Merlijn Doomernik, bewerking NRC

Marjolijn van Heemstra: ‘Ik vind het een afknapper als een man een superdure auto heeft’

Openhartig Marjolijn van Heemstra (38) is schrijver, columnist en theatermaker (haar voorstelling Stadsastronaut is in april nog te zien in diverse theaters). Ze beantwoordt zeven persoonlijke vragen, vrij naar Marcel Proust.

Wat zie je als je in de spiegel kijkt?

„Mijn moeder. Ik begin erg op haar te lijken. Oh, dit is mijn gezicht – alsof ik al die tijd niet goed wist hoe ik eruitzag. Ik heb twee kleine kinderen en toen ik laatst een paar nachten slecht geslapen had, keek ik in de spiegel en zag mijn opa. Fuck, dit gaat niet de goede kant op, dacht ik toen.”

Wat is je meest typerende eigenschap?

„Ik regel de dingen. Ik neem initiatief, wil oplossen. Ruzie verdraag ik slecht, dat moet uitgepraat. Hup, erbovenop. Ik kan de dingen niet goed láten. Maar ik leer. En nog iets, en dat geldt ook voor mijn twee zussen: we zijn áltijd aan het verbouwen, daar worden die mannen van ons gek van. Het kan altijd beter. Ánders vooral. Het moet bewegen.”

Welke eigenschap waardeer je het meest in een man?

„Directheid. Niet te veel gedoe. Iemand die uitstraalt: je kunt op me rekenen. En humor! Van veel lachen word ik verliefd. En ik hou van mannen die van de natuur houden, vogelnamen kennen, enthousiast raken van een zee of een bos. Ik vind het een afknapper als een man een superdure auto heeft. Dan denk ik: je hebt je prioriteiten niet op orde.”

Welke eigenschap waardeer je het meest in een vrouw?

„Loyaliteit. Ik heb nooit vriendinnen waar ik gedoe heb met geroddel, met mannen, jaloezie. Van die zogenaamd typische vrouwendingen. Mijn vriendinnen, de meesten ken ik al lang, vormen een belangrijke basis van mijn leven, van wie ik ben.”

Lijk je op je moeder?

„Ik heb het observerende van haar – mijn moeder is psycholoog – en haar taalgevoel, zij schreef vroeger ook gedichten. We zijn opgevoed met duidelijke morele kaders. Wat we deden, moest er toe doen. Vroeger als ik uitging voelde ik me soms schuldig; zo schoot dat natuurlijk niet op met het redden van de wereld. Mijn ouders waren lid van de Fietsersbond. Toen we net een auto hadden gekocht – dat was natuurlijk not done – weet ik nog dat mijn moeder riep: ‘Bukken! Daar is Lex van de Fietsersbond’.”

Lijk je op je vader?

„Van hem heb ik het eigenwijze, je eigen koers varen. Mijn vader kan, net als ik, soms in gezelschap zo níét aanwezig zijn. Dat vind ik van mezelf niet leuk en bij hem denk ik ook: man, doe even gezellig mee. Van hem leerde ik ook dat dingen niet op één bepaalde manier hoeven, dat alles altijd anders kan.”

Wat is een groot gevaar in de liefde?

„Denken dat je alles uit die ene persoon moet halen. Je hoeft niet alles te delen of van elkaar te begrijpen. Je moet niet verwachten dat iemand jou heel maakt. Rilke schreef dat zo prachtig: je moet elkaars eenzaamheid bewaken in de liefde.”