Mensen in Nederland zitten aan hun mobiel, altijd

Welkom in Nederland woonde vijf jaar in Schotland. Ze schrijft een korte serie over wat haar opvalt nu ze weer terug in Nederland is.

De illustratie bij dit artikel komt uit het boek Polderpolonaise, Nederland getekend van illustrator Merel Corduwener dat verschijnt op 11 april bij uitgeverij Atlas Contact. Polderpolonaise is een prentenboek voor alle leeftijden: het is een illustratieve ontdekkingstocht door woonwijken, natuurgebieden en weilanden, langs campingbarbecues, kringverjaardagen en festiviteiten.
De illustratie bij dit artikel komt uit het boek Polderpolonaise, Nederland getekend van illustrator Merel Corduwener dat verschijnt op 11 april bij uitgeverij Atlas Contact. Polderpolonaise is een prentenboek voor alle leeftijden: het is een illustratieve ontdekkingstocht door woonwijken, natuurgebieden en weilanden, langs campingbarbecues, kringverjaardagen en festiviteiten. Illustratie Merel Corduwener

‘Misschien heeft hij pijn in zijn oor. Of is hij iets vergeten.” Het is niet zo’n onlogische gedachte als iemand naar zijn oor grijpt, maar ik voelde me een beetje buiten de wereld staan toen ik besefte dat de man natuurlijk zijn mobiele telefoon tegen zijn oor hield. Het herhaalde zich nog een paar keer maar toen hoefde ik mijn eerste reactie niet meer bij te stellen, het mobiele-telefoongebaar zat weer in mijn bestand. Wel praatte ik nog een keer terug tegen een vrouw die recht op me afliep, me aankeek en begon te praten. Net te laat zag ik het ding aan haar oor hangen. Daarna betrapte ik me er nog op dat ik een wijde boog maakte om een eenzame figuur die luidkeels in zichzelf liep te praten, maar toen was het over.

Wat is er de laatste vijf jaar veranderd in Nederland? Mensen zitten aan hun mobiel. Altijd. De eerste keer dat ik de trein instapte en iedereen achter een scherm zat, moest ik lachen. Hardop. Toen keken een paar mensen verschrikt op naar mij, een eenzame figuur die hardop stond te lachen. Net zo goed een teken van gekte als luidkeels in jezelf lopen te praten. De meesten merkten het niet op want ze hadden oortjes in.

Hij keek vertwijfeld naar het platte stukje techniek in zijn hand

Onze overgeleverde reflexen zoals terugpraten tegen iemand die oogcontact maakt en het uit de weg gaan van mensen die onaangepast gedrag vertonen, moeten worden herzien. Het is niet onaangepast maar juist gericht op de nieuwste overlevingsstrategie, gebruik maken van een middel dat je verbindt met alles en iedereen.

Er zijn dus nog een paar plaatsen op de wereld zonder wifi-signaal. In Schotland, waar ik vijf jaar heb gewoond, zijn er buiten de steden weinig plaatsen waar je ontvangst hebt. Schotland zelf is natuurlijk goed te vinden op internet. Zwermen montere toeristen komen er Outlander doen of Rob Roy navolgen. En dan ziet het er precies zo uit als op de website. De verrassing is dat het in het echt net zo spannend is als op het scherm. Dan is er naast kleur en geluid alleen wel de extra sensatie van gevoel.

Lees ook: Tijd om digitaal te ontspullen: Maak je smartphone eens leeg

„Ik, het spijt me, ik…” De jongen stamelde. Hij was netjes gekleed, zijn ogen focusten en hij hield een mobiele telefoon voor zich uit. Ik screende hem ongegeneerd. Als je huis in een verlaten gebied staat, ben je daarmee bezig als iemand ’s nachts aan de deur klopt. Is de persoon een landloper, dronken, aan de drugs of van plan je te overvallen?

„Ik heb geen mobiel bereik!” zei hij. Zijn ogen waren opengesperd, niet van drugs maar van paniek.

„Kom binnen.”

„Nee! Nee, dat hoeft niet. Ik wil alleen graag bellen, een garage, of de politie. We zitten vast!”

„Ja, kom binnen, we hebben hier een telefoon.”

„Ik heb ook een telefoon, maar hij doet het niet.” Hij keek vertwijfeld naar het platte stukje techniek in zijn hand. Ik schatte hem net twintig, hij had een prachtig Frans accent en de meest modieuze outdoor wear die ik hier ooit had langs zien komen. Ondanks zijn uitrusting moest hij het koud hebben, het was ongeveer min vijf, maar er stond een venijnige wind.

Ik had het in ieder geval koud en wist dat het vervolg nog even zou duren, dus wilde dat hij nu eindelijk naar binnen stapte. Hij vond dat duidelijk zo’n inbreuk op de privacy dat hij er zich niet toe kon brengen.

„Heeft u een wifi-code?”

Hier begon de wifi-overlevingsmethode in botsing te komen met de code die hij hier moest gaan volgen. Meestal hadden mensen op dit punt door dat ze hulp van vreemden moesten aannemen, maar ze waren vaak wat ouder. Ze hadden nog een vóór digitaal tijdperk meegemaakt. Ik voelde me naast deze moderne Fransman een soort brontosaurus.

„Sorry, ik moet nu naar binnen, ik was bezig met mijn kinderen.”

Eindelijk deed hij de stap. Nerveus bleef hij naast de deur staan. Nu konden we aan het hele verhaal beginnen van achterhalen waar zijn voertuig precies was blijven steken, het bellen, met de vaste telefoon, van de sleepdienst, maar die kwam niet ’s nachts dus dan moesten we een plek zoeken waar hij kon overnachten. Een paar uur was je er wel mee kwijt als er iemand aanbelde.

„Wil je thee?”, begon ik dus.

„Nee! Ik wil mijn vriendin bellen.”

„Waar is die?”

„Nog in de auto. Ik zie dat u een computer heeft, dan moet u toch ook wifi hebben?”

Mensen alleen achterlaten in koude auto’s in de heuvels is een heel slecht idee, hoe Frans charmant het gebaar ook is. Ik schoot snel een jas en laarzen aan, zei mijn kinderen dat ze vast tanden moesten gaan poetsen en liep met de jongeman naar onze buren, die hebben een Land Rover. De buurman pakte ook snel zijn jas en startte de auto. „Ik kom zo naar ons huis terug!” riep ik tegen de jongen boven het geluid van de motor heen. Dat is de code tussen de buren; dit geval was voor ons want ze hadden bij ons aangeklopt.

De Française was nog jonger en nog nerveuzer. De gastvrijheid in Schotland stoelde eeuwenlang op het principe dat reizigers eten en een slaapplaats kregen, en in ruil daarvoor verhalen vertelden. Deze twee mensen zaten op de bank en zeiden niets want ik had ze eindelijk hun wifi-code gegeven.

„We hebben een Airbnb geboekt”, zei de jonge vrouw geagiteerd, „we móéten ze een WhatsApp-bericht sturen dat we later komen, zo zijn de regels.”

„Oh, gaan jullie naar Tim? Ik zal hem bellen.” Als er twee mensen tegelijk op het internet zijn, doet het het niet meer goed, dat had ik ze gezegd maar het was een bericht zo niet uit hun wereld dat ze er niet op reageerden.

„Tim komt eraan”, kon ik ze even later melden.

Nu hielden ze op met hun crashende telefoons schudden. Ze keken om zich heen, vertelden hoe ze hun reis hadden gepland, dat ze in Parijs samenwoonden, dronken een kop thee en tegen de tijd dat Tim kwam hadden we het gezellig. Tim bleef ook nog even theedrinken want elk excuus om je buren te bezoeken is een goed excuus.

Ik was tussen alle mobielende mensen in de trein gaan zitten en had ook mijn telefoon gepakt.

„Beste reizigers, op het traject voor ons staat een trein waarvan de remmen in brand zijn gevlogen. Wij kunnen hierdoor niet verder rijden.”

We keken allemaal op onze NS-app en daar stond het in rode letters: er zijn meldingen over dit traject.

Lees ook: Hoe de smartphone ons verslaafd maakt

We stommelden naar buiten. Rilland Bath is een vrij eenzaam station om te stranden. Er gebeurde niets. Iedereen stond daar, de studenten die elkaar kenden praatten verder en de losse reizigers keken stil voor zich uit met koptelefoons op. Ik had ook al geappt naar mijn thuisfront maar kon het niet laten om met de oudere dame die naast me stond wat te gaan overleggen. Over betere opties, taxi’s, bussen, de trein die misschien toch zou vertrekken. Gewenning en gewoonte maar het had niet echt een functie. Langzaam begonnen de auto’s die opgeroepen waren te arriveren. Mensen stapten in en na een tijdje was het station weer leeg. Er was wel mobiel bereik hier, duidelijk.

Josephine Rombouts is de auteur van Cliffrock Castle, Werken op een kasteel in Schotland, een boek over haar belevenissen als huishoudster op een Schots kasteel. Ze woont nu weer in Nederland. Josephine Rombouts is een schrijverspseudoniem.