidde grote evenementen als de marathon, Oud en Nieuw en de huldiging van Feyenoord na het kampioenschap in 2017. Hij legde vooraf aan NRC uit hoe hij dat wilde doen: „Ik werk graag met een commander’s intent. Het is een term uit het leger – de bedoeling van de baas. We zitten niet de hele dag bij elkaar en stemmen niet alles af.” Zelf nadenken, op je intuïtie vertrouwen, jezelf zijn.

Foto privébezit

Boer had weinig op met regels en rangen. Hij liet een baard staan toen een baard nog niet gewoon was. Onder zijn pak droeg hij laarzen met grote punten. Hij zocht onvermoeibaar zijn weg door het ‘systeem’ als hij iemand wilde aannemen die net niet de goede papieren had, of als hij een bloemetje voor een collega wilde kopen en dat langs de landelijke administratie moest.

Rotterdam-Zuid kreeg een (iets) beter imago. Er kwamen extra politiemensen bij. In vergaderingen met de eenheidsleiding noemde hij volgens betrokkenen altijd de namen van zijn medewerkers die iets voor elkaar hadden gekregen.

Voor zichzelf had hij aanvankelijk de ambitie hogerop te komen, maar die liet hij varen. „Dan moet je op het juiste moment het juiste profiel hebben,” zei hij in een interview met website bassisme.nl eind 2017.

Toen kreeg hij slokdarmkanker. Mirjam: „Hij had dit werk nog jaren kunnen doen”. De Rotterdamse politiechef kwam thuis langs en nam hem ook mee naar een wedstrijd van Ajax. De burgemeester belde hem. De steun van collega’s was overweldigend, zegt Mirjam.

Een erehaag en een motorescorte als afscheid weigerde ze. „Dat had Edwin nooit gewild.”