Opinie

Boekenbal

In 010

Eén keer ben ik op het landelijke Boekenbal geweest in Amsterdam. Het was eind jaren negentig. Staatssecretaris Van der Ploeg was er, alle befaamde schrijvers waren er, en Michael Zeeman natuurlijk, samen met andere bekende journalisten.

Nu was ik voor het eerst op het Rotterdamse Boekenbal in de remonstrantse kerk. Wat een verschil. Veel meer een feest van lezers dan van beroemdheden. Ja, we hebben een paar celebrity’s, en die waren er dan ook: Wilfried de Jong, Ernest van der Kwast, Frederique Spigt en Hugo Borst. Maar de laatste was al snel na zijn optreden verdwenen. Jules Deelder en Marcel Möring heb ik helemaal niet gezien.

Maar wel Christian Jongeneel, recent als romanschrijver gedebuteerd met Magda is overal. Het door Abdelkader Benali bejubelde boek over een radicaliserende moslim beleeft nu zijn tweede druk. De Rotterdamse auteur vertelde dat terrorismebestrijders grote belangstelling hebben voor zijn debuut. Literatuur kan volgens Jongeneel veel inzicht geven in het proces van radicalisering. „Lees Schuld en boete van Dostojevski er maar op na, over de radicaliserende student Raskolnikov.”

Onder het kerkorgel trof ik enkele journalisten van NRC en AD, van wie er één dienstdeed als diskjockey. Vanaf elf uur liet hij ons dansen rond de preekstoel: It’s raining men, hallelujah, it’s raining men, amen! Wilfried de Jong in flitsend oranje pak zei: „Dit Boekenbal is veel gemoedelijker en minder hitsig dan dat in Amsterdam.” Een bal dat hij overigens niet elk jaar bezoekt. „Ik ben streng voor mezelf. Geen boek geschreven, dan ook geen Boekenbal. Drie jaar geleden, terwijl iedereen in de hoofdstad danste en dronk, werkte ik aan Zweefduik.”

Leo van de Wetering, mede-directeur van Donner, bekende dat voor hem Jan Hendrik Leopold de grootste Nederlandse dichter is. „Helaas raakt hij in onze stad, waar hij bijna veertig jaar heeft gewoond, steeds meer in vergetelheid.” Waarna Van de Wetering uit het hoofd Ida Gerhardt citeerde, een van Leopolds leerlingen aan het Erasmiaans Gymnasium: „Heel Rotterdam, zijn havens en zijn kaden bestond voor mij bij Leopolds genade.”

Het Rotterdamse Boekenbal is geen celebrityparty, het is veel meer dan dat.