Abortus: de strijd tussen het ‘kind’ en de ‘vrucht’ laait op

Afbreking zwangerschap Na invoering van de abortuswet in de jaren 80 verstomde het debat. Tot enkele weken terug.

Vrouwen strijden voor het recht op abortus (jaren 70).
Vrouwen strijden voor het recht op abortus (jaren 70). Foto Hollandse Hoogte

Op het salontafeltje naast de zachte grijze bank staan thee en een doos tissues. „Als vrouwen eenmaal gaan praten…” Anne-Mieke van Helden van pro-lifestichting Schreeuw om Leven hoort de verhalen vaak genoeg. Via e-mail, over de hulptelefoon of hier op kantoor in Hilversum. Ongewenst zwanger en dan? Een deel van de vrouwen, zegt ze, heeft spijt van de keuze voor abortus. „Ze zeggen: dit had ik nooit moeten doen.”

In de spreekkamer van Abortuskliniek Amsterdam, een klinische ruimte met witte muren, staat óók een doos tissues, naast een computer en een echoscoop. „Weet je”, zegt abortusarts Jorien Nijland, „die tissues worden heus weleens gebruikt. Maar de meeste vrouwen die hier komen hebben hun emotie thuis al gehad. Die hebben duidelijk richting gekozen in hun leven, sommigen voor het eerst, dat maakt ze juist sterk.”

Voor of tegen?

Ben je voor of tegen abortus? Voor zelfbeschikking of voor het ongeboren leven? Voor de focus op de vrouw die kiest of de vrouw met spijt?

Voor- en tegenstanders stonden altijd al lijnrecht tegenover elkaar. De ene groep noemt een vrouw één week na de conceptie „zwanger”, de andere „moeder”. De ene spreekt over „vrucht”, de andere over „kind”. Maar nadat de huidige abortuswet in 1980 nipt door de Tweede Kamer werd aangenomen verstomde het debat. De wegbereiders uit feministische kring verlegden hun blik, doel bereikt. De tegenstanders, vooral christenen, zagen door ontkerkelijking hun invloed slinken. Ze lieten hun protestborden steeds vaker thuis. Abortus werd van verworvenheid een vanzelfsprekendheid. Maar voor een minderheid blééf de gevoeligheid, ze sluimerde, en sinds enkele weken staat de verhouding tussen voor- en tegenstanders weer op scherp.

Het begon met een bordje, geplaatst voor de deur van abortuskliniek Vrelinghuis in Utrecht: ‘Let op, agressieve anti-abortusdemonstranten’. Altijd al stond wekelijks een enkele pro-life-activist wakend op de stoep, maar de laatste tijd waren ze er vaker en met meer én spraken ze actief vrouwen aan die de kliniek bezochten.

Sommigen deelden folders uit met gruwelbeelden van opgeknipte foetussen, anderen hielden borden met echofoto’s in de lucht. De kliniek hoorde van vrouwen dat ze zich geïntimideerd voelden. En ook andere klinieken zagen het protest voor hun deur toenemen, in Rotterdam, Heemstede, Roermond. Ze maakten melding van vrouwen die zouden zijn ingesloten, de toegang ontzegd, uitgemaakt voor „moordenaar”. Agressie die je kent van de controverse rond abortus in de VS.

Verantwoordelijk

Na berichtgeving in de media volgden Kamervragen en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) liet weten een viertal christelijke pro-life-organisaties in Nederland verantwoordelijk te houden voor dit „onwenselijke” gedrag. Al bleef onduidelijk welke organisatie voor welk onwenselijk gedrag precies verantwoordelijk was. De minister ging in gesprek met onder meer gemeenten en klinieken en vorige week pleitte hij voor de invoering van „bufferzones” om demonstranten op afstand te houden.

Maar woensdag was het Schreeuw om Leven zélf, één van die vier, die aankondigde tijdelijk te stoppen met waken. De stichting had vanwege alle media-aandacht dreigmails ontvangen en hun betogers, wakers genoemd – „sommigen doen het al twintig jaar” – werden door voorbijgangers lastiggevallen op straat. Terwijl, zegt de organisatie, hún wakers gedragen zich best terughoudend.

„Aanspreken doen onze wakers wel, ja”, zegt directeur Kees van Helden van Schreeuw om Leven, aan de koffie met zijn vrouw Anne-Mieke op kantoor. „Maar dat doen verkopers van De Telegraaf ook. En we hebben duidelijke instructies: geen vrouwen aanraken of belemmeren. Dat kunnen ze tegen je gebruiken.” Misschien doen andere organisaties dat wel, maar daarover wil hij niet oordelen.

„En demonstreren, dat doen we in Den Haag”, zegt Anne-Mieke, „niet voor de klinieken.” De stichting heeft in het verleden wel met protestborden gestaan, maar in 2016 is het roer „heel bewust” omgegooid: geen borden, geen leuzen, geen spandoeken, want dan stoot je de vrouwen af. „Deze vrouwen hebben geen veroordeling nodig, maar hulp.”

Lees ook: Bufferzones bij abortusklinieken moeten activisten op afstand houden

Bevoogdend

„Alsof deze vrouwen een beetje debiel zijn, niet zelf kunnen nadenken.” In de Amsterdamse kliniek schudden abortusartsen Jorien Nijland en Annet Jansen, voorzitter van de beroepsvereniging, het hoofd. „Ik vind dat bevoogdend”, zegt Jorien. „Deze vrouwen zijn heel goed in staat zelf een besluit te nemen.”

In de abortuswet staat dat zwangerschapsafbreking officieel tot week 24 mag plaatsvinden met een verplichte bedenktijd van vijf dagen. Dat er altijd eerst een gesprek met een arts moet plaatsvinden, dat deze moet nagaan of de vrouw vrijwillig en zorgvuldig haar beslissing heeft genomen, en dat sprake moet zijn van een noodsituatie – ter beoordeling van de vrouw zelf.

De bedenktijd is vanwege de doorverwijzing van de huisarts vaak al verstreken als vrouwen eenmaal in de spreekkamer van de abortuskliniek zitten. De vrijwilligheid en zorgvuldigheid toetsen de artsen in Amsterdam door onder meer twee gesprekken te voeren waarvan de eerste alleen, zonder (ex)partner of ouders. „Vrouwen die twijfelen, herken je”, zegt Jorien. „Timide houding, te laat komen, afspraak verzetten.” De abortusartsen verwijzen hen voor keuzehulpverlening door.

„Maar velen die hier komen zijn tussen de 25 en 30 jaar en hebben al een compleet gezin”, zegt Annet. „Die weten heel goed wat het is om ouder te zijn. Als je oppert ‘waarom kies je niet voor adoptie of een pleeggezin’, kijken ze je met grote ogen aan: heb je me niet gehóórd dan? Ik wíl deze hele zwangerschap niet.”

Verkeerd beeld

„Over abortus heerst in de media een verkeerd beeld”, zegt Kees van Helden van Schreeuw om Leven. „Vaak lijkt het alsof abortus geen psychische gevolgen heeft. Maar dat is niet wat ík zag toen ik hier kwam werken.”

Van Helden, voorheen commercieel accountmanager bij een drukkerij op Urk, maakte al folders voor de stichting en kwam er steeds vaker over de vloer. „Ik zag hier vrouwen met pijn, schuldgevoelens en dacht: hoezo vrije keuze?” Anne-Mieke knikt: „Je hebt levenslang hè.” Toenmalig directeur Bert Dorenbos, oud-EO-voorman, vroeg hem over te stappen. „Hij zei: ik heb van God duidelijk gehoord dat jij hier komt werken. Ik zei: ja Bert, maar dat zal Hij mij dan ook moeten vertellen. We hadden net een nieuw huis en ik zou fors moeten inleveren.”

De volgende dag opende Kees zijn laptop en las daarop Matteüs 6: ik zorg voor jou. „Die dag heb ik mijn ontslag ingediend.”

Annet Jansen, 25 jaar abortusarts, koos voor het vak nadat ze als gynaecologe op Curaçao zag hoe tieners in hun verdere ontwikkeling werden belemmerd door hun zwangerschap. „Ik zag hun carrière-perspectief veranderen, ze raakten afhankelijk en ik vind: je moet zelf de keuze hebben hoe je leven in te richten.”

Toen Annet begon was de abortuspraktijk in Nederland al vanzelfsprekend. Meerdere feministische actiegroepen en politieke partijen hadden sinds 1974 de krachten gebundeld, ook internationaal, en ze waren met demonstraties en lobbywerk op de huidige abortuswet afgekoerst. De activisten van destijds zijn nu in de tachtig en op een enkeling na niet meer actief.

Hun rol werd overgenomen door groepen als Woman Inc, het Clara Wichmann Fonds, Women on Waves. Achter de schermen voeren zij rechtszaken om de abortuswetgeving verder te verruimen - zoals beschikbaarheid van de abortuspil bij de huisarts – maar hun aandacht is verlegd naar vrouwenemancipatie in brede zin.

De feministen verruimden hun aandachtsgebied, de pro-lifebeweging versmalde het juist. Toen Kees van Helden in 2014 aantrad bij Schreeuw om Leven was de stichting nog breed: euthanasie, de schepping, de evolutie. Van Helden wilde meer focus. Hij wilde terug naar het begin van het leven. En met dezelfde middelen die destijds de pro-abortusbeweging gebruikte om abortus op de agenda te krijgen – internationale samenwerking, lobbywerk, demonstraties – poogt de pro-lifebeweging abortus nu weer van de agenda af te halen. De beweging werkt samen op Amerikaans en Europees niveau en lobbyt actief in de politiek. In de VS heeft dat al geleid tot terugdraaien van abortuswetgeving in enkele Staten, in Nederland heeft de beweging behalve een eigen appgroep ook contacten met de SGP en regeringspartij ChristenUnie.

Protest tegen abortus (2019). Foto Cees van der Wal/Novum Regiophoto

Jaarlijkse mars

Niet zonder succes. Het aantal deelnemers aan de jaarlijkse Mars voor het Leven op het Haagse Malieveld steeg van enkele duizenden tot ruim tienduizend vorig jaar en Schreeuw om Leven zag haar donatiegelden groeien van 430.000 euro in 2015 tot ruim 660.000 in 2017. Het werknemersbestand steeg van twee naar vijf fte, en naast 139 wakers heeft de stichting nu 158 buddies en 41 counselors die worden gekoppeld aan „vrouwen in nood”. Er is een „sponsorplan” opgezet voor vrouwen die geen babykleren kunnen betalen en een „buddynetwerk” voor zwangere vrouwen die niet weten of ze voor abortus moeten kiezen.

De stichting is aanwezig op de Huishoudbeurs, de Libelle Zomerweek en geeft nu een glossy magazine uit waarin abortusverhalen staan van vrouwen met spijt. Die verhalen worden op Facebook soms duizenden keren gedeeld en komt Kees weer tegen in de Viva, Flair of Margriet.

En, in 2016 koos de stichting voor een andere benaderingswijze van de wakers voor abortusklinieken. De focus werd verlegd van ‘evangelisatie en demonstratie naar het bereiken van de vrouw’, meldde het jaarverslag 2017.

„Je hebt maar twee, drie seconde de tijd”, zegt Anne-Mieke. Ze staat op en geeft een demonstratie, handen gevouwen. „Goedemorgen, mag ik u wat vragen? Waar komt u voor?” Een open vraag, legt ze uit, creëert een ingang. Als vrouwen stug doorlopen, dan niet pushen. Vertragen ze hun gang, dan kun je meelopen. „Soms zeggen ze: ‘Ik kan niet anders. Als u mijn situatie kende…’ Dan kun je vragen: ‘Joh, wat ís je situatie?’. Het belangrijkste is een liefdevolle houding.”

„Ik vind het belemmering van de gezondheidszorg”, zegt Jorien Nijland van de abortuskliniek. Zelf merken ze weinig van demonstranten. Maar de verhalen van andere klinieken baren hen zorgen. En al neemt het aantal abortussen niet af, onder jongeren tot 25 jaar is het taboe op zwangerschapsafbreking inmiddels weer toegenomen, bleek in 2017 uit onderzoek van Rutgers. „Het blijft een gevoelig onderwerp”, zegt Jorien. „Niemand zit hier voor z’n lol, dat maakt het voor ons moeilijk argumenteren.”

Ben je als waker eenmaal in gesprek met een vrouw, dan is het makkelijker, vervolgt Anne-Mieke van Schreeuw om Leven haar demonstratie. „Als het gesprek ertoe uitnodigt vragen de wakers: ‘Joh, mag ik je laten zien hoe een kindje van tien weken eruitziet?’ En dan tonen ze in hun hand een plastic foetus met voetjes en handjes en ribbetjes. Kees: „Daar hebben we laatst weer tienduizend van besteld.” Anne-Mieke: „Mensen zijn er dol op.”