Kamer wil meer regels, maar niet meer bureaucratie

Forensische zorg De roep om strengere wetgeving rondom forensische zorg botst met de dagelijkse praktijk van de uitvoerders.

Niemand in de Tweede Kamer die wil dat het nóg eens gebeurt, een moord door een psychiatrisch patiënt die wellicht te voorkomen zou zijn.

Maar hoe dan? In een brief aan de Tweede Kamer, tegelijk verzonden met de rapporten over Michael P., kondigde minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) maatregelen aan. Woensdag bleek dat daarvoor grote steun is in de Tweede Kamer.

Al jaren proberen politici een einde te maken aan de praktijk dat daders tbs (intensieve psychiatrische behandeling) proberen te voorkomen, zoals in het geval van Michael P. lukte. Dat verdachten tbs kunnen ontlopen door een onderzoek te weigeren, klopt niet: rechters kunnen altijd tbs opleggen. Maar ze zijn daarin wel terughoudend als er weinig informatie is over de geestelijke gesteldheid van een verdachte. Met de Wet forensische zorg, sinds 1 januari van kracht, krijgen rechters voortaan toegang tot medische gegevens van verdachten.

Ook het delen van medische gegevens van daders moet makkelijker worden. Zij kunnen dat nu weigeren, zoals Michael P. deed bij zijn overplaatsing van de gevangenis in Vught naar de kliniek in Den Dolder. Daardoor raakte zijn zedenverleden buiten beeld. Absurd, vond de hele Kamer en minister Dekker. De bewindspersoon werkt aan een wet waarmee instemming van daders niet meer vereist is om medische gegevens tussen gevangenissen en klinieken te delen. Lees ook: Sommige verkrachters zijn niet te behandelen

Dekker wil daarnaast dat voortaan bij verlof van daders die psychiatrisch behandeld worden áltijd een risico-analyse wordt gemaakt. Uit zo’n analyse blijkt welk gevaar een gedetineerde vormt voor de samenleving. Bij P. ontbrak zo’n „risicotaxatie”, waardoor hij te veel vrijheden kreeg. Daarmee kwam de veiligheid van de samenleving in het geding, oordeelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) vorige week. Dekker trok daarop ook de verloven van 24 andere gedetineerden in omdat een analyse over hun risico voor de samenleving ontbrak. Eigenlijk, zei Kamerlid Maarten Groothuizen (D66), „is de vanzelfsprekendheid van veel van deze maatregelen ongemakkelijk”. Hij wil dat de minister ook een einde maakt aan de „doorgeslagen verantwoordingsbureaucratie” in de forensische zorg. „Dat is in de praktijk helemaal niet zo makkelijk”, wierp Kamerlid Farid Azarkan (Denk) tegen toen Dekker met de D66’er instemde.

Het is een paradox die je in Den Haag vaker ziet. Na een incident vragen politici om méér regels om te voorkomen dat het weer mis gaat. En meer documentatie, om als het misgaat achteraf te kunnen nagaan hoe dan precies. Maar juist een teveel aan regels wordt door uitvoerders vervolgens weer als beklemmende bureaucratie ervaren.