Levenseindekliniek: artsen ‘behoedzamer’ bij euthanasieverzoek

Euthanasie Artsen zijn bang voor strafrechtelijke vervolging en willigen daarom minder snel een euthanasieverzoek in, schrijft de Levenseindekliniek in het jaarbericht.

Ook het aantal mensen dat zich tot de Levenseindekliniek wendt, stijgt niet meer snel.
Ook het aantal mensen dat zich tot de Levenseindekliniek wendt, stijgt niet meer snel. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Uit „angst voor strafrechtelijke vervolging” zijn artsen van de Levenseindekliniek voorzichtiger geworden bij het beoordelen van euthanasieverzoeken. Vorig jaar zijn mede daardoor voor het eerst sinds het ontstaan van de Levenseindekliniek minder euthanasieverzoeken ingewilligd dan het jaar ervoor.

Dit schrijft de Levenseindekliniek vrijdag in een rapport waarin de jaarcijfers worden bekendgemaakt. De Levenseindekliniek werd in 2012 opgericht om euthanasieverzoeken te beoordelen voor mensen die daarvoor niet bij hun eigen arts terechtkunnen. In het jaarverslag schrijft de kliniek: „De angst voor strafrechtelijke vervolging leidt tot meer behoedzaamheid. Artsen van de Levenseindekliniek kiezen voor extra gesprekken of een extra beoordeling. Hierdoor wordt er nóg meer tijd besteed aan het daarvoor ook al zorgvuldige proces.”

Lees ook: vijf vragen en antwoorden over de eerste strafvervolging om euthanasie.

Bij de Levenseindekliniek merken ze ook dat (huis)artsen behoedzamer worden en eerder advies vragen aan speciale ‘consulenten’ die de organisatie daarvoor in dienst heeft. Bestuurder Steven Pleiter: „Huisartsen die al meerdere keren zelfstandig euthanasie verleenden, kloppen nu bij ons aan.”

Ook aantal verzoeken daalt

Ook het aantal mensen dat zich tot de Levenseindekliniek wendt, stijgt niet meer snel. De Levenseindekliniek kreeg vorig jaar 2.564 euthanasieverzoeken, een stijging van 3 procent ten opzichte van een jaar eerder. In de jaren ervoor steeg het aantal verzoeken steeds met 40 tot 50 procent. Vorig jaar werden 727 euthanasieverzoeken ingewilligd, twintig minder dan in 2017.

De angst voor vervolging is niet ongegrond. Sinds vorig jaar kijkt het Openbaar Ministerie strenger naar artsen die euthanasie uitvoeren. Sinds eind 2017 werden vijf onderzoeken aangekondigd naar mogelijk strafbare euthanasiegevallen. Dat was sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002 nooit eerder voorgekomen, terwijl de toetsingscommissies die zich buigen over uitgevoerde euthanasie negentig keer hadden geoordeeld dat een arts ‘onzorgvuldig’ had gehandeld.

In één geval stelt het OM daadwerkelijk strafrechtelijke vervolging in.

Lees ook: reconstructie van de euthanasie waarvoor een verpleeghuisarts door het OM wordt vervolgd.

Een inmiddels gepensioneerde verpleeghuisarts wordt vervolgd, nadat ze in 2016 euthanasie heeft verleend aan een diep demente oud-kleuterleidster. Volgens de toetsingscommissie deed de arts dit ‘onzorgvuldig’ en ook de tuchtrechter waarschuwde de arts. De zaak moet nog voor de rechter komen.

De Levenseindekliniek werd vorig jaar vier keer op de vingers getikt door de toetsingscommissies euthanasie. In al die gevallen handelden artsen van de kliniek ‘onzorgvuldig’. Sinds 2012 was dat nog maar zes keer eerder voorgekomen.

De Levenseindekliniek behandelt slechts een (klein) deel van het totale aantal euthanasieverzoeken in Nederland. In 2017, de meest recente landelijke cijfers, werd 6.586 keer euthanasie verleend.