Opinie

De illusie van het ooit vrije internet

Grote bedrijven en overheden hebben het internet van meet af aan gedomineerd, schrijft . Dat bestrijd je niet met technische ingrepen, maar met politiek.

Internetcafé in 1995
Internetcafé in 1995 Foto Robert Rizzo/Hollandse Hoogte

Nu we dit jaar vieren dat het dertig jaar geleden is dat Tim Berners-Lee het World Wide Web uitvond, is het verleidelijk om te verlangen naar de simpeler, rooskleuriger tijden van voor Cambridge Analytica, online uitgezonden terreuraanslagen of de alomtegenwoordige dreiging van cyberaanvallen op kritieke infrastructuur. In een manifest dat Tim Berners-Lee in september 2018 publiceerde, heeft hij zelf erkend dat, „hoeveel goeds we ook hebben bereikt, het web zich heeft ontwikkeld tot een motor van ongelijkheid en verdeeldheid, onder invloed van machtige krachten die het voor hun eigen agenda gebruiken.”

Deze heimwee naar het antieke web van de trage browsers en knullig ontworpen pagina’s, waar de malloten van eBay en niet de strakke kantoordrones van Amazon de dienst uitmaakten, is eenvoudig te begrijpen en na te voelen. Zulke gevoelens zullen alleen maar sterker worden, omdat het virtuele terrein dat voorheen werd bemand door digitale ambachtslieden en hobbyisten, plaatsmaakt voor massale investeringen door soevereine vermogensfondsen en hardhandige acties van overheden (een goed voorbeeld is de ruzie van Washington met Beijing en zijn potentiële klanten over de toekomst van het 5G-protocol).

Onbekend bij de meeste waarnemers is dat wat eens speels werd omschreven als ‘cyberspace’ – iets immaterieels, virtueels en vluchtigs – is uitgegroeid tot de meest kapitaalintensieve sector van de economie, verbonden door materiële datacentra, onderzeese datakabels en een sensorinfrastructuur die onze steden omspant. In 2018 deden de vier grootste digitale reuzen – Google, Facebook, Amazon en Microsoft – zelfs meer kapitaalinvesteringen (in totaal 77,6 miljard dollar) dan de vier grootste oliemaatschappijen, Shell, Exxon, BP en Chevron (een totaal van 71,5 miljard).

Energie-intensieve datacentra niet virtueel

Zulke verbluffende getallen zullen hopelijk iedereen overtuigen die nog altijd aan het idee vasthoudt dat de hele onderneming iets immaterieels – of sterker nog: virtueels – heeft. Wat kan er materiëler zijn dan een bedrijfstak die om al die ogenschijnlijk gratis diensten op onze apparaten te krijgen meer geld investeert dan de oliemaatschappijen? Ook de tastbare invloed van de activiteiten op het milieu – veel van deze kapitaalinvesteringen betreffen de financiering van energie-intensieve datacentra – is ons niet bepaald als ‘virtueel’ bijgebleven.

Lees ook: Herstelwerk aan het kapotte internet

Gezien deze aanhoudende ‘kolonisering’ van de eens zo ongerepte cyberspace door de krachten van het kapitaal en de politieke macht, is al die heimwee naar eenvoudiger tijden best te vergeven. Wel moeilijk te vergeven zijn de politieke pogingen om ons door middel van slimme juridische en technische trucjes naar die denkbeeldige tijden terug te brengen.

Het manifest van Berners-Lee, veelbesproken vanwege het dertigjarig jubileum, is een goed voorbeeld van zo’n ‘technocratische redders’-logica. Aangenomen dat de ingenieurs ons in de steek gelaten hebben – hoe konden zij in 1989 een ramp als Facebook voorzien? – zullen ook de ingenieurs ons moeten komen redden. Met dat doel komen Berners-Lee en de Web Foundation die hij leidt met het voorstel van een nieuw technologisch platform, genaamd Solid, tot „herstel” – een sleutelwoord in het manifest – van de „macht en keuzevrijheid van het individu op het Web”.

Wie beschikt over gegevens?

De talrijke technische details van Berners-Lee’s oplossing doen er niet zo toe; het gaat erom dat Solid gebruikers in staat zou stellen om te bepalen wat er gebeurt met de gegevens die ze genereren, wie daartoe toegang hebben, enzovoort. Dit alleen al is een welkome afwijking van het huidige chaotische model waarin bedrijven met ruimere extractiecapaciteiten (van gebruikersgegevens) uiteindelijk de toegang tot het web monopoliseren. Het zou zelfs kunnen helpen om het volgende debacle à la Cambridge Analytica te voorkomen.

Het probleem met de aanpak van Berners-Lee is dat hij berust op dezelfde foutieve geschiedschrijving van het web die ook vrijwel fnuikend is geweest voor elke doeltreffende politieke actie tegen de opkomst van de digitale reuzen of het ontstaan van de twee concurrerende technopolen China en de VS. Berners-Lee en zijn aanhangers bij de Web Foundation verpakken hun technocratische agenda meestal in de grootse en verheven retoriek van het nieuwe ‘sociaal contract’ of zelfs de digitale ‘Magna Carta’. Maar hun inspanningen kunnen onmogelijk iets opleveren wat ook maar in de buurt komt van zo’n transformatie, omdat ze de hele geschiedenis van het web reduceren tot een overgang van één goede technologie – het http-protocol dat werd ontwikkeld door Tim-Berners-Lee – naar een andere goede technologie – Solid – waarbij de tussenliggende decennia niet meer dan een tijdelijk intermezzo zijn geweest.

Deze geschiedschrijving begint precies met dat idee van een ongerept land – de cyberspace – dat ooit werd bevolkt door goedbedoelende ingenieurs, nerds en hobbyisten; het slechte gebeurt allemaal pas nadat de ongewassen massa’s – ongetwijfeld aangespoord door de kapitalisten – binnentrekken en die goede oude virtuele buurt gaan opknappen. En naarmate die massa’s binnentrekken, volgen ook de overheden – vooral hun inlichtingen- en veiligheidsafdelingen.

Bekneld tussen de leden

Dit is de wereld op zijn kop: de oorspronkelijke datanetwerken werden ontwikkeld en in gang gezet door het Pentagon en Wall Street. De overheden waren er van meet af aan bij, niet alleen via hun inlichtingendiensten, maar ook, in het geval van de VS tenminste, via de ministeries van Financiën en Handel. Zij bepaalden de mondiale agenda van de handel en het geldwezen om ervoor te zorgen dat de Amerikaanse computerindustrie zou overheersen. De adverteerders zijn niet pas begin deze eeuw op de digitale trein gesprongen, maar al begin jaren negentig, zodra de eerste browsers kwamen.

Wat met een enorm eufemisme ‘web’ heet heeft dus vanaf zijn ontstaan bekneld gezeten tussen enerzijds de belangen van overheden en anderzijds die van kapitalistische bedrijven; het is alleen zo dat de betrekkelijk kleine omvang destijds geen massale kapitaalinvesteringen rechtvaardigde. Nu wel, en dat verklaart waarom Saoedi-Arabië zijn geld liever in startups als Uber parkeert dan het te beleggen in meer traditionele sectoren.

Lees ook: Macht van megabedrijven kost welvaart

Het idee dat ‘gebruikers’ in de jaren negentig enige macht hadden die nu ‘hersteld’ zou moeten worden, is domweg een illusie: we verwarren hier het tijdelijke gebrek aan belangstelling van kapitalisten en overheid – dat inderdaad enige autonomie liet aan mensen die hiernaar streefden – met een werkelijk gevestigde constitutionele orde waarin onvervreemdbare rechten en vrijheden zijn vastgelegd, ongeacht de kosten die dit voor bedrijfsleven of overheid met zich meebrengt. Zo’n constitutionele orde heeft nooit bestaan: onze online-‘vrijheid’ was alleen maar een bijproduct van onderontwikkelde bedrijfs- en surveillancemodellen.

Politiek, politiek, politiek

Om gebruikers meer invloed te geven is meer nodig dan alleen een slim protocol voor datadeling; dat is nu het soort technocratisch interventionisme dat overal ter wereld voeding geeft aan de populistische woede. Er bestaat geen digitale empowerment zonder politieke wil en kracht en die is alleen te bereiken door het ‘web’ niet als een medium of een werktuig te beschouwen, maar als een reeks nuttige infrastructuren voor wonen, werken en samenwerken.

Ten eerste hebben we behoefte aan een politiek van zo’n infrastructuur – met inbegrip van vragen over de politieke economie, de verdeling van de eigendom en de risico’s tussen de verschillende publieke en private spelers – en pas daarna kunnen we ons richten op de meer alledaagse taken om de juiste protocollen en platforms te zoeken die de onderling verbonden delen aan elkaar kunnen knopen. Anders ontdekken we over tien jaar, als we het veertigjarig jubileum van het web vieren, dat we misschien wel over al de juiste protocollen beschikken, maar dat de zeggenschap van gebruikers nog altijd ontbreekt omdat de protocollen toebehoren aan Mark Zuckerberg, Xi Jingping of Mohammad Bin Salman.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.