Opinie

Onzichtbare golven van angst

Jeroen Geurts

Ze is al dagen onrustig. Ze slaapt slecht, heeft weinig eetlust. Nu is ze duizelig, heeft zere schouders. Bij de gedachte aan haar reis en het werk dat ze gaat presenteren krijgt ze het Spaans benauwd. Zo zelfverzekerd als ze normaal is, zo diep onzeker is ze nu. Hoe heeft ze ooit deze afspraak kunnen maken? Iedereen zal zien hoe ze door de mand valt. De tranen branden achter haar ogen. Op het vliegveld voelt ze een druk op haar borst die haar doet snakken naar lucht. Mijn god, wat is dit? Pijn in haar buik, haar hart bonkt. Ze heeft het heet en dan weer koud. In het vliegtuig spoelt de angst in golven over haar heen. Haar maag voelt alsof hij in brand staat. Zweetdruppeltjes rollen over haar gezicht. Ze ademt snel en oppervlakkig. Haar handen trillen, haar mondhoek tintelt. De wereld is anders, alles lijkt bedreigend. Ik wil eruit, denkt ze. Ik wil eruit ik wil eruit ik wil eruit. Ik wil hier zo snel mogelijk weg.

Zweten en hartkloppingen

Dit verhaal is samengesteld uit verschillende ervaringen en geeft als zodanig een realistisch beeld van angst. In het hoofd van onze ongelukkige protagoniste raast een wilde storm. Prikkeling van haar hersenstam geeft autonome symptomen, zoals het wisselend koud/warm, de duizeligheid, het zweten, de hartkloppingen. Maar ook haar limbische systeem doet mee, een evolutionair oud gedeelte van de hersenen, verantwoordelijk voor de regulering van onze emoties. Haar frontaalkwab, het hersengebied achter haar voorhoofd, heeft onvoldoende grip op haar ontregelde emoties en kan later een rol gaan spelen bij het ontstaan van vermijdingsgedrag. Er is een kans dat ze nooit meer op het podium zal staan of in een vliegtuig zal stappen. Misschien vertrouwt ze zichzelf niet meer in een open ruimte zoals een vliegveld, nu ze zich daar eenmaal zo slecht heeft gevoeld. Terwijl ze zich in diepe crisis bevindt, ligt de chemie van haar hersenen danig overhoop. Stofjes als serotonine, noradrenaline en gamma-aminoboterzuur zijn mede verantwoordelijk voor haar heftige emotie.

En toch begrijpen we niet goed waar angst nou ‘zit’. Waar het begint, zo’n aanval. Geen van de genoemde hersengebieden is in zijn eentje verantwoordelijk voor het ontstaan van de klachten. Geen van de genoemde chemische stoffen. Door genetische aanleg en omgevingsfactoren of ervaringen in de kindertijd en later, loopt er iets scheef over de complexe verkeersaders van het brein. Er wordt intensief naar die hersenprocessen gekeken door mijn neurovakbroeders. Toen ik zelf nog student was keken we vrij ‘simpel’ naar het brein: individuele hersengebieden werden in verband gebracht met complexe emotionele functies. We dachten dat individuele hersengebieden zoals de amygdala hoofdoorzaak waren bij angst. Maar tegenwoordig wordt angst als een netwerkstoornis gezien. Moderne scan-technieken worden ingezet om te onderzoeken waar de subtiele balans in het hersenweb verstoord wordt. Dat is een veel betere aanpak, want angst is niet simpel. En het zit niet op één plek in het brein.

Vrouwen hebben er meer last van

Angst is heimelijk. Aan de buitenkant is er vaak niet zoveel te zien. Zou de stewardess hebben opgemerkt dat haar passagier een angstaanval heeft? We letten niet op angst. Het is nauwelijks onderwerp van gesprek in de sociale omgang of tussen collega’s op de werkvloer. En toch komt het veel voor. Iedereen heeft er wel eens last van en meer mensen dan je zou denken worden er ernstig door beperkt. Volgens het laatste officiële (en alweer verouderde) epidemiologisch bevolkingsonderzoek hebben in Nederland naar schatting ruim een miljoen mensen een angststoornis. Vrouwen hebben er meer last van dan mannen. Het is een symptoom van alle leeftijden, met een piek tussen de vijfentwintig en veertig jaar. Angst kan zich uiten als een specifieke fobie, zoals voor hoogtes, afgesloten ruimten, spinnen, ziektes of vliegen. Maar er kan ook angst zijn voor bepaalde sociale situaties, zoals spreken in het openbaar of het falen op taken. Of er is sprake van een paniekstoornis, waarbij je plotseling wordt overvallen door heftige angstaanvallen. En ten slotte is er nog zoiets als gegeneraliseerde angst, waarbij men gevangen zit in een cirkel van piekeren en twijfelen. De huisarts ziet maar een deel van de angstpatiënten; iets minder dan de helft om precies te zijn. Een van de verklaringen voor dat cijfer is dat we niet graag praten over angst. Misschien durven we dat niet. We zijn allicht bang dat men ons zwak vindt.

Praat ik zelf wel genoeg?

Ik sprak laatst een van mijn medewerkers die net een periode van heftige angst achter de rug had. Ik had dat volledig gemist. Dat zette me aan het denken. Praat ik zelf wel genoeg met mijn onderzoekers over wat er in hun hoofd omgaat? De academie staat onder druk. De kranten staan er vol van. We moeten aannemen dat er regelmatig collega’s rondlopen (of -vliegen) met angst. Maf dat wij wetenschappers allerlei dingen zitten te meten, maar er nooit écht over praten. Angst zit immers niet in scans, maar in mensen.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc.