Gasvlam in tijden van verduurzaming

Bronzen beeld Maastricht Mag de toorts van de uitvinder van het gaslicht branden, of is dat te slecht voor het milieu? En mag Gazprom het sponsoren?

Het beeld van Jan Pieter Minckelers, uitvinder van de gasverlichting, met een brandende toorts.
Het beeld van Jan Pieter Minckelers, uitvinder van de gasverlichting, met een brandende toorts. Foto ANP

De bronzen Jan Pieter Minckelers op de hoek van de Markt en de Boschstraat in Maastricht is voltijds toortsdrager. Maar zijn vlammetje brandt sinds 2011 slechts af en toe. Dat heeft de uitvinder van het steenkolengas en de gasverlichting (1748-1824) „niet verdiend”, vindt raadslid Jos Gorren (Sociaal Actieve Burgerpartij) en met hem meer Maastrichtenaren. „Een beeld mét brandende vlam is bovendien een attractie voor toeristen.”

Ooit was het monument onomstreden. De toenmalige commissaris van de koningin jonkheer Gustave Ruijs de Beerenbrouck sprak bij de onthulling in 1904 plechtige woorden: „Zo is dan Maastricht verrijkt met het beeld van een zijner grootste burgers, die de naam van zijn vaderstad bekend heeft gemaakt zover het door hem ontdekte licht zijn stralen uitzendt, van een man der wetenschap, bescheiden, eenvoudig en degelijk, die nooit roem heeft nagejaagd.”

Vanaf die feestelijke dag bleef de toorts in Minckelers linkerhand ruim een eeuw branden. Tot de gemeente zich in 2011, midden in de economische crisis, eens achter de oren krabde. Het ging weliswaar om een eerbetoon aan een van Maastrichts beroemdste zonen, maar jaarlijks voor 40.000 euro aan gas verjubelen ging in schrale tijden te ver.

Een Luiks kunstenaarscollectief bedacht toen een automaat waar mensen een euro in konden gooien voor het even ontsteken van de vlam en voor een gedichtje. De opbrengst ging naar een cultuurfonds.

Dat de discussie nu weer is opgelaaid, heeft te maken met het aflopen van het contract met de Luikse kunstenaars. „En een aanbod tot sponsoren”, vertelt wethouder Jim Janssen (Cultureel Erfgoed, Senioren Partij Maastricht).

De Russische honorair consul in Maastricht, Constantijn van Vloten, kwam met het idee om het Russische gasbedrijf Gazprom het benodigde gas te laten betalen. „Dat zou een mooi gebaar zijn in de stad van het Verdrag van Maastricht bij het gereedkomen van de Nord Stream 2, de nieuwe gasleiding vanuit Rusland”, aldus Van Vloten.

In de lokale politiek vond niet iedereen het idee van deze Russische financiering na onder meer de ramp met de MH17 even gepast. Janssen heeft daar geen mening over. „Gazprom is in Nederland een toegestaan bedrijf.” Maar het jaarlijks verstoken van gas voor 35 tot 45 huishoudens vindt de wethouder „niet te verdedigen in tijden van verduurzaming en niet passend waar sommige gezinnen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen.”

Raadslid Gorren vindt dat het groene denken is „doorgeschoten”. „Het is een soort massahysterie.” De vlam hoeft wat hem betreft ook niet de hele dag te branden. „Maar van acht uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds zou mooi zijn. Daarna zijn veel mensen al te aangeschoten om nog te genieten van het beeld.”

Het besluit is uiteindelijk aan burgemeester en wethouders van Maastricht. Janssen lijkt aan te sturen op het verlengen van het contract met het Luikse collectief voor twee jaar en ondertussen te zoeken naar alternatieve methoden om de vlam vaker te laten branden. Voordat het besluit valt, wil hij de komende gemeenteraadsvergadering afwachten, die zich waarschijnlijk in een aantal moties over de kwestie zal uitspreken.

Correctie (5 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd jonkheer Gustave Ruijs de Beerenbrouck commissaris van de koning genoemd. Hij was in 1904 echter commissaris van de koningin.