‘Mijn dagen thuis zijn lang’

Spitsuur Papieren bepalen het leven van Jesus Doe (28) en Lea Verhasselt (25) uit Enschede; Doe wacht op een verblijfs-vergunning. „Op vakantie naar het buitenland kunnen we niet, omdat Jesus het land niet uit mag.”

Lea: „Omdat Jesus niet mag werken, ben ik de kostwinner.”Jesus: „Gelukkig hebben we geen hoge kosten. We betalen huur, hebben een auto en geven geld uit aan boodschappen. Ik mag me niet verzekeren, dus die kosten heb ik niet. Ik moet dus wel zorgen dat ik niet ziek word.”
Lea: „Omdat Jesus niet mag werken, ben ik de kostwinner.”Jesus: „Gelukkig hebben we geen hoge kosten. We betalen huur, hebben een auto en geven geld uit aan boodschappen. Ik mag me niet verzekeren, dus die kosten heb ik niet. Ik moet dus wel zorgen dat ik niet ziek word.”

Jesus: „Ik ben opgegroeid in Ghana en opgevoed door mijn moeder. Mijn vader is een Liberiaan, hij kwam 27 jaar geleden als vluchteling naar Nederland. Tien jaar geleden ben ik met mijn moeder hierheen gekomen, op een toeristenvisum. We zijn toen een procedure begonnen om hier te mogen blijven. Maar dat kan niet op basis van een toeristenvisum, volgens de IND. Ik heb nu steeds tijdelijke verblijfsvergunningen. Gelukkig mocht ik wel naar school: eerst naar een internationale schakelklas om de taal te leren, daarna naar het mbo waar ik mijn diploma ICT heb gehaald. Maar werken mag niet, omdat ik geen verblijfs- en werkvergunning heb. Dat gaf aanvankelijk ook problemen bij het vinden van een afstudeerstage, maar dat is uiteindelijk toch gelukt.”

Lea: „In 2013 hebben we elkaar leren kennen in het uitgaansleven van Enschede. Ik ben hier opgegroeid en woonde toen nog bij mijn ouders.”

Jesus: „Ik ook. Mijn vader is al heel lang Nederlander en mijn moeder heeft inmiddels een verblijfsvergunning.”

Lea: „Via de zogeheten EU-route hebben we geprobeerd om aan de juiste documenten voor Jesus te komen. Dat houdt in dat je in een ander Europees land moet gaan wonen en daar de procedure voor een verblijfsvergunning in Nederland moet starten. Om die reden hebben we een jaar in Gronau gewoond, net over de grens bij Enschede.”

Jesus: „De IND vindt echter dat we niet genoeg bewijs hebben dat we daar echt hebben gewoond. Een huurcontract en een rekening voor gas, water en licht is niet voldoende. Je moet laten zien dat je daar echt gesetteld was. Mijn moeder heeft haar procedure ook opgestart in Duitsland en werd daar ziek. Zij kon dus verklaringen van artsen overleggen.”

Lea: „Ik heb een Nederlands en een Frans paspoort omdat mijn moeder Française is. Met mijn Franse paspoort kunnen we het dus ook nog proberen.”

Jesus: „En ik heb een Duitse verblijfsvergunning. Dus als we naar Duitsland verhuizen, is alles opgelost. Maar ik wil graag verder studeren en spreek geen Duits, dus in Duitsland studeren zou erg lastig worden. Ik kan met mijn Duitse verblijfsvergunning wel studeren in Nederland, maar dan ben ik een internationale student en betaal ik 8.000 euro studiegeld per jaar. Dat geld hebben we niet.”

Lea: „Het is ontzettend ingewikkeld allemaal. We proberen er zo min mogelijk aan te denken, want anders worden we somber.”

Niet ziek worden

Lea: „Ik werk op de afdeling klantenservice van ACtronics, een bedrijf in Almelo dat elektronische auto-onderdelen reviseert. Ik houd contact met de Franse klanten. Omdat Jesus niet mag werken, ben ik de kostwinner.”

Jesus: „Gelukkig hebben we geen hoge kosten. We betalen huur, hebben een auto en geven geld uit aan boodschappen. Ik mag me niet verzekeren, dus die kosten heb ik niet. Ik moet dus wel zorgen dat ik niet ziek word.”

Lea: „Mijn drukste moment van de dag is als ik thuiskom en me snel moet omkleden om naar de sportschool te gaan. Dat doe ik vijf dagen per week, samen met mijn zus. Pas daarna gaan we koken en eten.”

Jesus: „Mijn dagen thuis zijn lang. Overdag zoek ik kennissen op in de stad, dan voel ik me minder alleen. En ik help wel eens iemand met een computerprobleem. Ik koop regelmatig een goedkope online ICT-cursus, zodat ik toch een beetje kan studeren. Verder doe ik het huishouden. En bellen, mailen en telkens van loket naar loket gaan, dat is ook een stukje dagvulling voor mij.”

Lea: „Ik doe de was en kook regelmatig. Of we koken samen. Koken is echt een hobby van ons.”

Jesus: „Ik vraag altijd wat Lea wil eten, want ik doe meestal de boodschappen.”

Lea: „Ik zoek op YouTube wel eens naar Afrikaanse recepten. Maar we krijgen ook vaak recepten van Jesus’ moeder.”

Jesus: „We gaan ongeveer één keer per week op bezoek bij mijn ouders en dan krijgen we altijd eten mee.”

Lea: „We hebben vaak vrienden over de vloer. Op vakantie naar het buitenland kunnen we niet, omdat Jesus het land niet uit mag. Best lastig, omdat mijn ouders naar Frankrijk zijn verhuisd. Al schijnen we op basis van ons trouwboekje wel de grens over te mogen. Gelukkig is er in Nederland genoeg leuks te doen.”

Sparen voor reis naar Ghana

Lea: „Geld geven we vooral uit aan eten. In het weekend en als er vrienden komen, koken we uitgebreid. Af en toe gaan we uit eten. Omdat we zo dicht bij de stad wonen, is winkelen wel verleidelijk.”

Jesus: „Ik heb al mijn spaargeld in mijn studie gestoken. Na het mbo heb ik nog één jaar hbo gedaan, dat kostte 5.000 euro. Gek genoeg kreeg ik tijdens mijn mbo-studie wel studiefinanciering, daar heb ik van kunnen sparen.”

Lea: „We sparen nu voor een reis naar Ghana, als Jesus ooit het land uit mag. Ik ben daar nog nooit geweest.”

Jesus: „Zodra mijn papieren geregeld zijn, ga ik meteen werk zoeken, zodat ik al die verloren jaren en gederfde inkomsten kan inhalen. En ik wil het hbo afmaken. Voor bijna elke ICT-baan wordt hbo-denkniveau gevraagd.”

Lea: „We blijven hopen dat we hier een wat stabieler leven samen kunnen opbouwen. Dan kunnen we ook aan kinderen gaan denken.”

Jesus: „Als er nu een kind bij zou komen, wordt onze situatie nog lastiger. Eerst dit oplossen, dan de volgende stap.”