‘Was de wereld maar Madurodam’

De Toerist Steeds meer buitenlandse toeristen bezoeken Nederland, in 2018 ruim 19 miljoen. Wie zijn het?

Telma en Joseph Dahan uit Israël.
Telma en Joseph Dahan uit Israël. Pepijn Keppel

Nederland ziet er niet meer uit zoals in zijn herinnering. „Maar het voelt nog precies zoals vijftien jaar geleden”, zegt Joseph Dahan (67). Hij was mee als begeleider van het schoolreisje van zijn zoon. Telma Dahan (66), zijn vrouw, bleef thuis. „Joseph beloofde me bij thuiskomst dat we samen nog eens naar Nederland zouden gaan.”

Enkele jaren na het schoolreisje kwam er naast hen in Ness Ziona, een stadje nabij Tel Aviv, een Nederlandse vrouw wonen. Telma: „Ze deed vrijwilligerswerk en werd verliefd op een Israëliër, net een sprookje.” Joseph: „Ze vertelde ons over Nederland, liet foto’s zien. Dat herinnerde me aan de belofte die ik had gedaan. Het was tijd om die in te lossen.”

„Nederland staat symbool voor onze liefde. We zien er niet meer zo uit als vroeger, maar we houden nog precies evenveel van elkaar. Net zoals mijn herinnering aan dit land.” Joseph praat als een dromerige dichter, waarbij iedere zin danst. Het is de reden dat Telma op hem viel. „Niets in zijn wereld is zeker”, zegt zij. „Behalve mijn liefde voor Telma”, zegt hij. Hij slaat een arm om haar schouders. Haar mondhoeken krullen omhoog.

We liepen als reuzen door miniatuur-Nederland

In Israël gaan Joseph en Telma maandelijks naar Mini-Israël – het Israëlisch equivalent van Madurodam. „Madurodam is Josephs droomwereld”, zegt Telma. Hij knikt. „We liepen als reuzen door miniatuur-Nederland.” Zijn ogen glimmen van enthousiasme. „Zoveel details in zo’n kleine wereld. Madurodam is nóg mooier dan Mini-Israël. Wat een wonder.”

„Was de wereld maar zo mooi als Madurodam”, zegt Joseph. „Israël is altijd gespannen. Madurodam is vredig, ver weg van oorlog. Eigenlijk net zoals Nederland. Het leven hier is anders, georganiseerd, geregeld.” Telma onderbreekt hem. „We willen geen aandacht besteden aan dat wat ons verdrietig maakt. Daar willen we juist los van komen.” „Dat klopt”, zegt hij. „We hebben afgesproken te genieten van waar we nu zijn. Als we terug naar huis gaan, is Nederland immers slechts een herinnering.”