Foto Annabel Oosteweeghel

‘Ik heb alles, werkelijk alles geprobeerd om af te vallen’

Tatjana Almuli viel tijdens het tv-programma Obese bijna zestig kilo af. Toch kwam ze daarna weer aan. “Een eetbui heeft niets te maken met lekker eten.”

Wat zou u denken, als u Tatjana Almuli zou zien zitten in de trein? Waarschijnlijk niet dat ze vanochtend heeft gesport, daarna een kommetje havermout heeft gegeten, gevolgd door rijstwafels met hüttenkäse als lunch en quinoa met groenten als avondeten. Dat ze aan yoga doet, en drie keer per week aan krachttraining. Dat ze groene smoothies drinkt en cappuccino’s met havermelk – zonder suiker.

Nee. Waarschijnlijk denkt u vooral dat ze dik is. Heel dik.

Als Tatjana Almuli tegenover me komt zitten in het restaurant waar we hebben afgesproken denk ik ook dat ze dik is. Maar toch kijk ik vermoedelijk anders naar haar dan de willekeurige passant. Ik heb net haar boek gelezen, Knap voor een dik meisje, waarin Almuli de strijd met haar eigen lijf beschrijft – en de lezer confronteert met de enorme set vooroordelen die er bestaan over dikke mensen. „Jij dacht natuurlijk: alle dikke mensen eten de hele dag patat?”, lacht ze. Ik lach mee. Maar het eerlijke antwoord is: ja, wel een beetje.

Almuli was altijd al dik voor haar leeftijd, vertelt ze, maar vanaf dat ze een jaar of negen was kreeg ze eetbuien. Ze groeide op in Amstelveen, met een dominante Servische vader die haar rondcommandeerde en af en toe sloeg. Haar ouders runden samen een natuurvoedingswinkel, en voerden daar ’s avonds ellenlange ruzies over. Maandelijks werd aangekondigd dat ze gingen scheiden – deze keer echt.

Rebellerend tegen haar ouders met hun veganistische opvoeding, kocht Almuli van haar zakgeld zakken chips en witte chocolade in het winkelcentrum. Snel schrokte ze alles naar binnen, op de fiets naar huis. ’s Nachts, als haar ouders eindelijk stil waren, sloop ze naar beneden om in het licht van de ijskast koude pasta en lepels pindakaas naar binnen te werken. Al snel ging het niet meer zo zeer om snoep en pindakaas maar simpelweg om vulling. Het verdoofde gevoel van vol zitten. Die deken van verzadiging die om je heen valt als je binnen een minuut een stokbrood naar binnen hebt gewerkt. Of een heel stuk kaas.

Vanaf dat ze een jaar of zes was begonnen de opmerkingen over haar lichaam. „Familieleden zeiden dat ik veel te dik was voor mijn leeftijd”, vertelt Almuli. „Zo krijg je nooit een man, zeiden ze. Leraren drukten mijn moeder op het hart dat ik te zwaar was voor normale schoenen – mijn enkels zouden bezwijken onder het gewicht. Kinderen uit de klas zeiden dat ik niet hard genoeg kon rennen om mee te doen met tikkertje of verstoppertje. En als ik op een verjaardagsfeestje een worstenbroodje of cakeje van een schaal pakte, was het altijd: hou je ook nog wat voor ons over, Tatjana?”

Op school wilden de dunne meisjes niet met haar spelen. En als ze langs groepjes jongens liep op het schoolplein, begonnen die te knorren als varkens. Na de laatste bel was het dan linea recta naar de supermarkt, en dan door naar haar geheime eetplek op weg naar huis, verscholen tussen de bosjes, alleen met een heel brood of twee pakken chocoladekoekjes.

Het is niet zo dat Almuli nooit heeft geprobeerd om af te vallen. „Ik heb een eindeloze rij diëtisten, therapeuten en instellingen bezocht. In de eerste klas van de middelbare school heb ik een half jaar in de afvalkliniek voor kinderen gewoond. En als begin twintiger ging ik wekelijks naar klinische therapie.” In de klinieken was Almuli altijd jaloers op de meisjes met anorexia en boulimia. „Die aten helemaal niets, of kotsten het dan tenminste nog uit.”

Je kunt toch als dikke vrouw je lichaam accepteren, maar ondertussen óók graag willen afvallen?

Op dezelfde manier was ze jaloers op haar moeder, die toen Almuli 16 was terminale kanker kreeg en sterk vermagerde. Ze ging dan wel dood, maar ze was tenminste nog dun.

„Ik heb alles, werkelijk alles geprobeerd om af te vallen”, zegt Almuli. „Elk dieet, elke sapkuur, elk sportschema.” Uiteindelijk nam ze zelfs deel aan het realityprogramma Obese. Daarvoor moest Tatjana „wel een drempel van schaamte” over. Ze moest op haar allerdikst gefilmd worden in haar ondergoed, en een eetbui ‘nadoen’: zakken chips en roze koeken in een schaal leggen, en die dan op de bank gaan opeten, terwijl de camera liep. „Maar een eetbui heeft helemaal niets te maken met lekker eten. Wel alles met schaamte, walging en zelfkastijding. Maar dat probeerde ik maar niet uit te leggen.” En het maakte Almuli op dat moment ook niet zo veel uit. „Ik dacht vooral: als het maar werkt, als ik maar afval.”

En het werkte. Tijdens Obese viel Almuli met hulp van Wendy van Dijk, celebrity-trainers en de voedingsconsulente van Carice van Houten bijna zestig kilo af. „‘Wat zie je er goed uit!’, riep iedereen in die periode. ‘Nu kan je leven echt beginnen!’ Ineens rolde niemand meer met zijn ogen als ik een vliegtuig binnenkwam. Ik hoefde ook geen verlengstuk meer te vragen voor de veiligheidsgordel. Ik werd niet meer genegeerd door medewerkers in kledingwinkels waar geen grote maten te koop zijn, niet meer uitgelachen door mannen tijdens het uitgaan.” Almuli was meer dan vijftig kilo lichter en ineens hoorde ze erbij.

Tot het programma afgelopen was – en ze weer aankwam. 5 kilo. 10 kilo. 20. 30. Al tijdens het programma had Almuli gemerkt dat ze op een gegeven moment niet meer kón afvallen: de eerste drie maanden verloor ze 30 kilo, maar in de drie maanden daarna nog maar 12, en de drie maanden daarna nog maar 10 – terwijl ze even hard bleef sporten, en even weinig at. Almuli bleef steken op 104 kilo, dertien kilo boven haar doelgewicht van 91. Meer ging er gewoon niet af.

Wat ze verkeerd deed, wist ze niet. „Ook na Obese sportte ik nog veel en leefde ik gezond.” Sterker nog, Almuli raakte „geobsedeerd” door haar eigen gezondheid. Pasta, alcohol, een toetje na het eten – het mocht allemaal niet. „Ik moest elke dag sporten – twee keer als ik een dag had overgeslagen. Ik ging nooit uit met vriendinnen, want wie weet wat je dan te eten of te drinken zou krijgen. Ik had minder eetbuien, maar als ik er een had, moest die gecompenseerd worden door een dag alleen maar groene sappen drinken.”

Lees ook: Hoe van alles misging in het selectietraject voor tv-programma Anorexia Eetclub

Heel haar leven had Almuli toegewerkt naar dit moment: het moment dat ze minder dik zou zijn. Maar nu dat moment eenmaal was aangebroken, was ze allesbehalve gelukkig. Intussen bleven de kilo’s er maar aankomen. Ze woog weer 110 kilo. 120. 130. „Ik bezocht een aantal artsen. Bij een internist van het Erasmus MC kwam ik erachter dat ik het mc4-receptor defect heb: een gendefect waardoor mijn metabolisme verstoord is en ik me minder snel verzadigd voel door te eten.”

Almuli was weer dik en schaamde zich weer voor zichzelf. Voor haar lichaam, haar slappe vlees dat zo veel ruimte in nam. En natuurlijk kwamen met die schaamte de eetbuien.

Het leek erop dat Almuli’s grote levensdoel, haar eeuwige stip aan de horizon, simpelweg nooit dichterbij zou komen. In een poging dat te accepteren verdiepte ze zich in de ‘body positivity movement’, die het beledigen en uitsluiten van dikke mensen zowel online als offline aan de kaak stelt. De beweging spoort vrouwen met overgewicht aan zichzelf te accepteren en niet altijd bezig te zijn met afvallen en voldoen aan de norm. Dat gebeurt met hashtags als #selflove en #plussize.

Maar ook binnen die beweging voelde Almuli zich niet op haar plek. „Elke keer als het ging over calorieën verbranden of op dieet gaan, reageerden de leden van de beweging heel negatief. Het idee was: wie aan de lijn doet, accepteert zijn lichaam niet volledig. Voor mij voelde dat te zwart-wit. Eetbuien had ik nog altijd, maar ik probeerde wel genoeg te bewegen, veel groenten en fruit te eten, voldoende water te drinken. Je kunt toch als dikke vrouw je lichaam accepteren, maar ondertussen óók graag willen afvallen?”

Almuli besloot zelf op onderzoek uit te gaan. Ze sprak andere dikke vrouwen, las terug in haar dagboeken. Ze begon op te schrijven hoe ze zich voelde over haar lijf, haar eetbuien, het feit dat ze door de manier waarop haar lichaam in elkaar zat waarschijnlijk nooit echt slank zal worden. Uit dat onderzoek is haar boek gekomen, Knap voor een dik meisje, waarin Almuli in bijna tweehonderd pagina’s beschrijft hoe het is om dik te zijn in een samenleving waarin dun de norm is.

Lees ook: ‘Bij kinderen met overgewicht is er vaak veel meer aan de hand’

Maar daar denkt u allemaal niet aan, als u haar ziet zitten in de trein.

En waar u op dat moment ook niet aan denkt, is dat Tatjana Almuli ondanks haar boek, ondanks haar strijd voor de acceptatie van haar eigen lijf, en van dikke mensen in het algemeen, nog altijd het liefst onzichtbaar zou zijn, als ze in een treincoupé zit, en u ziet binnenkomen. Omdat ze zich zo schaamt voor de ruimte die ze inneemt op de tweezitsbankjes. En dat ze op zo’n moment maar één ding wil. Dun zijn.