Salvini over migrantenschip: Duitse boot, dus Duits probleem

Hulporganisatie Sea-Eye pikte woensdag ruim zestig migranten op voor de kust van Libië. Italië wil niet dat het Duitse schip aan land komt.

Het Duitse reddingsschip Alan Kurdi van de hulporganisatie Sea-Eye is onderweg naar Lampedusa.
Het Duitse reddingsschip Alan Kurdi van de hulporganisatie Sea-Eye is onderweg naar Lampedusa. Foto Alexander Draheim/EPA

Italië vindt dat Duitsland zich moet ontfermen over een Duits reddingsschip dat woensdag 64 migranten oppikte op de Middellandse Zee. “De boot is Duits bezit, heeft een Duitse vlag en Duitse bemanning, dus het is hun probleem, zij moeten het oplossen”, zei minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier Matteo Salvini donderdag volgens persbureau AFP op een bijeenkomst met G7-ministers in Parijs.

Na de reddingsactie voor de kust van Libië is het schip Alan Kurdi van hulporganisatie Sea-Eye op zoek naar een haven. Onder de geredde migranten zouden twaalf vrouwen, een baby en een zesjarige jongen zitten. Op Twitter schrijft de organisatie dat nog vijftig mensen van dezelfde groep vermist zijn. Het schip wil aanmeren op Lampedusa. De laatst gedeelde locatie van de boot op MarineTraffic donderdagavond was niet ver ten zuidwesten van het Italiaanse eiland. Daar zijn ze volgens Salvini dus niet welkom, en vermoedelijk zullen ze niet van boord kunnen.

Lees ook: Italië laat de EU zien: wij zijn de baas aan onze kust

“Het regent, de wind neemt toe. De kapitein heeft besloten om iedereen benedendeks te laten gaan”, schrijft Sea-Eye. Op beelden is te zien hoe de migranten met isolatiedekens warm worden gehouden. Sinds maandag varen er geen reddingsschepen van de Europese Unie meer in het gebied om mensen uit het water te halen, tot frustratie van mensenrechtenorganisaties.

Het terugdringen van migratie is een belangrijke belofte van Salvini’s partij Lega en zijn coalitiepartner, de Vijfsterrenbeweging. Dit jaar hebben zover bekend slechts 530 mensen het Zuid-Europese land bereikt, schrijft persbureau Reuters op basis van overheidscijfers. Dat is een daling van 92 procent vergeleken met 2018 en van bijna 98 procent ten opzichte van 2017.