Kleiner deel inkomen Nederlanders naar woonlasten

De gestegen huizenprijzen en huren worden gecompenseerd door de verbeterde arbeidsmarkt.

Verkoopbord in Amsterdam.
Verkoopbord in Amsterdam. Foto Cor Mulder/ANP

Nederlanders besteden een kleiner deel van hun inkomen aan woonlasten dan drie jaar geleden. Dat meldt het CBS op basis van een grootschalige enquête onder meer dan 60.000 Nederlanders, dat eens in de drie jaar door het ministerie van Binnenlandse zaken wordt uitgevoerd.

Gemiddeld besteedden huurders afgelopen jaar 38,1 procent van hun inkomen aan wonen. In 2015 was dit 38,5 procent. Huiseigenaren waren gemiddeld 29 procent van hun inkomen kwijt aan woonlasten. Ook dit is een daling van 0,4 procentpunt ten opzichte van drie jaar eerder.

Verbeterde arbeidsmarkt

Het is opvallend dat de woonquote niet omhoog is gegaan, omdat huizenprijzen en huren de laatste jaren sterk gestegen zijn. Dat de woonquote niet omhoog is gegaan, komt volgens CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen doordat de arbeidsmarkt in dezelfde periode is verbeterd. Meer mensen hebben werk gekregen, waardoor hun inkomen is gestegen. Hierdoor daalt het deel van hun inkomen dat ze aan huur- of hypotheeklasten kwijt zijn. Omdat de woonkosten in absolute zin wel toenamen, blijft de woonquote min of meer gelijk.

Sinds 2012 is vooral het verschil in woonlasten tussen huurders en huiseigenaren toegenomen:

Jonge huurders en huiseigenaren besteden een groter deel van hun inkomen aan woonlasten dan ouderen. De 20 procent laagste inkomens van de bevolking betalen het meest: gemiddeld 50 procent van hun inkomen gaat op aan wonen.

Het onderzoek werd voor de derde keer uitgevoerd. Er zijn daarom geen gegevens beschikbaar van voor de economische crisis in 2008. In de woonlasten zitten ook de water- en energierekening inbegrepen.