Recensie

Recensie Boeken

Dit is een prachtboekje, de boodschap raakt me

    • Ellen de Bruin

Max Porter Lanny is een prachtboekje, geschreven in een krankzinnige, ook dromerige taal, maar met een dramatische inhoud. Er komt in een dorp net buiten Londen een griezel voorbij die dood en verdriet zaait. De dorpelingen hebben zo hun mening over het slachtoffer.

illustratie Wikimedia

Lanny, ja, wat is het eigenlijk? Is het een roman, een novelle? Prozagedicht? Roman of novelle met stukjes prozagedicht en toneel? Literair experiment? Oké: Lanny, de nieuwe Max Porter, is een goed boek. Maar is het een héél goed boek? Is het net zo overweldigend prachtig als Porters debuut Verdriet is het ding met veren (Grief is the Thing with Feathers)? Dat boek, boekje, net boven de honderd bladzijden, blies me omver, met zijn verhaal over een vader en twee zoontjes die, nadat de moeder is overleden, door een kraai bezocht worden, verteld in krankzinnige taal. Mag ik die twee boeken vergelijken?

Nee, natuurlijk niet, ik moet Lanny beoordelen als wat het is: een op zichzelf staand werk, dat niets met het kraaienboek te maken heeft.

Ja, natuurlijk mag dat wel. Porter heeft het er zelf naar gemaakt. Lanny is weer in vergelijkbare krankzinnige taal verteld, taal die blijkbaar kenmerkender is voor Porter dan voor dat ene boek. Lanny is weer zo’n dromerig boek dat je niet voor de plot leest, maar voor de sfeer die die taal oproept, als een gedicht. En ook in Lanny komt weer een wezen voor dat deels mens, deel sprookjesfiguur lijkt: Dead Papa Toothwort, Dode Papa Scheurwortel. Zoals de kraai in Verdriet voor rouw stond, staat Dode Papa Scheurwortel voor het noodlot, voor alles, voor de wereld die maar traag doorgaat en verandert en waarin dieren, mensen sterven terwijl we er niets aan kunnen doen (toothwort, schubwortel, is een parasitaire plant die leeft op de wortels van andere planten). En die griezel komt het dorp net buiten Londen bezoeken waar de jonge jongen Lanny met zijn ouders woont.

Bladgoud

Lanny’s vader forenst naar Londen, zijn moeder is een voormalig actrice die een thriller schrijft. Ze vraagt dorpsgenoot Pete, een excentrieke, oude kunstenaar die vogelskeletten met bladgoud bedekt, om Lanny tekenles te geven. Het jochie heeft talent. Het is een bijzonder kind, sowieso. Vroegwijs, grappig, dol op de natuur, verdrietig dat het jongetje in de folder over droogte in Afrika waarschijnlijk al dood is.

En uitgerekend op Lanny komt Dode Papa Scheurwortel af. Dat voelen we al vanaf de eerste bladzijde als hij, smerig, dreigend, het dorp nadert: ‘Hij wil dingen doodmaken, dus hij zingt’, staat daar (in alweer zo’n mooie vertaling van Saskia van der Lingen). Dan is Dode Papa Scheurwortel nog de enige die alle stemmen in het dorp hoort, de alledaagse en de akelige: roddels, gemene opmerkingen. Ze worden weergegeven in een wild soort typografie: cursief, in golvende, door elkaar heen lopende regels.

Maar nadat het erge gebeurd is, halverwege het boek, zegt iedereen alles openlijk: dat Lanny’s ouders maar rare stadse mensen zijn die hun kind veel te vrij lieten. En er moet iemand de schuld krijgen, dus dat gebeurt. Iemand anders wordt het monster, Dode Papa Scheurwortel is even overbodig. En Lanny wordt een mythisch wezen, ‘raadselachtig en anders’.

Krankzinnige taal

‘Geen enkel vermist kind is ooit saai of vervelend, is je dat wel eens opgevallen?’ zegt een dorpeling en je denkt, o ja, dáárom was Lanny zo bijzonder, omdat hij nu weg is. ‘Ik vond hem nogal een ettertje zoals hij overal maar rondhuppelde als een elfjesprinses’, zegt een ander, want ja, dat kan natuurlijk ook. Alsof de situatie nog niet erg genoeg is, alsof mensen het allemaal nog erger moeten praten.

Mag ik Lanny vergelijken met Porters eerste boek? Nee, want dan zou ik moeten opmerken dat dat met vergelijkbare literaire middelen een universeler verhaal vertelde, dat me harder trof. En waarom is dat nodig? Lanny is een prachtboekje, net boven de tweehonderd bladzijden, en wat ik er als boodschap uithaalde, raakt me: dat verbeelding álles is, dat verbeelding het noodlot overwint.

Maar volgende keer een heel ander soort boek graag, Max Porter, iets wat hier helemaal niet op lijkt. Of wacht – nee, misschien ook juist niet. Misschien moet het dan bijvoorbeeld over liefde gaan. Of over verbeelding. Gepersonifieerd als deels mens, deel sprookjesfiguur. Een dromerig verhaal in krankzinnige taal. Liefst net boven de driehonderd bladzijden.