Recensie

Recensie Uit eten

Een niet-romantische setting maar wel lekker Vietnamees

Foto Rob van Dullemen
Foto Rob van Dullemen
    • Petra Possel

Met ballonnen en een wethouder werden vorig jaar een paar zaken geopend aan het Stadsplein van Amstelveen. Wie daar nog nooit geweest is, moet het voor de lol eens bezoeken, ze hebben er alles, ja, werkelijk alles: een bibliotheek, een Bijenkorf, een kapper, tig schoenenwinkels, een megaparkeergarage en wat restaurants en lunchzaken die een vervreemdende anonimiteit uitstralen, maar zeker goed bezocht worden. Eén van die zaken is Saigon Càphê, de nieuwste loot aan een stam van vier in Amsterdam en Amstelveen. De eerste vestiging opende in 2011 op het Leidseplein, daarna volgden het Gelderlandplein en CS; allemaal voeren ze min of meer dezelfde kaart en je kunt er voor een tientje lunchen.

De keuken is Vietnamees, hun signature dish is pho, een soep met rijstnoedels en vlees, vaak rundvlees. Als we bij Càphê in Amstelveen binnenlopen, zien we al veel mensen aan de pho (spreek uit: feu) zitten: een grote kom met naar believen extra toppings, al met al een maaltijdsoep om u tegen te zeggen. Maar omdat we ook de andere gerechten – op de kaart staan er tientallen – willen uitproberen, besluiten we straks soep mee naar huis te nemen en nu drie gangen te bestellen. De ontvangst is op z’n zachtst koeltjes te noemen, de bediening heeft last van gesublimeerde desinteresse, maar we laten de pret niet drukken, want we zijn dol op Vietnamees. En veel mensen met ons, de grote zaak zit vol.

We bestellen bij wijze van apéritief een cocktail (8,50), een flesje Vietnamees bier (4,50) en kroepoek (3,-). De mojito lemongrass komt in een hoog glas dat volgepropt is met citroengras, verse munt en crushed ijs – een handig horecamaniertje om het glas vol te krijgen, maar het drinkt niet lekker. De kroepoek doet denken aan die van de Chin.-Ind. van ooit, er komt een laffe pindasaus bij, maar het is stiekem best lekker. Onze voorgerechten zijn a poached prawn saladeroll (6,-), een rijstpapieren rol met gepocheerde garnaal dus, en deepfried softshellcrab (8,-). Die laatste is in panko gefrituurd en wat ons betreft te vet, het smaakt naar oliebol, iets wat nog eens geaccentueerd wordt met de chilidressing met heel veel, té veel kokos. De garnalenroll is prima, lekker fris, mooi gevuld met knapperige sla, wortel, komkommer en zachte garnaal en met twee uitstekende sausjes – niks mis mee.

De hoofdgerechten komen met een flinke bol witte rijst: lemongrass curryprawns (17,50) en vit kho, eend in caramelsaus (14,50). De garnalen hebben flink wat garam masala, kruidenpasta, maar zijn niet echt pittig en de smaak van citroengras overheerst in de dunne currysaus. De eend van de ander is vettig, maar smaakvol, vooral door het tegenwicht van de zoetige caramelsaus en de gewokte paksoi, eenvoudig maar in balans. Eigenlijk is alles hier eenvoudig; voor de verfijnde keuken in een romantische setting moet je hier niet zijn. Het is streetfood maar dan onderdak, het is toch een beetje een gooi- en smijtzaak en de heldere verlichting doet elke romantiek definitief de das om. Sommige gasten houden ook gewoon hun jas aan. Maar, het valt niet te ontkennen, het eten is aardig en als de bediening nu ook nog even leuk meedoet...

We nemen ook nog een dessert, neongroen pandanbrood met vanilleijs (4,50) en dat valt helemaal niet tegen, omdat het veel minder zoet is dan het eruit ziet.

Thuis proeven we de bief- en varkensnoedelsoep uit Hué (13,50, bún bò Hué), één van de graadmeters voor de kwaliteit van de keuken. Naast de pho is dit een nationaal gerecht, het komt uit de keizerlijke keuken en het draait om de bouillon van zowel varkens- als rundvlees. Deze is vrij krachtig, versterkt met zowel garnalenpasta als chili, goed pittig door de kleine, rode pepertjes en met verse ingrediënten: citroengras, knapperige taugé, bosui, royale stukken varkens- en rundvlees, plakjes tofu, verse koriander, een partje limoen. Heerlijk!

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.