Opinie

Sander Dekker is vanaf nu een minister onder toezicht

Nasleep zaak-Anne Faber

Commentaar

Het was een debat vol schaamte en schuldbesef dat de Tweede Kamer woensdag voerde naar aanleiding van het vorige week gepubliceerde rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de „casus” Michael P. Oftewel, de zedendelinquent die in 2017 in Utrecht de 25-jarige Anne Faber van haar fiets trok, verkrachtte en om het leven bracht. De conclusies van de Onderzoeksraad waren vernietigend. Alles wat mis kon gaan is misgegaan. Foute inschattingen, verkeerde en gebrekkige informatievoorziening, langs elkaar werkende instanties. Geen incidenten, maar het gevolg van een falend systeem.

Eerstverantwoordelijk minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) nam de hem toebedeelde verantwoordelijkheid volop. Net als vorige week in zijn brief aan de Tweede Kamer met zijn eerste reactie op het rapport toonde hij zich tijdens het debat berouwvol over wat er was gebeurd en strijdbaar om alle geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Maar een andere keuze had hij dan ook eigenlijk niet.

Het gebeurt niet vaak dat een minister deemoedig erkent dat de overheid tekort is geschoten in de bescherming van de samenleving en daarvoor openlijk zijn excuses aanbiedt. Toch is dat wat Dekker deed. Bij de behandeling van Michael P. was er te weinig oog geweest voor de risico’s en de gevaren van de samenleving, gaf hij toe.

Extra wrang is dat deze zaak niet op zichzelf staat. Nog vers in het geheugen liggen de moorden op Els Borst en Joost Wolters. Ook zij werden het slachtoffer van gevangenen die op basis van hun eigen geschiedenis niet vrij hadden mogen rondlopen. Zoals gezegd: een niet-functionerend systeem.

Minister Dekker heeft vorige week actie ondernomen door de verloven van 24 delinquenten in te trekken. Hij was er sinds zijn aantreden van op de hoogte dat vrijheden werden toegekend aan gedetineerden die hiervoor niet in aanmerking kwamen, schreef hij aan de Tweede Kamer. Maar hoe riskant dit was werd hem pas duidelijk toen hij de rapporten van de Onderzoeksraad onder ogen kreeg.

Het roept nogmaals de vraag op hoe het is gesteld met de informatievoorziening binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid en de daaronder vallende diensten. Tijdens het onderzoek dat eind 2017 begon moeten er toch alarmbellen zijn afgegaan.

De uitkomst van het debat is dat Dekker met steun van de Tweede Kamer kan beginnen met orde op zaken stellen. Maar hij zit er dus nog wel, vastberaden om zijn „klus” af te maken. Het had ook anders gekund. Als Dekker had besloten als gevolg van het ernstig falen van de overheid op te stappen om daarmee een signaal af te geven aan het eigen disfunctionerende apparaat had hem dat niet misstaan. De recente geschiedenis kent voldoende precedenten.

In 2017 trad minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) af omdat zij de politieke verantwoordelijkheid nam voor een ongeval in Mali waarbij twee Nederlandse militairen omkwamen en één zwaargewond raakte. In 2006 waren het de ministers Piet Hein Donner (Justitie, CDA) en Sybilla Dekker (Volkshuisvesting, VVD) die hun verantwoordelijkheid namen voor de brand in het cellencomplex op Schiphol waarbij elf mensen de dood vonden.

Dekker kiest voor het spreekwoordelijke optreden in plaats van aftreden. Hierbij zal hij permanent aan de Kamer moeten rapporteren. Passend bij het onderwerp is Dekker vanaf nu een minister onder toezicht.