Burgerslachtoffers Mosul treffen juridische hobbels bij zaak tegen Nederlandse staat

Juridische wapens Irakezen stappen naar de Nederlandse rechter. Ze voelen zich slachtoffer van Westerse bombardementen. Experts zijn sceptisch.

Een bomaanslag in Mosul. De foto is archiefbeeld en staat los van het verhaal.
Een bomaanslag in Mosul. De foto is archiefbeeld en staat los van het verhaal. Foto Aris Messinis/AFP

Juridisch boeiend, maar met een kleine kans van slagen. Dat is de teneur van reacties in de juridische wereld op het nieuws dat twee Iraakse burgers naar de Nederlandse rechter zijn gestapt. Zij zeggen in januari 2015 het slachtoffer te zijn geworden van luchtaanvallen van de Westerse coalitie in de buurt van Mosul in Irak.

De twee, die beiden gewond raakten en familieleden verloren door de aanvallen, vroegen dinsdag via de Nederlandse rechter meer informatie over mogelijke betrokkenheid van Nederlandse F-16’s. Het is voor het eerst dat buitenlandse burgers deze stap zetten.

„Een civiele claim tegen de Nederlandse Staat is niet onmogelijk” , schrijft advocaat Geert-Jan Knoops, op vragen van NRC. „Maar er moet wel een aantal juridische hobbels worden genomen.”

Advocaat Joran Spauwen, specialist in procedures waarbij het opvragen van informatie bij de tegenpartij centraal staat, spreekt over „een zeer interessante zaak. Daarbij kun je niet voorspellen welke kant het bij de rechter zal uitgaan.”

Wat vooral in het oog springt is het juridische wapen dat de twee Irakezen in de strijd werpen. Hun advocaten Liesbeth Zegveld en Brechtje Vossenberg hebben dinsdag bij de Haagse rechtbank een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 843a van het Wetboek van Rechtsvordering. Dit relatief onbekende wetsartikel geeft een benadeelde partij recht op informatie over de toedracht van een gebeurtenis die de partij schade berokkende.

In de VS vaak gebruikt

In de VS wordt een dergelijk wetsartikel al heel vaak gebruikt, zegt Spauwen, in Nederland minder. Belangrijk is, zegt de advocaat op basis van zijn ervaring met dit soort procedures, dat Zegveld en Vossenberg aannemelijk maken dat Nederland bij de bewuste luchtaanvallen betrokken was.

„Helemaal honderd procent bewijzen hoeven ze dat niet” , zegt hij, „anders zouden ze het verzoek om aanvullende informatie niet hoeven doen. Maar ze moeten voor de rechter wel voldoende aannemelijk maken dat Nederland partij is in deze kwestie. Anders zal de rechter zeggen: Dit is gewoon een fishing expedition. Daarbij wordt gehengeld naar informatie zonder te weten of het wat oplevert.”

Lees ook: ‘Precieze’ luchtoorlog tegen IS eiste toch veel burgerslachtoffers

Hoogleraar en militair jurist Paul Ducheine is het met Spauwen eens. „Het is volstrekt niet duidelijk”, zegt Ducheine, „of deze mensen slachtoffer zijn van een luchtaanval die door Nederlandse vliegers is uitgevoerd. De suggestie die onder het verzoekschrift ligt, is: Er is een aantal luchtmachten dat samen een operatie plant en uitvoert. Wie er ook bombardeert, dat maakt niet uit, je kunt altijd een van die luchtmachten aanspreken. Maar zo werkt het niet.”

Afblazen aanval

Er is nog een ander probleem. Zegveld en haar collega moeten kunnen aantonen dat Nederland ruimte kreeg van het Amerikaanse opperbevel om zelf luchtaanvallen af te blazen. „Indien Nederland zogenaamd ‘full control’ (military control) over haar troepen en F-16’s heeft behouden in de coalitie”, schrijft advocaat Geert-Jan Knoops, „blijft Nederland aansprakelijk voor handhaving van mensenrechtelijke bescherming”.

Volgens Liesbeth Zegveld had Nederland die ruimte inderdaad. De advocaat verwijst onder meer naar uitlatingen van officier ‘Michael’ in NRC. Michael was tijdens de luchtacties tegen Islamitische Staat een van de ‘red card holders’ in het hoofdkwartier van Qatar. Daar werden de luchtacties tegen IS gecoordineerd. Michael, die anoniem wilde blijven, kon bezwaar maken tegen voorgenomen luchtaanvallen met Nederlandse F-16’s. Volgens de Nederlandse officier kregen coalitie-partners ruimte van het Amerikaanse opperbevel om hun eigen beleid te voeren.

Maar er zijn meer juridische hobbels. Het verzoek van Zegveld gaat uit van onrechtmatig handelen, zegt hoogleraar Ducheine. Ten onrechte, vindt hij. „Burgerslachtoffers mogen nooit het doel zijn van een aanval, maar ze kunnen wel het gevolg zijn van een rechtmatige aanval. Het is aan de eiser om aan te tonen dat er sprake is van onrechtmatig handelen, niet aan degene die beschuldigd wordt.”

Ducheine erkent daarbij overigens dat slachtoffers zonder toegang tot informatie een ongelijkwaardige positie hebben. „Misschien moet dit op een nette manier geregeld worden”, zegt hij, „maar ik denk niet dat het op deze manier gaat”.

Tenslotte laat het betreffende wetsartikel 843a ruimte voor zwaarwegende belangen om de gevraagde informatie toch niet prijs te geven, zeggen de advocaten Knoops en Spauwen. Nationale veiligheid is zo’n belang. Het was hét argument waarop WOB-verzoeken van Zegveld en anderen bij de rechter strandden. Zegveld stelt dat dit argument inmiddels veel minder speelt nu Nederland niet meer meedoet aan de luchtacties. De F-16’s kwamen begin dit jaar terug naar Nederland.