Opinie

Mondiaal antwoord op ongebreidelde groei bedrijven is nodig

Marktmacht

Commentaar

Een rem op innovatie en concurrentie. Dat kan het gevolg zijn van een te grote marktmacht van bedrijven. De groeiende macht van bedrijven gaat ten koste van welvaart en inkomens, en kan leiden tot een scheve inkomensverdeling. En hoewel de economische gevolgen daarvan tot nu toe bescheiden zijn, zal explosieve ontwikkeling van nu al dominante ondernemingen de investeringen doen afnemen en innovatie afremmen.

Bovenstaande conclusie is niet afkomstig van de Socialistische Partij, maar van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het IMF komt tot deze stelling na bestudering van 900.000 bedrijven in zestien ontwikkelde en elf opkomende landen. De data betreffen 40 procent van alle geproduceerde goederen en diensten. Daarmee levert het fonds voor het eerst overtuigend empirisch bewijs van wat door de Vlaamse econoom Geert Noels ‘gigantisme’ wordt genoemd: de schadelijke kanten van economische reuzengroei.

Dat gigantisme blijft niet zonder gevolgen: waar beginnende marktmacht gepaard gaat met stijgende investeringen en innovatie, omdat een onderneming alleen veel investeert als deze toekomstige dominantie verwacht, nemen die investeringen en innovaties af als de macht eenmaal daar is. Zulke bedrijven (Google, Facebook, Amazon en Apple worden vaak genoemd), doen er daarna alles aan om hun positie te verdedigen, ook ten koste van nieuwe toetreders tot ‘hun’ markt. Ze nemen liever concurrenten over dan dat ze de strijd met hen aangaan. Het winner-takes-most-principe.

Dit is beslist geen loze waarschuwing. Het onbeteugelde kapitalisme heeft, zoals bekend, grote nadelen: uitbuiting van arbeiders, milieuvervuiling, zelfverrijking aan de top en verschraling van het aanbod voor de consument.

Het klassieke, liberale kapitalisme, zoals dat is beschreven door onder meer Adam Smith, is en blijft de productiemethode die de meeste welvaart brengt. De geschiedenis leert echter ook dat dit systeem van tijd tot tijd tegen zichzelf beschermd moet worden. Niet voor niets ontstond in de afgelopen anderhalve eeuw beleid ten aanzien van het milieu, machtsconcentratie, arbeidsvoorwaarden en een minimumloon. De werknemer is ook een burger, een kiezer en een consument

De Vlaamse econoom Geert Noels schreef een boek over de nadelen van reuzengroei van bedrijven: Gigantisme. Hij wil af van groot, groter, grootst.

De consument heeft in de eerste plaats een eigen keuze om zich al dan niet uit te leveren aan de quasi-monopolisten. De ogenschijnlijke winst op korte termijn (‘gratis’ diensten, goedkope producten, een gezamenlijk platform waar al je vrienden en familie ook op zitten) heeft zijn prijs. Goedkoop leidt tot duurkoop.

Maar ook overheden dienen zich assertiever op te stellen tegenover de superstar-bedrijven. Dat geldt voor marktconcentraties, uitbuiting op de arbeidsmarkt, maar ook voor fiscale goochelarij om de bedrijfswinsten tegen zo laag mogelijke tarieven weg te sluizen naar landen met de laagste belastingen.

In die zin is het verheugend dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bezig is om minimale winstbelastingtarieven af te spreken. Nationale oplossingen volstaan vaak niet.

Ook de analyse van het IMF toont aan dat het begrenzen van de superkapitalisten een zaak is van de mondiale samenleving. Strengere antitrustwetten en betere naleving van de huidige regels zijn een begin.

De waarschuwingen en aanbevelingen van het IMF komen laat, maar nog niet te laat. Het liberale kapitalisme is het waard om gered te worden.