Recensie

Recensie Boeken

Joost de Vries vergaloppeert zich in zijn nieuwe boek

Pretentie Streven naar een betere versie van jezelf, is plat gezegd hoe Groene-redacteur Joost de Vries pretentie definieert. Een streven waarin je je ook kunt vergalopperen, zoals hij zelf demonstreert door al te vrij van anderen te lenen.

Foto Istock, bewerking NRC

Pretentie, schrijft Groene Amsterdammer-redacteur Joost de Vries, is aspiratie: ‘het is de ambitie van jezelf meer te maken dan je bent.’ Het is ook, schrijft hij ‘een middel op weg naar authenticiteit. Pretentie is de vorm van jezelf die voor je uit rent; op het moment dat je die vorm inhaalt is het geen vorm meer, dan is het wie je bent.’

Tussen pretentie en authenticiteit, schijn en schier onbereikbare echtheid bevindt De Vries zich ook zelf, in zijn boek Echte pretentie. Waarom het zo irritant is en waarom we niet zonder kunnen. Ogenschijnlijk authentiek als hij het over zijn schooltijd in Heerhugowaard heeft, of over de nette schoenen die hij zich aanmeet; een ongekunstelde stilist in zijn stukken over Karel van het Reve en Susan Sontag; al te ambitieus in het zich toe-eigenen van andermans ideeën.

In 2016 publiceerde De Vries in De Groene een essay met de kop ‘Wie denkt u wel niet dat u bent? Een pleidooi voor pretentie’, waarin hij goeddeels de argumentatie van de Britse kunstcriticus Dan Fox volgde. Fox publiceerde eveneens in 2016 een essay in boekvorm getiteld Pretentiousness. Why it Matters. Daarin beschrijft Fox hoe pretentie noodzakelijk is om boven jezelf uit te stijgen, boven de norm en het maaiveld. We zien pretentie als bedrog, als je anders voordoen dan je bent, opsmuk of aanstellerij, maar het duidt juist op toewijding aan kunst, mode, boeken of muziek, en is zo een voorwaarde voor cultuur. Pretentie baant de weg om echt iets groots, iets anders en gedurfds te doen.

De Vries bewerkte zijn essay uit de Groene, waarin hij zich baseerde op Fox, tot het boekje Echte pretentie, maar in 2019 laat hij de bronvermelding achterwege. Fox schrijft in zijn boek: ‘It [pretentiousness] is the engine oil of culture.’ De Vries, in De Groene in 2016: ‘Pretentie is “de motorolie van creativiteit”’, schrijft Dan Fox.’ In Echte pretentie luidt het: ‘Pretentie is “de motorolie van creativiteit”’, en is Fox verdwenen.

Dan Fox wordt in Echte pretentie drie keer genoemd: ‘Kunstcriticus Dan Fox wijst erop dat het woord ‘pretentie’ niet voor niets komt van het Latijnse ‘prae’, dat ‘voor’ betekent’, en ‘tendere’, dat ‘rekken’ betekent. Je moet over pretentie denken als iets wat je voor je houdt, zegt Fox, zoals acteurs in Griekse theaters maskers voor hun gezichten hielden, of zoals ridders op middeleeuwse slagvelden zich achter hun schild verborgen, met daarop het wapenschild waar ze voor vochten.’ En, later, als De Vries schrijft over een personage in de film Sideways (Alexander Payne, 2004): ‘Dit is het prae tendere waar kunstcriticus Dan Fox het over heeft.’ Ook staat Fox’ boek in de literatuurlijst.

Omgekeerd snobisme

Zowel Fox als De Vries schrijven over Bourdieus La Distinction. Fox: ‘Bourdieu also uses the term ‘doxa’ to describe deeply ingrained concepts we hold about the world; all those things that seem self-evident, common sense, and which might blind us to bigger structural inequalities in society. Your ‘doxa’ is your baseline against which you measure the fraudulence or truth of other people’s efforts.’ De Vries: ‘Doxa is het Griekse woord waarmee de ‘publieke opinie’ wordt bedoeld: alle dingen die we vanzelfsprekend vinden over de wereld, ‘gezond verstand’, dat we zo logisch vinden dat we er niet meer over nadenken. Onze doxa is een soort nulpunt op de index waaraan we pretentie afmeten: alles wat te ver uitschiet vinden we onlogisch en daarmee onacceptabel.’

Zowel Fox als De Vries schrijven over snobisme. Fox: ‘The snob thinks they are better than those beneath them. The inverted snob thinks their ordinariness makes them more virtuous than those with a higher social status.’ De Vries: ‘De snob dicht zichzelf een hogere sociale status toe en vindt zichzelf beter dan de mensen met een lagere status. De omgekeerde snob denkt dat zijn gewoonheid hem eerzamer maakt dan mensen met een hoge sociale status.’

Fox schrijft over klasse en authenticiteit: ‘Where the word ‘pretentious’ defers from ‘pretending’ is that it carries with it the sting of class betrayal, especially in the UK, where class is a neurosis as much as a set of social conditions. If being authentic is considered a virtue – what we should strive to be in society – then being pretentious is considered a cover-up, a face palm to your background.’ De Vries: ‘Dit is waarom we pretentie zo irritant vinden: in een tijd waarin authenticiteit als een groot goed wordt gezien en je nooit mag vergeten ‘waar je vandaan komt’ vinden we het onuitstaanbaar als iemand zich de mores aanmeet waarin hij of zij volgens ons niet thuishoort. Het is ostentatieve social climbing, het is verraad aan je eigen milieu.’

Het is raadselachtig waarom De Vries, gerenommeerd redacteur, bekroond auteur, zo nalatig te werk is gegaan. De beste passages in Echte pretentie zijn originele stukken over het verzameld werk van Karel van het Reve, de dagboeken van Susan Sontag, Sideways en het toneelstuk ‘Art’ (1994) van Yasmina Reza. Als De Vries zich had beperkt tot zijn eigen onderwerpen en niet zo krampachtig had vastgehouden aan de argumentatie van Fox, of aan het idee een apologie van de pretentie te moeten schrijven, had hij een voorbeeldig boek geschreven.

Tweedehands

De Vries schrijft: ‘Het jongetje in de vierde klas dat steeds iets ‘een lumineus idee’ vindt, of zegt ‘Meneer, ik zal mijn huiswerkopdracht meticuleus aanpakken’, wordt misschien door zijn klasgenoten uitgelachen, maar tegen de tijd dat hij in de vijfde zit kent hij die woorden en zal hij ze niet meer vergeten. Eerst zijn die woorden onecht, daarna gaan ze bij je horen.’ Op welk moment precies gaan ze bij je horen, wat maakt de woorden de jouwe?

Woorden zijn altijd tweedehands en authenticiteit is een absurd streven. Dan nog kun je pretenderen je aan de mores van de bronvermelding te houden, of pretenderen je eigen formuleringen te zoeken. In Echte pretentie wordt vooral De Vries’ eigen pretentie pijnlijk zichtbaar. Zijn toewijding aan de letteren is te groot, zijn wens beter te zijn dan ‘ie al is, te sterk. Hij rent tussen zichzelf en een andere vorm in, hij is half mens, half Fox.