Recensie

Recensie Boeken

De gravin en haar Rembrandts

Kunstgeschiedenis Het bevlogen leven van een Poolse gravin staat centraal in een hybride boek over twee verloren gewaande Rembrandts, die na eeuwen rondzwerven in 1994 opdoken in Polen.

‘Schilderijen van Rembrandt keren terug naar Polen’, kopten Poolse kranten op 27 oktober 1994. Een hoogbejaarde, in Rome wonende Poolse gravin had het Koninklijk Paleis in Warschau 150 kostbare oude schilderijen geschonken. Daaronder twee meesterlijke Rembrandts die tweehonderd jaar eerder aan de Poolse koning Stanislaw August toebehoorden. Opmerkelijk nieuws, want algemeen werd aangenomen dat deze portretstudies van een meisje en een bebaarde man, zogeheten tronies, kort na de Tweede Wereldoorlog bij een brand verloren waren gegaan.

Kunsthistorica Gerdien Verschoor (1963) schetst in Het meisje en de geleerde de geschiedenis van beide Rembrandts en de levensverhalen van de diverse eigenaren. Drie eeuwen lang zwierven de uit 1641 daterende panelen gezamenlijk door Europa. Ze hingen in de zeventiende eeuw in het deftige Amsterdamse grachtenpand van lakenhandelaar Jan van Lennep de Oude. Daarna behoorden ze onder anderen toe aan de Pruisische koningen Frederik I en II en aan Stanislaw August, de laatste koning van een zelfstandig Polen. Na zijn gedwongen aftreden belandden de Rembrandts in 1815 in de adellijke Poolse familie van de gravin die ze bijna twee eeuwen later zou schenken.

Ravensbrück

Het bijzondere levensverhaal van de laatste eigenaresse van de Rembrandts staat centraal in Verschoors boek. Karolina Lanckoronska (1898-2002), een van de eerste vrouwelijke hoogleraren kunstgeschiedenis, kreeg de liefde voor kunst mee van haar vader, een puissant rijke ‘kunstgraaf’ die voor zijn collectie een stadspaleis in Wenen liet bouwen. Een trotse aristocrate, die door de nazi’s als ‘vijand van het Duitse Rijk’ naar concentratiekamp Ravensbrück werd gestuurd, terwijl Hitler en Göring ruzieden over de kunstschatten van de Poolse familie.

Verschoor publiceerde eerder twee romans. Over de gravin en haar Rembrandts wilde ze aanvankelijk ook een roman schrijven, vertelde ze in een interview met Trouw. Bij Lanckoronska’s verblijf in Ravensbrück liep ze echter vast. Het lukte Verschoor niet om van het oorlogsverhaal van de gravin, opgetekend in memoires, fictie te maken. Op advies van haar uitgeverij besloot ze vervolgens tot een non-fictieboek.

Louvre

De twijfel over de vorm is aan Het meisje en de geleerde af te lezen. Het is een hybride boek. Niet alleen gaat het vooral over de gravin, het resultaat is iets tussen een roman en een geschiedenisboek in. Met een uitgebreid notenapparaat put Verschoor zich uit om historische feitjes te verantwoorden. Anderzijds kruipt de auteur ook herhaaldelijk in het hoofd van de gravin en andere verzamelaars die voor de Rembrandts hebben gezorgd. Daarbij neemt ze de vrijheid, zoals ze in haar nawoord aangeeft, ‘om bepaalde details in te vullen’.

Een voorbeeld. Als de Duitsers Lanckoronska opgesloten hebben in een smerige cel zonder daglicht, overwint de gravin haar penibele omstandigheden door in haar verbeelding door beroemde musea te wandelen. Verschoor, die een fijne pen heeft, geeft vervolgens blijk van haar eigen verbeeldingskracht door gedetailleerd die imaginaire museumbezoeken van haar hoofdpersonage te beschrijven. ‘Ze vergat de jeuk en het geluid van schoten op de binnenplaats, ze richtte haar ogen op de zwarte muren van haar cel en liep door de zalen van het Louvre. Hoelang was het geleden dat ze daar Ingres en Delacroix had gezien, David en La Tour, zich had moeten inhouden om het koele marmer van Michelangelo’s slavenbeelden niet aan te raken?’ Op zulke momenten lijkt de romanschrijver de historicus enigszins voor de voeten te lopen.