Recensie

Recensie Boeken

Wie Elena Ferrante is weten we niet, maar lees alles van haar (●●●●●)

Elena Ferrante Tezamen vormen de verzamelde essays en interviews van Ferrante een Wunderkammer.

Illustratie: Paul van der Steen
    • Joyce Roodnat

Elena Ferrante is een controlfreak. Ze houdt nadrukkelijk toezicht op haar romans, op haar uitgever, op de verfilmingen, op alles. ‘Elena Ferrante’ mag het pseudoniem zijn van iemand die zich angstvallig onzichtbaar houdt, reageren doet ze wel degelijk, en niet zo zuinig.

Haar benaderen kan schriftelijk, via haar uitgever. Meestal komt er niks terug, maar zo ja, dan is ze niet te stuiten. Ze kan niks half doen, of voor de lol, of denken: laat maar even waaien. Een korte vraag leidt tot een antwoord van vele pagina’s, met citaten van haar literaire voorbeelden, ongepubliceerde passages, associaties en herinneringen. Ze vat zonodig haar verhalen samen en trapt de personages onder hun kont.

Onder de titel Frantumaglia verscheen er een keuze uit dat materiaal. Klinkt als een vrolijk Italiaans gerecht, maar is het onvertaalbare begrip dat Ferrantes Napolitaanse moeder bezigde als ze er niet meer uit kwam. Het betekent zoiets als ‘mentale warboel’, met inbegrip van de onstuimige reactie die angst teweeg kan brengen. Op elke bladzijde van dit boek blijkt dat Ferrante haar romans baseert op of put uit haar persoonlijke verleden en uit haar actuele twijfel. Ze schrijft haar boeken in de gevarenzone van haar eigen leven. Met haar brieven is het niet anders en ze verwacht hetzelfde van iedereen die zich met haar bemoeit.

Berlusconi

‘Ik zal me er niet erg mee bemoeien’, schrijft ze Mario Martone, de cineast die haar debuut wil verfilmen (met schitterend resultaat, maar dat terzijde). Vervolgens suggereert ze, brief na vermakelijke brief, waslijsten van aanpassingen in het scenario plus adviezen over wat hij in beeld moet brengen. En dat alles onderbouwt ze met achtergrondinformatie, die ze in dezelfde zin tot verboden vrucht verklaart. Want het is privé. Maar het is noodzakelijk om het even te vertellen. En nu kan iedereen meelezen want het staat in dit boek.

Lees ook: Elena Ferrante bestaat niet. Geef haar dus snel de Nobelprijs

Frantumaglia begon oorspronkelijk met tachtig bladzijden die Ferrantes antwoord waren op vijf korte vragen van twee interviewsters van een literair tijdschrift. Om het goed te doen, herleest ze voor de gelegenheid de twee boeken die ze toen geschreven had (dit is het moment om te beseffen dat haar faam niet pas begon toen het Napolitaanse vierluik in de VS werd ‘ontdekt’ door een recensent van het tijdschrift The New Yorker, maar al een trouw publiek had in Italië en trouwens ook in Nederland). Ze recenseert ze alsof ze andermans boeken zijn en interpreteert de hoofdpersonages als twee versies van dezelfde vrouw. Ze overweegt wat dat betekent en schrijft dan een fantastische nieuwe tekst over het vrouwenleven, wat ze onderbouwt met ongepubliceerde fragmenten uit beide romans. Geweldig om te lezen. Over schuld en onschuld gaat het, over feminisme, over het gesjoemel met de democratie door de politicus wiens naam ze niet wil noemen (omdat hij Berlusconi heet).

Kwellende liefde

Die tachtig pagina’s leverde ze in bij haar uitgeefster om naar de interviewsters door te sturen. Maar die stuurt niks door, ze stelt voor om er een boek mee te maken. Ferrante heeft haar twijfels: ‘Waarom zoveel geklets toevoegen aan mijn twee boeken?’ Maar ze gaat overstag, Frantumaglia kwam er. In 2016, toen haar Napolitaanse vierluik (2011-2014) de wereld had veroverd, volgde een nieuwe versie, die was uitgebreid met een prachtig essay over een film, nieuwe correspondentie en kwesties en een stel recente interviews.

Lees ook: Het tragische leven leren leven

Frantumaglia doet niet onder voor de romans. Dit boek is een Wunderkammer voor iedereen, ook de niet-lezers zullen verleid worden door de ontboezemingen en tegendraadse charme. En door die ene intrigerende vraag die onophoudelijk wordt gesteld: waarom toch wilt u uw identiteit niet prijsgeven? Consciëntieus als ze is, geeft Ferrante telkens een ander antwoord – dat altijd op hetzelfde neerkomt. Ze schrijft haar boeken om zich ‘ervan te bevrijden, niet om er de gevangene van te zijn’. Persoonlijk succes accepteert ze niet als maatstaf, suggereert ze. Zwaarder lijkt te wegen dat al haar romans nadrukkelijk autobiografisch geïnspireerd zijn, waarbij ze zichzelf heeft uitgedaagd te beschrijven wat haar geneert. Angst voor het duister in alle betekenissen. Jaloezie. Het dood wensen van een zusje. Het masturberen als klein meisje. Het fingeren van seksueel genot. En steeds opnieuw komt ze terug op haar voornaam- ste thema, de verzengende gevoelens van een dochter voor haar moeder, de ‘kwellende liefde’ die alle liefdesrelaties verslaat.

Is een boek eenmaal klaar, analyseert ze, dan verdwijnt haar ‘schrijfzelf’ en is ze weer haar ‘nietschrijfzelf’. En die, bekent ze, wil dat haar romans zich ‘zover mogelijk van mij […] verwijderen’ inclusief de ‘autobiografische restjes’.

Koningin Dido

Ferrante doet in de bundel Frantumaglia alles wat ze de hele tijd beweert juist niet te doen. Ze verklaart haar romans, onthult haar literair-technische strategieën. En de confidenties stuiven je om de oren. Wordt haar gevraagd naar het wezen van de liefde, dan definieert ze die onbekommerd als de ‘pijl in onze zij [...] die we dag en nacht met ons meeslepen […]. Leest u het vierde boek van de Aeneis maar…’ – waarna ze in een snoepje van een parafrase uit de doeken doet hoe door koningin Dido’s liefdesverdriet Carthago verandert van ‘een potentiële stad van de liefde in een stad met een missie van haat’.

Wie Elena Ferrante is weten we niet, maar ze is hier onmiskenbaar aan het woord. Compromisloos, provocerend en razend. Ze laat zich kennen als lezer, als bewonderaar. Als schrijver die geen schrijver wil zijn maar dat toch is, ze kan niet anders. Frantumaglia voegt veel toe. Niet aan de vrouw Elena Ferrante, die we niet kennen. Wel aan de schrijfster van wie alles gelezen moet worden.