‘De kuit doet au. Geen marathon voor papa dit jaar’

42,195 km Abdelkader Benali trainde voor de marathon van Rotterdam, die deze zondag wordt gelopen. Tot hij een felle, korte tik in de kuit voelde.

Een week voor de marathon, in een onschuldige training op een doordeweekse dag doe ik een versnelling op een matig heuveltje. Mijn krachtsinspanning wordt beloond met een zweepslag. Een fel en korte tik in de kuit. Ook al zo onschuldig.

De verstandige hardloper die ik ben – en vaker zou moeten zijn – remt dan af, wandelt een stukje en rekt en strekt. Meestal gaat het daarna wel. Het lichaam, zo leert de ervaring, is geen gesloten systeem. Er mankeert altijd wel wat aan, dat maakt het hardlopen spannend. Dit keer gaat het alleen niet. De kuit trekt samen en explodeert.

Ik haal diep adem. Kijk naar de lucht. Dit is echt de mooiste dag van het jaar.

De wolken waren niet eerder zo wit, de lucht zo blauw, het leven zo aangenaam. Een wolk, geloof het of niet, neemt de omtrek van het Rotterdam-parcours aan, vreselijk concreet en toch ver weg. Wolken veranderen van gedaante. Wat niet verandert is mijn frustratie.

Er zijn meer lopers dan normaal op de been. Ze gaan links en rechts voorbij. Het stuk terug naar huis wandel ik. Ik voorvoel dan wel dat het marathonfeest aan mij voorbij zal gaan. Ik geef het alleen niet toe.

Wanhoop maakt inventief. In de hardloopwinkel laat ik me superstrakke compressiesokken aanmeten

De eindredacteur van deze hardloopcolumns raadt aan een cortisol-prik te nemen. Niet in dit leven. Ik kijk wel uit naar redding.

Wanhoop maakt inventief. In de hardloopwinkel laat ik me superstrakke compressiesokken aanmeten; die zouden de kuit stutten. Amber, mijn dochter, heb ik meegenomen. De zware sok moet met reuzenkracht eerst over de enkel worden getrokken. De sok wordt dan over het been afgestroopt. Nooit eerder heeft mijn been zich zo gestut gevoeld. Zo moet Batman zich voelen.

„Niet aanhouden in bed,” is het advies, „want dan stopt de doorbloeding.” Ik heb Batman nooit in zijn superheldenpak uit bed zien springen, daar zal het wel mee te maken hebben.

In de auto draai ik me om naar mijn dochter. Ze vraagt waarom ik die sokken heb gekocht. Hoe leg ik mijn streven naar lichamelijke heling uit? „Papa wil hardlopen.” „Klaar voor de start af”, zegt ze. „Maar papa heeft pijn. De kuit doet au.” „Au?” „Ja, au.” „Niet leuk.” „Papa gaat de marathon niet lopen.” „Wat is de marathon?” „De marathon is het mooiste wat er is. Als je kan lopen.”

Ik start de wagen. Ik wil een stukje rijden. Een heel lang stukje naar een land waar men nog nooit van marathons heeft gehoord.

De rest van de dag houd ik de compressiesokken aan. Wanneer ik ze uittrek ontspannen de kuiten. Nog meer pijn.

Ik hoef de knoop alleen nog maar door te hakken.

Amber schudt me wakker. „Papa gaat niet lopen. Geen marathon in Rotterdam dit jaar”, zeg ik. Amber lacht.

„Papa, mag ik Peppa Pig kijken?”