Ook de Italiaanse slager verliest

Wat eten we? Zelfs in Rome zijn de winkels met kazen en hammen steeds zeldzamer. De supermarkt wint.

Foto Istock

Rome. „Weet je wat hier zeldzaam is geworden?” vroeg de kerkhistoricus die geregeld enige tijd in Rome doorbrengt. „Dit soort winkels.” Hij wees op een winkel waarvan je denkt die juist overal in Rome aan te treffen, zo’n winkel met kazen en hammen en andere verrukkelijke dingen. Zo’n echt Italiaanse winkel. Omdat Italianen, anders dan bijna alle ander mensen, wél om smaak geven en om voedselkwaliteit en niet van die rotzooi eten die wij – enz.

We liepen door een volkse wijk met veel drukte en winkels en gezelligheid, maar die heerste niet in de winkel met de woest aanlokkelijke kaas en ham. Daar stond eenzaam achter de toonbank de baas op klandizie te wachten. Het was een uur of half zeven, een tijd dat mensen heus wel inkopen doen.

Toen ik erop ging letten zag ik inderdaad, behalve in de meer toeristische omgevingen, opmerkelijk weinig van zulke winkels. Dat is natuurlijk allesbehalve een degelijk onderzoek, maar het gaf toch te denken.

En wat geeft het dan te denken? Iets over supermarkten, en iets over smaak.

Over de supermarkten hoe ze noodzaak en plaag ineen zijn. Alleen kleine winkels met lokale producten kunnen steden beslist niet voeden. Supermarkten, die grootschalig werken en prijsafspraken maken, importeren het hele jaar door prima uien en appelen en noem maar op, onafhankelijk van mislukkende oogsten of tegenvallende resultaten. Ze zijn groot genoeg om dat op te vangen, ze halen de spullen van plekken waar de omstandigheden gunstig zijn. Ze kijken bovendien naar wat de klanten willen: is quinoa in de mode? Dan verkopen zij dat. Japanse sojasaus, kruiden uit de levant, aardbeien in het vroege voorjaar – ze hebben het allemaal. Altijd. De stadsbewoner grijpt niet mis, die hoeft niet in de rij te gaan staan, die hoeft alleen maar te kiezen: dat, dat en dat.

We kiezen niet op smaak

En dan de smaak. Oftewel: de kwaliteit. We weten allemaal dat supermarkten groenten verkopen die er gaaf uitzien en die tegen een stootje kunnen. Albert Heijn is heel leuk bezig met een zakje wortelen die niet allemaal kaarsrecht zijn, maar dat is een geinige uitzondering. Vervoerbaarheid en uiterlijk zijn belangrijker dan smaak. Je krijgt in de supermarkt kaas die het bij iedereen goed doet (en die makkelijk in grote hoeveelheden van gelijke kwaliteit geproduceerd kan worden), ham met Italiaanse smaak, yoghurt in Griekse stijl. Het lijkt er allemaal op, maar het is niet ‘het echte’ en ook niet het rare, het uitgesprokene, het moeilijke.

Lees ook over de kunst van goede supermarktmuziek: En een onsje reggae alsjeblieft

Want klanten kiezen niet op smaak, ook al zeggen ze van wel. Ze kiezen voor gemak – alles bij elkaar en zelf je spullen pakken – en voor een lage prijs. Niet voor niets is dát het punt waarop supermarkten met elkaar concurreren.

En dus zie je zelfs in Italië, het land van de smaak, van verbluffend eenvoudige gerechten omdat de ingrediënten zo goed zijn, dat de kaasman mistroostig staat te wachten op klanten die niet komen.