Opinie

Steeds vaker wint de corrupte elite – niet in Oekraïne

Het daagt in het Oosten, weet Hubert Smeets na de proteststem tegen Porosjenko.

Terwijl het Lagerhuis een destructieve burleske opvoert als mother of parliaments, is in het Oosten sprake van opbouwender trends. Bij de verkiezingen in Turkije, Slowakije en Oekraïne – waar populisme, autoritair leiderschap en vijanddenken gedijen – bleek niet de wet van kracht dat de corrupte elite tegenwoordig meestal aan het langste eind trekt.

Voor Oekraïne was afgelopen weekend het minste aandacht, hoewel de presidentsverkiezingen er wel degelijk interessant zijn.

Dat tv-ster Zelensky, uitdager van president Porosjenko, ruim 30 procent van de stemmen kreeg, is niet gek. Oekraïne wordt geregeerd door oligarchenclans en verwante politieke netwerken. Wie er staatsmacht heeft, wordt rijk. De Majdan-opstand, die het land in 2014 in Europees vaarwater bracht, heeft aan dit intrinsiek corrupte patroon wel iets veranderd, maar niet genoeg.

Dit verkwanselen van de Majdan-geest schreeuwde om een proteststem. En die kreeg de president ook om de oren. Wat heet. Met krap 16 procent haalde Porosjenko net de tweede ronde van 21 april.

Opmerkelijk is niet zozeer de tegenstem zelf als wel de omvang ervan. Oekraïne is immers in oorlog met Rusland, dat zich er in 2014 niet bij neerlegde dat de westelijke buurstaat uit zijn invloedssfeer wegdreef richting EU en NAVO en dit tij met militaire interventies wilde keren. In die context is Porosjenko een klassieke en succesvolle oorlogspresident geweest. Oekraïne is niet in het gelid van het Kremlin teruggezet. De kerk is losgeweekt uit het patriarchaat van Moskou. En het Oekraïens is dominant. Vandaar zijn campagneleuze ‘leger, taal en geloof’.

Die sloeg niet aan. Los van de vraag waar uitdager Zelensky precies voor staat – hij spreekt vaag over zijn koers: anticorruptie en pro-Europa – zijn kiezers willen geen land dat in staat van permanente mobilisatie verkeert en daarom corruptie op de koop toe moet nemen.

Even wonderbaarlijk is het dat Zelensky bijna overal een kwart van de stemmen of meer haalde. Lang was Oekraïne electoraal verdeeld. Nationalisten kwamen er in het Russischtalige Oosten en Zuiden niet aan te pas. Et vice versa. Nu lijkt er sprake van enige convergentie. Terugkeer onder moeders Moskouse rokken was geen thema meer. De pro-Russische kandidaten bleven steken op 17 procent. Radicaal rechts is zelfs nergens te bekennen. De kandidaat die Moskou nodig heeft voor zijn these dat Kiev in handen is van ‘nazi’s’ (dixit Lavrov van Buitenlandse Zaken) haalde 1,6 procent.

De uitkomst op 21 april? Alles is komende twee weken mogelijk. Zelensky en Porosjenko gaan nog in debat. Niet in een studio maar in het stadion van Dinamo Kiev (70.000 tribuneplaatsen). Een Europese noviteit.

Regressie is zeker ook denkbaar. De politieke cultuur in Oekraïne wordt nog steeds gekenmerkt door een post-sovjet mix van complotten (in de coulissen), compromitteren (‘zwarte pr’ contra tegenstanders), ‘administratieve bronnen’ (wiens brood men eet, aan wie men stemmen geeft) en intimidatie (geweld).

Volgens peilingen staat Zelensky met 45 procent op winst. Maar als Porosjenko, met zijn „geopolitieke kompas”, onbeschaamd uit de trukendoos van deze ‘politieke technologie’ put, kan het ruig worden.

Blijft Porosjenko binnen de perken, dan zou Oekraïne zomaar eens een land kunnen worden waar een oorlogsleider ondanks al die doden (13.000 in Oekraïne) wordt weggestemd. Net als Churchill in 1945.

Dat was toen een, voor de Britse premier hardvochtige, uiting van normalisering. Daagt het nu in het Oosten?

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met Michel Kerres over geopolitiek.