Opinie

    • Caroline de Gruyter

Niet-populair zijn is goed

Vorige week zat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk twee uur lang bij een ontbijtprogramma op de Franse radio. De Duitse teksten van de man zijn vaak moeilijk verteerbaar. Maar in het Frans is zijn woordenschat kleiner en formuleert hij zijn gedachten simpel en begrijpelijk. Het hele gesprek ging over Europa. Over het begrip ‘Europa’, over de verkiezingen eind mei, de relevantie van de Frans-Duitse as, de gele hesjes, en de toekomst van de Europese verzorgingsstaten.

Helemaal aan het eind kreeg hij de vraag: hoe belangrijk is het dat Europa populair wordt? De interviewer verwachtte waarschijnlijk dat Sloterdijk zou zeggen: heel belangrijk. Maar hij antwoordde: „Grappig genoeg kun je zeggen dat het gebrek aan populariteit een deel van de kracht is van het Europese project. Dat al te veel enthousiasme ontbreekt, is goed. Als enthousiasme in de politiek de overhand neemt, betekent dat vaak dat mensen op een onprettige manier te hoop lopen voor een of ander doel. Dan krijg je revoluties en oorlogen.”

Je hoeft de politieke voorkeuren van Sloterdijk, die zichzelf omschrijft als „linkse conservatief”, niet te delen om te zien dat hij een punt heeft. Eén blik naar de overkant van het Kanaal toont ons, ook deze week weer, wat er kan gebeuren als emoties en utopistische scenario’s op de loop gaan met de politiek.

Michel de Montaigne, de zestiende-eeuwse Franse filosoof die opgroeide in een tijd vol religieuze strijd, zei altijd dat je de wereld in kleine stapjes moet verbeteren. Als kind had hij gezien hoe een man door een opgehitste meute werd gelyncht. Daar hield hij een grote afkeer van zeloten aan over, en aan iedereen die gelooft dat je een ideale maatschappij kunt vestigen door de bestaande orde radicaal omver te werpen. Als je in kleine stapjes veranderingen doorvoert, redeneerde Montaigne, kun je onderweg bijschaven als het tegenvalt. Dat lukt alleen met geduld, realiteitszin en compromissen. Daar win je geen schoonheidsprijs mee, maar voor burgers is de uitkomst meestal stukken beter.

Je vraagt je af hoe Iran eruit zou zien als ze in 1979 dit credo hadden gehanteerd. Veel tegenstanders van het huidige regime zijn nog altijd zo getraumatiseerd door de Iraanse revolutie, dat ze alles willen behalve weer een revolutie ontketenen. Als ze ergens kunnen uitleggen hoe catastrofaal de ‘nirvana fallacy’ is – het bedrieglijke geloof in het paradijs op aarde –, is het wel daar.

Veel Brexiteers wilden van de EU af, waar ze niets mee hadden en nog minder van wisten. Zij lieten zich door utopisten voor de kar spannen. Utopisten die een ideaalbeeld hadden van een samenleving met zo veel mogelijk markt en zo min mogelijk staat, en nul bemoeienis van Brussel. De Noren en Zwitsers waarschuwden hen: dat kan niet, de EU is te machtig om te negeren. Vergeefs. Afgelopen weken, toen veel bedrijven naar Amsterdam, Parijs of Dublin verhuisden, circuleerden er weer allerlei spookverhalen over Brusselse bemoeizucht op Britse sociale media. Het kantoor van de Europese Commissie in Londen begon jaren geleden een blog om euromythes te weerleggen. Het hielp allemaal niets. Als mensen willen geloven in een radicaal betere wereld, volgen ze politici die hen daar desnoods met leugens naartoe lokken. 89 procent van de Bremain-stemmers en 83 procent van de Brexit-stemmers zou bij een nieuw referendum hetzelfde stemmen als in 2016. Deze week werd bekend dat 10.000 politieagenten klaar staan om gewelddadigheden te stoppen als er een no deal komt.

De les van de Brexit is dat de ideale wereld niet bestaat. Amen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Correctie 6/4: In de zin ‘Je vraagt je af hoe Iran eruit zou zien als ze in 1979 dit credo hadden gehanteerd’ stond per abuis 1973. Dat is aangepast. Ook werd vermeld dat Michel de Montaigne een achttiende-eeuwse Franse filoof was. Dat moest zestiende-eeuws zijn.