Opinie

    • Claudia de Breij

Overdonderend dom

Column Claudia de Breij schrijft elke maand in Het Blad over hoe zij zich handhaaft in hedendaags Nederland.

Er is een nieuw machtswoord. Het heet draagvlak. Zo gauw je het draagvlak in de discussie gooit, ben je de baas over het verhaal. „Mooie plannen hoor, voor het klimaat, maar zolang er geen draagvlak is onder de mensen (de mensen, dat is er ook eentje) moeten we nog maar zien of we die plannen wel gaan uitvoeren”, zeggen de Buma’s en de Ruttes dan.

Uw Handhaver des Vaderlands leert graag van de allergrootste geesten, dus ik gebruik het nu zelf thuis ook. „Jij zou de kelder toch opruimen?” zegt mijn geliefde dan. Het is er zo vochtig dat je er kunt zwemmen. We kunnen de bak water die bij de vochtvreter staat niet meer leeggooien omdat de toegang wordt versperd door schaatsen in alle maten, een roestende slee en andere relieken uit de tijd dat winters nog winters waren.

„Ja”, leg ik dan liefdevol uit. „Dat zou ik doen. En het ís ook nodig. De kelder moet écht een keer opgeruimd worden, ik begrijp je zorgen, lieveling. Maar ik ben het even bij mezelf nagegaan, en er is momenteel gewoon heel weinig draagvlak voor.”

Draagvlak is de Godwin van de voornemens. Zo gauw je het in de discussie gooit, houdt die op. Niemand kan meer iets. Naast krachtig is het ook overdonderend dom, zelfs voor Haagse begrippen. Het voeren van een klimaatdiscussie is, zoals wetenschapper Robbert Dijkgraaf laatst zei, zoiets als discussiëren over de zwaartekracht. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed en iedereen mag zijn onzin over de opwarming van de aarde verkopen, maar ik vertrouw een van de grootste natuurkundigen van onze tijd in wetenschappelijk opzicht toch net iets meer dan de zelfverklaarde grootste intellectueel van Nederland.

Dat zullen Buma en Rutte toch ook doen, hoopt het kind in mij dat altijd een groot vertrouwen in de overheid heeft gehouden. Waarom dan die angst voor ‘het draagvlak’? Zijn ze nou echt bang dat wij niet op ze willen stemmen wanneer ze hardop zeggen dat er een eerlijk klimaatbeleid nodig is, waarbij gezinnen met een klein inkomen een kleine bijdrage leveren en grote bedrijven met grote winsten (en een grote C02-voetstap) een grote bijdrage? Willen ze later nog een keertje directeur van Schiphol kunnen worden, of adviseur bij Shell? Hoe verantwoord je voor jezelf dat je wilt afwachten of er wel draagvlak is wanneer iets overduidelijk hoognodig is om te overleven?

Staan we met zijn allen, naast de vijver. Het kind in het water roept om hulp, nog even en het is verdronken. Langs de kant staat een man met een reddingsvest in de hand. Hij doet een rondvraag onder de andere aanwezigen of er genoeg draagvlak is om in te grijpen.